De Nieuwe Taalgids. Jaargang 47


auteur: [tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De


bron: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 47. J.B. Wolters, Groningen, Djakarta 1954


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[p. 77]

Verschoppelingen in de Nederlandse woordvoorraad: substantieven op -name en -gave.

Onlangs bereikten mij de volgende vragen: In een bedrijf wordt sinds veertig jaar voor aandeel hebben de term deelname gebruikt. Is dat goed Nederlands, of moet het deelneming luiden? Pleit voor deelname dat deelneming reeds algemeen gangbaar is voor deelnemen in iemands leed?1)

De eerste vraag was voor puristische taalgeleerden van de vorige eeuw gemakkelijk te beantwoorden. Sinds Siegenbeek en M. de Vries is deelname als germanisme gebrandmerkt. Het komt dan ook in het WNT niet voor, terwijl deelneming in deze betekenis met een aanhaling uit Mr. Vissering gewaarborgd wordt. Jongere taalzuiveraars, als Charivarius met zijn medestanders, sloten zich daarbij aan.

De tweede vraag, die de mogelijkheid van differentiatie van betekenis onderstelt, vindt steun in een zin als de volgende: ‘De deelname aan de begrafenisplechtigheid was overweldigend, een bewijs van deelneming bij dit zware verlies’. Dat inburgering van germanismen taalverrijkend kan werken, is een bekend feit.

Voor de moderne taaigeleerde, voor wie de levende beschaafde omgangstaal en de algemeen aanvaarde geschreven taal de norm is bij de beoordeling van zulke ‘indringers’, is de zaak dus minder eenvoudig dan voor de verstokte puristen.

De vorming van substantieven op -name is in het hedendaagse Nederlands niet zeldzaam. Daaronder zijn er stellig die voor ons taalgevoel te sterk aan Duitse voorbeelden herinneren, maar andere die als algemeen gebruikelijk door iedere Nederlander zonder bezwaar gebruikt zullen worden. Aan toename2), afname, ter overname zal men niet licht aanstoot nemen. Niet of aarzelend aanvaard zijn b.v. aanname (= veronderstelling), ter kennisname3). Opmerkelijk is dat de reeds vermelde differentiatie van betekenis er toe leidt dat de woorden op -name een meer konkrete betekenis krijgen dan die op -neming. Men spreekt in het algemeen van toeneming en afneming van de bevolking, maar als men zegt: de toename, de afname bedraagt 10%, dan denkt men vooreerst aan een aantal bewoners4)

Een fotograaf spreekt van een opname (= foto), waar opneming onmogelijk zou zijn. Verderop zal blijken dat hetzelfde verschijnsel zich voordoet bij substantieven op -gave.

Schönfeld (Hist. Gr.4, blz. 118 - 119) heeft er al op gewezen ‘dat -name ontstaan is onder Duitse invloed, maar bevorderd door gave (= geven), sprake (= spreken)’5). Woorden op -gave zijn ook steviger geworteld dan die op -name, omdat konkurrentie met -geving vaak niet mogelijk is. Naast de overgave van een vesting bestaat niet: overgeving (mogelijk heeft dat, in bepaald verband, invloed gehad op het gebruik van inname van dezelfde vesting). Teruggave is gewoner dan teruggeving.

[p. 78]

Overhelling naar een konkrete betekenis komt herhaaldelijk voor: een opgave kan een rekensom zijn, een uitgave een boek of een geldbedrag, een weergave1) een reproduktie. Daarbij is te letten op de meervouden: opgaven, uitgaven.

C.G.N. de Vooys.