De Nieuwe Taalgids. Jaargang 41


auteur: [tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De


bron: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 41. J.B. Wolters, Groningen / Batavia 1948


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[p. 206]origineel

De komma-bacil.

De Vries en Te Winkel spelden kommaatje naast komma's, café's: cafeetje, auto's: autootje, menu's: menuutje. Bij de fleksie bleef het woordbeeld dus onveranderd, bij de afleiding niet. Dit gold uitsluitend van ‘vreemde woorden en eigennamen’; bij inheemse woorden was het vla: vlaas: vlaatje. Wanneer nu Koenen-Endepols19 ‘paraplu's’ van de Woordenlijst7 vervangt door parapluus: parapluutje, wordt dat woord op slag inheemser dan mama's en papa's, zelfs dan ma's en pa's. Het gesubstantiveerde o's: ootje laat ik niet gelden.

In de Grondbeginselen § 90 heette dat kommaatje uitlatingsteken (ecthlipsis), in de Woordenlijst § 3 weglatingsteken (apostrophe). Koenen-Endepols verklaart apostrophe met ‘afkappings- of weglatingsteken’. Dat beide woorden hetzelfde willen zeggen, leert mij de omschrijving van afkappingsteken (33): ‘komma als weglatingsteken’, en de verklaring van weglatingsteken (1185): ‘apostrophe, afkappingsteken’.

Vraag nu niet wat in café's, cadeau's, milieu's, lady's is weggelaten. Ook zou ik niet weten, wat er bij ij's is afgekapt, al springt dit geenszins uit de band tegenover a's: a'tje, e's: e'tje, i's: i'tje, o's: o'tje, u's: u'tje, y's: y'tje. Ik sloeg de medeklinkers over: b's: b'tje, c's: c'tje, d's: d'tje, f's: f'je; ga maar verder, en let op l'etje, m'etje, n'etje, s'je, x'je. De letternamen zijn wat anders dan de lettertekens naar hun klankwaarde. Zijn het eigennamen? vreemde woorden? Ze blijven zelfs bij de diminuerende afleiding ongerept.

Volgens L.A. te Winkel (Grondbeg. § 90) ‘schrijft de Redactie ook Bruining's of Bruinings', naar gelang men den tweeden naamval of het meervoud van Bruining of Bruinings bedoelt’. Het is wenselijk de vorm van eigennamen, althans ‘zooveel mogelijk onveranderd te laten’ (Woordenlijst § 3). Ik zou weer niet weten wat er bij ‘Bruining's’ weggelaten is; en laat liever een ander verklaren, dat bij ‘Bruinings'’ het genitiefteken is afgekapt. Voor de pseudo-pluralizering van Bruinings tot Bruinings' verwijs ik naar Buigingsverschijnselen I n. 28. Meervouden die men enkel kan zien, niet horen, zijn iets sui generis.

De apostroferende komma ging in het voorafgaande niet buiten het officiële boekje - het type a'tje niet te na gesproken. De schrijfpraktijk gaat verder. Haje - orthodoxer nog dan Te Winkel - fulmineerde daar reeds tegen in Taalschut, 1e uitg. p. 24 en 33, 2de uitg. p. 23 en 35. Ik wilde mij tot enkele produktieve typen beperken.

Volgens de Woordenlijst § 4 is het meervoud van pendule, Elize gewoonweg pendules, Elizes. De apostrofe ‘zou daar overtollig zijn en geene weglating aanduiden’. Toch maakt dat overtollige een carrière om van te duizelen, vooral bij vreemde woorden: mode's, étalage's, reclame's; maar ook reeds bij nederlandse: bende's, gezegde's, terzijde's. Dat er bij de woorden op -ie evenmin enige reden is, om de -s door een komma te scheiden, spreekt vanzelf; intussen is de komma niet van de lucht: divisie's, linie's, collectie's. Men zie hierover, en over alle nog volgende fleksiegevallen Buigingsverschijnselen.

Het is duidelijk waar de infektiehaard van de types divisie's en mode's moet gezocht worden. Het afwijkende of opvallende van meervouden als komma's, echo's, tilbury's trekt blijkbaar aan. Dat wordt trouwens al door het officiële type cadeau's, milieu's bewezen. De schrijfwijze cadeaus,

[p. 207]origineel

milieus moge wat onwenniger aandoen dan cadeaux, milieux: voor de ongekommade spelling met -s gelden toch dezelfde argumenten als die voor modes en divisies - al heeft inderdaad het buitenissige in onze ‘orthografische’ dreven altijd een streepje voor: En ‘in het park dwalen de marechaussee's’, ‘Enkele honderden M.P.'s en marechaussee's..... patrouilleren langs de omheining en in het park’ (Vk. 10 IV '46).

De letterafkortingen doen gemeenlijk het alfabet na: ‘anti's en c.h.'s krijgen vijf kwartier’ (M. 30 X '36); ‘zodat 28.000 p.k.'s beschikbaar zijn’ (Vk. 3 V '47); volgens beslissing van de Hoge Raad hebben ‘de Londense K.B.'s inderdaad rechtskracht’ (Vk. 11 XI '46). Zulke meervouden op 's sluiten aan bij de letter namen; het onverkorte ‘Koninklijk Besluit’ is bij K.B. buiten aktie. Al waren ‘valse en nieuwe persoonsbewijzen’ in de oorlog wat waard, ‘duizend gulden voor P.B.'s’ was toch ruim betaald. Een cijfer kan het type nog meer variëren: de ‘lanceerplaatsen van vliegende bommen en raketten, ofte wel V-1's en V-2's’ (Vk. 11 I '47); bij ‘Fokker staan de twee D.C. 3's en de twee Dakota's’ (Vk. 30 I '46). Initiaalwoorden worden dikwijls als nieuwe woorden gesproken: ‘een delegatie marva's’ (Vk. 12 XI '46); ‘om maar te zwijgen van de zo zuinige Fiat's’ (Vk. 20 I '47); ‘Heemaf's jaarverslag neemt stelling tegen economisch overheidsbeleid’ (Vk. 1 III '47).

Al zulke afkortingen zijn van een ander gehalte dan: ‘een onderzoek naar verd.'s geestvermogens’ (M. 7 X '39); ‘omdat spr.'s rechtsgevoel is aangetast’ (M. 30 I '37). Dit soort grafische halveringen worden bij hun verklanking aangevuld, en eender gelezen als: ‘Verdachte's karakter was na het ongeluk geheel veranderd’ (Vk. 12 II '47); ‘Naar spreker's opvatting’ (M. 11 XII '37).

Het kommaatje bij zulke pregenitieven is geen direkte uitloper van het meervoudstype op klinkers: café's, auto's. Terwijl hier de apostrofe samenhangt met de verklanking van de slotklinker, is de komma van het type spreker's er een van semantische aard, juist als bij ‘Bruining's’: ‘de Kersten's, Lingbeek's en Baarslag's’ (O.E.B. XXX 459). Bij pregenitieven als spreker's is het uitgangspunt zonder enige twijfel de pregenitief van eigennamen, waarbij de komma ‘favoriet’ is (een meervoud ‘spreker's’ zal men niet licht tegenkomen). Of de eigennaam op een klinker of op een medeklinker eindigt, maakt geen principieel verschil: Annetje's voorstel, Frederik's voorkeur; ‘Maurice's kracht is zijn christelijk geloof’ (Vk. 22 VI '46); ‘boven Duitsland's minimumbehoefte’ (Vk. 16 V '46); ‘Egypte's historische aanspraken’ (N.E. 4 I '47); en zo verder in bonte verscheidenheid.

Via de verwantschapsnamen, ook in rijke afwisseling: ‘Vader's en moeder's laatste gedachten’, breidde de komma zich ook uit tot andere pregenitivische persoonsnamen: ‘de weergave van schrijver's conclusies’ (Vk. 8 V '47); ‘nog onverwachter scheidde de Prins Gemaal, Koningin's echtgenoot, uit het leven’ (M. 31 VIII '34). Zulke en soortgelijke voorbeelden met een nutteloze en nodeloze komma zijn legio, zoals dat ook het geval is met pregenitivische voornaamwoorden: ‘Voor P.H.R.M. zaten de reunisten van elkaar's weerzien en gezelschap te genieten’ (U.K.D. 16 VII '46); ‘Hokte elk bewegen, elk geluid, elkeen's adem’ (N.E. 1 III '47); ‘Toen het gemakkelijk was om geld te verdienen was iedereen iedereen's vriend’ (Vk. 7 II '47); ‘want men moet niet onder anderman's duiven schieten’ (N.E. 5 IV '47); ‘Het aantonen van iemand's onschuld....’ (Linie 4 VII '47).

[p. 208]origineel

Tot besluit van de pregenitief laat ik de komma nog enkele bokkesprongen maken, maar toch geen uitzonderlijke sprongen: ‘in het leven van Gods' Kerk’ (M. 23 I '38); ‘Men erkende wel Nederlands' souvereiniteit’ (Linie 19 IX '47); ik ‘moest dus wel smokkelaars' pad volgen’ (Vk. 4 XI '46); ‘als het boek alleen appelleert aan lezers' sensatielust’ (Fol. Aug. Maart '47). Van dit soort noteerde ik er honderden. Het kommaatje nestelt zich ook herhaaldelijk in het woord: ‘De Dicken's film is zeer aantrekkelijk’ (Vk. 17 VI '47); ‘het bezoek aan Ariën's graf’ (U.C. 6 VIII '41); ‘schokschouderen bij Tollen's regels’ (Simons, Het drama enz. IV 268). - ‘De kern van P. Janssens's vroomheid’ (N.E. 5 X '46); ‘de aanvaardbaarheid van Marx's analyse.... Marx's methode’ (N.E. 15 II '47); ‘uit 'schrijvers grootvaders tijd’ (Simons V 599); ‘het verleden van haar's vijands schoondochter’ (483); ‘op 's voorzitter's vraag’ (M. 28 X '39); ‘dat 's koning's broeder.... gekomen was’ (M. Dekker, Oranje III 129). Ik herhaal: het zijn geen uitzonderlijke gevallen, maar ze doen uitzonderlijk raar.

Bij de afleidingen is de apostrofe van a tot z smokkelwaar. Ze was dat al bij a'tje, b'tje enz. van Koenen-Endepols. De Woordenlijst geeft ze niet, Van Dale4 evenmin; Elzinga-De Jong2 zwijgt ook over die verkleinvormen. Daarom is het moeilijk aan te nemen, dat bij die ‘onbekende’ diminutieven van het alfabet het uitgangspunt zou liggen van de kommaepidemie bij suffiksen. Wie een suffiks moet gescheiden houden, heeft voldoende aan een ‘verbindingstreepje’. Zo'n streepje doet het ook wel bij prefiksen: a-religieus, anti-nazi, hyper-malcontent. ‘Die C. & A.-tjes gaan er wel in’; ‘Dit G.G.G.-tje bevat een bondig overzicht’ (N.E. 3 VIII '46); zij ‘geven concertjes en opera-tjes voor de gasten’ (Linie 19 XII '47); ‘die beschaamde Eva-tjes en, dartele maar niet onbeschaamde, godinnetjes uit een Hooft-se levenssfeer’ (Vk. 12 IX '47); we ‘gaan met de zee-tjes mee’ (Vk. 25 I '47); ‘een kleine cake-je, waarin bovenop zaadjes geprikt waren’ (Vk. 22 X '46); een ‘saldo-tje van f 1.000’ (Vk. 12 V '47); ‘een prettig ‘uit-je’’ (M. 3 VII '38); ‘Zelfs het matelo-tje is weer van de partij’ (Vk. 6 III '47): naar de uitspraak van ‘matelot’? Ook bij andere suffiksen is zo'n streepje zeer gewild. Ik laat dat verder onvermeld. Ons interesseert nu alleen de opdringende apostrofe voor achtervoegsels.

De diminutieven mogen de stoet openen: ‘verzorgde wegen, waaraan villa'tjes, die me deden denken aan Bloemendaal en Overveen’ (Linie 8 VIII '47); ‘in het dorp waar zij haar vacantie-villa'tje gehuurd heeft’ (Simons V 329), ‘voor zijn Dora'tje [is] niets te duur’ (V 238 en 239), ‘het getimmerte van het drama'tje zelf’ (V 220), ‘met dit huiverdrama'tje.... weglopen’ (IV 95); ‘De kwartier- en halfuurprogramma'tjes rijgen zich.... aaneen’ (Christofoor 17 VIII '46); ‘het hoera'tje is voor de eieren’ (Vk. 6 II '47); ‘elk instantanétje (heeft) zijn functie in het groote geheel’ (N.E. 28 IX '46); ‘Waarom maakt men hier geen Nederlands café'tje’ (Vk. 31 VII '47); dan ‘is die koek een passend toe'tje’ (Vk. 21 XI '46); ‘Het gewone menu'tje.... slaatje vooraf?’ (N.E. 23 XI '46); ‘Insinuerend Cupido'tje’ (Vk. 10 I '48); de ‘botsing met een luxe autoo'tje’ (Vk. 6 XI '46); enz.

Afgezien van het allervreemdste ‘autoo'tje’, en het inheemse ‘toe'tje’, doen deze diminutieven precies eender als de fleksievormen waarmee dit artikel inzette. Een paar gevallen hield ik apart: ‘Een soort magazine'tje... dat in artistiek opzicht vrijwel zonder enige betekenis was’ (N.E. 14 IX

[p. 209]origineel

'46); ‘een wankel bloementoque'je met wijde voile’ (N.E. 23 VIII '47, bis). Voor het oog zijn dat ook wel vokalische gevallen, maar voor het oor niet. Bij het franse ‘tok-je’ komt dat nog sterker uit dan bij het engelse ‘magazine’. Daarentegen is ‘in het Palace-bar'tje’ (Roelfzema, Rendezvous3 1) voor het oog konsonantisch, maar vokalisch voor het engelse oor. En zo past het dan weer bij ‘auto'tjes en menschjes’ (241), het ‘strakke kimono'tje’ (130). Hij schreef ook: ‘Nevada is een interessante staat, de wildste en vrij'ste van heel Amerika’ (233). Maar zo iets is even zeldzaam als: ‘Ik verkondig u iets blij's’ (B.N. VIII 132). - Waarom Paardekooper vroeg, ‘of een spelling als ma'tje.... niet de voorkeur verdient’ (N.T. XXXVIII 120), behoeven we hier niet na te gaan.

Volgens mijn bewijsmateriaal is de komma bij het achtervoegsel -s(ch) nog meer in zwang dan bij -tje. Ik doe ook hierbij een greep uit een groter voorraad. Is alle begin moeilijk, ik laat het nu eens aardig zijn: ‘een katholiek student als propagandist op onzen N.S.B.'eeschen Landdag moet onder Katholieken inslaan’ (U.C. 3 IV '35); ‘het S.D.A.P.'s program’ (Vk. 12 I '46), In de N.E. (11 I '47) wisselde ‘het Djocja'se Comité Revolutionair’ met ‘het Djocjase’; ‘het Kon. Batavia'sch Genootschap voor kunsten en wetenschappen’ (U.K.D. 7 II '47). In Baud en Thorbecke schreef Alberts afwisselend: ‘de Batavia'sche predikant Van Höevell’, ‘De Bataviasche vergadering’ (30), ‘de Batavia'sche schandaalvergadering’ (31); ‘het Baud'sche systema’ (31), ‘het Baudsche systema’ (56 bis). Zij kregen ‘vrij spel tegen de gehate Makkabee'sche’ (Simons V 563), ‘van de Corneilliaansch-Hugo'sche panache’ (V 500), ‘het verdorven Moskou'sche hof’ (IV 307); ‘de volmaakt ontwikkelde groententeelt in het Venlo'sche’ (L.D. 14 VIII '46); ‘op de Paramaribo'se markt’ (Linie 4 VII '47), ‘de misnoegdheid der Surinaamse en Curaçao'se delegatie’ (6 II '48); in een ander artikel (30 I '48) staken ‘onze Curaçao'se vrienden’, ‘de Curaçao'se delegatie’, ‘in Curaçoa'se kringen’ niet af tegen driemaal ‘de Curaçao'ers’. Het U.K.D. (4 I '46) stelde nog ‘de Curaçao'ers’ naast ‘de Curaçaosche bevolking’. Lev. Talen (n. 104 p. 134) ruimde ‘haar, de Bordeaux'sche, een plaatsje’ in; in de Vk. (28 II '46) werd ‘gebruik gemaakt van Bordeauxse pap’. Hier was de x slechts grafische schijn; andere konsonanten zijn dat niet: ‘de Appun'sche toonmeester’ (Opv. Br. n. 75 p. 116); ‘de vertolking.... van de Bach'sche passie en het Haendel'sche oratorium’ (M. 31 VIII '38); ‘Aan de Sorel-Dufour'sche theorieën gevolg gevende, heeft Lenin....’ (Linie 22 VIII '47). Dat de komma niet gebonden is aan uitheemsigheid bewijst Kloos: ‘onsterfelijk als vele der Van Alphen'sche kindergedichten’ (Lett. inzichten enz. X 27), ‘ondanks eenige Van Eeden'sche eigenaardigheden’ (V 33), ‘Langendonck dichtte reeds Kloos'sche sonnetten’ (III 16, cit.), ‘inzonderheid van het Vondel'sche vers’ (VI 20). - ‘Het Nederland's Boekhuis te Tilburg’ laat ik voor rekening van de N.E. (16 XI '46); ik las er ook (21 VI '47): ‘in het kader van de Nederland's-Belgische culturele uitwisseling’. Naast al die afleidingen van eigennamen moet ‘een eenvoudig model zonder revers en dubbelrij's sluiting’ (Vk. 31 XII '46) zich wel eenzaam voelen. Zoals het kommaatje in ‘Tollens' gedichten’ de onzichtbare genitief signaleert, vertegenwoordigt de komma ook wel het verborgen suffiks: ‘het volgende gesprek in een Parijs' warenhuis’ (N.E. 11 I '47); ‘een onvruchtbare Londense conferentie en een Parijs' vredesdebat’: ‘op de Parijse bijeenkomst’ (Vk. 23 X '46). We laten ons door ‘de Philips'

[p. 210]origineel

radiotoestellen’ (C. 17 IX '41), en ‘het 's-Hertogenbosch' Mannenkoor’ (Vk. 13 I '47), niet in een warnet van kwesties vangen: -er wacht!

Koenen-Endepols spelt H.B. Esser (364) en Esdeapeeër (879); anderen spellen: ‘Een M.T.S.er’ (Vk. 7 III '47); in Duitsland ‘grijpt de t.b.c.er als een middeleeuwse plaag om zich heen’ (N.E. 20 IX '47). Ik zou het verbindingstreepje niet meer noemen; nu moet ik het toch nog signaleren in kombinatie met de apostrofe: ‘Onze E.H.B.O.-'ers verplegers en verpleegsters.... kunnen het gewoonweg niet missen’ (M. 23 XII '37); Mussert werd ‘door de opgestane N.S.B.-'ers met een daverend ‘Hou zee’ begroet’ (U.C.); ‘De K.F.C.-'er probeerde het even daarna zelf’ (M. 29 XI '37), in afwisseling met de ‘K.F.C.-er’. Waren bij het achtervoegsel 's(ch) vooral eigennamen aan bod, 'er sluit bij voorkeur aan bij initiaalwoorden, die gemeenlijk naar de letternamen afgelezen worden, ook wel eens geschreven: ‘fascisten en antisemieten, Peebeedeeaa'ers en Veekaapee'ers, Romme en Rome en alles tegelijk’ (U.K.D. 1 V '46). De volledige namen raken gans op de achtergrond; de afleiding met -er is trouwens op de letterafkorting gebaseerd: ‘Het is een spel, geschreven voor A.J.C.'ers’ (Simons V 429; 657: ‘A.J.C.'s’): Arbeiders Jeugd Centrale. ‘Zoo luidde de stereotype vraag van den B.S.'er’ (U.K.D. 26 XI '46): Binnenlandse Strijdkrachten. Duits wordt nederlands: ‘Omtrent den overval op de Oude Kamp vertelde de militair P. Visscher, bij wien de B.S.'ers aanwezig waren, dat landwachters en S.D.'ers daaraan deelnamen’ (U.K.D. 1 VIII '46): Sicherheitsdienst; ‘De voornaamste beschuldiging was wel het verwijderen van bloedgroepteekens bij S.S.'ers’ (U.K.D. 22 II '47): Schutzstaffel. Overigens beken ik gaarne, dat al dat geletter mij meestal niet veel of niets zegt: ‘daarom zullen vooral veel jongere C.V.P.'ers de Vlaamse strijd zeker voortzetten’ (N.E. 23 XI '46); ‘De HHIJC'er Boersma mist daarvoor toch voldoende ervaring’ (Vk. 28 II '47). Ik kan deze voorbeelden verveelvuldigen. - ‘Van de overtollige Amerikaanse legertransportvliegtuigen heeft de maatschappij 10 C-47'ers gekocht’ en ‘14 C-54'ers gepacht’ (Vk. 2 III '46); ‘Stalen vogels, Flying Dutch'ers’ (Linie 13 VI '47); het ‘vliegveld Forneby waar de Oslo'ers trotsch op zijn, is gespaard’ (N.E. 3 VIII '46).

Tegenover: ‘De A.D.Z.'ster begon goed’ (M. 11 VIII '38), moet ik wel stellen: ‘De A.D.Z.-ster won ditmaal met flinken voorsprong’ (U.C. 16 III '39). Een tweede gekommaad 'ster heb ik niet bij de hand. Waarom de apostrofe hier geen sukses had, kan ik niet eens gissen.

Ik besluit met enige curiosa uit de verbale fleksie: ‘Zijn stem echo'de door de spelonk’ (Vk. 9 I '48); ‘en hij race'de van Antwerpen naar Oosterhout’ (v.d. Bergh, Myst. krachten 80), ‘en telkens, bij een witte lap gekomen, time'de hij zichzelf’ (129); ‘en de Reiger taxi'de naar het startpunt’ (C. 6 XII '38); ‘We landen te Nairobi, radio't Pestman op de korte golf’ (M. 21 XII '38); ‘op het poloveld wordt gepolo'd’ (Maandagm. 10 VIII '36); ‘de heren hebben gejij'd en gejou'd, enfin het was geen mooie vertoning!’ (Linie 26 III '48); ‘waarop.... uit Londen het contrawachtwoord was teruggeradio'd’ (Linie 30 IV '48). Koenen-Endepols leert het terecht anders: echoën, echode, geëchood (241), taxiën, taxiet, taxiede, getaxied (1029), skiën, skiede, geskied (931).

Al kan de apostrofe goede spellingdiensten bewijzen, wat ik als kommabacil aankondigde krijgt tot slot: komma-paskwil.

P. Gerlach Royen O.F.M.