Onze Taaltuin. Jaargang 1


auteur: [tijdschrift] Onze Taaltuin


bron: Onze Taaltuin. Jaargang 1. W.L. & J. Brusse, Rotterdam 1932-1933


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

Bladvulling

Aangaande het woord ‘forsch’ lezen wij in het Nederl. Woordenboek, dat het van het znw. fors zou zijn gevormd naar het voorbeeld van de bnw. op -sch. Deze verklaring is bevreemdend, daar de bijvoeglijke uitgang -sch in dit geval niet hoorbaar was. In het nnl. bestond naast het znw. ‘fors’ het bijw. bnw. ‘forselike’ (bij Kiliaen ‘forsig’). We mogen vermoeden, dat uit ‘forselike’ (ev. forsig) naar het voorbeeld van andere paren van adv. (en adj.) op -like (ev. -ig) en adv. en adj. zonder dien uitgang, het (adv. en) adj. ‘forsch’ is geabstraheerd.

G.S.O.