[p. B1r]
origineel
Aen de Ionckvrouwen van Nederlandt
.
A
Ls
Venus
goedertier de Liefd' ter werelt bracht,
Wiert
Iupiter
beroert; die terstondt alle Goden
In s'hemels hooghste zaal, liet dagen door zijn boden,
Die aen dit kints gedaant oordeelden met voordacht,
Dat hy de menschen zouw' beroeren met tweedracht:
Dies zy bestemden al, dit dertel wicht te dooden:
Venus
dit haast vernam, is met haar kindt ghevloden,
En bracht het om te voen by u, O zoet gheslacht!
Dit kindt heb dy ghevoedt, gheleert, en boven dien
Met boogh' en pylen straf ghewapent en voorzien;
Het treft (naer uwen wil) ons met zijn scherpe stralen,
Dat wy als Zwanen droef' voor onzen ondergangh,
Met een treurigh gheluyt, u bieden ons ghezangh:
Jonckvrouwen
u ghezicht laat min'lijck daer op dalen.
Liefde verwinnet al
.
I.V. Vondellen.