Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 7


auteur: [tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde


bron: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 7. E.J. Brill, Leiden 1887  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet


 i.s.m. 
[p. 261]

Saksische namen van planten en delfstoffen.

Korten tijd geleden is de boekerij der Universiteit te Utrecht verrijkt met een klein handschrift, 124 bladen groot, dat, behalve twee bladen met versregels uit lateren tijd, een medicijnboek bevat, welks schrift op de 13e eeuw als tijd van vervaardiging wijst.

Op sommige punten vertoont het eenige overeenkomst met het door Prof. K. Regel beschreven Gothër1) medicijnboek, doch over het geheel wijkt het hiervan aanmerkelijk af, terwijl de overeenkomstige artikels in redactie nog al verschillen. Wellicht zal men mogen aannemen dat beide uit eene bron afkomstig zijn, waaruit ook het Wolffenbuttler hs. nog al het een en ander heeft genomen. De taal van ons handschrift wijst op de oostelijke provinciën van ons land of op de westelijke streken van Duitschland, grenzende aan Overijsel of de Graafschap Zutfen.

De vervoeging van het werkwoord is zuiver Saksisch; vormen als tt, tht voor cht worden meer in gedenkstukken uit die streken aangetroffen, terwijl tot in Twenthe nog heden nicht voor ndl. niet gehoord en ook in andere charters gevonden wordt. De ch = ndl. k, in dit hs. voorkomende, schijnt niet volkomen de waarde van ndl. ch of hd. ch te hebben; de h is hier wellicht van dezelfde waarde als in de spellingwijze gh: op dezelfde bladzijde toch vindt men c, k en ch, b.v. merchwortelen 102, mercsap 104, dôc 109, dôk 115, dôch 107

[p. 262]

voor ndl. doek; ôc, ôk en ôch voor ndl. ook worden dooreen gebruikt. Niet onmogelijk is het echter dat het van een Duitsch voorbeeld is overgeschreven, hiervoor pleiten twee vormen nl. trinke en leffele 109 v. waarnaast 121. r. weder lepel.

Uit dit hs. waarvan ik in eene volgende aflevering meer hoop mede te deelen omtrent taal en inhoud, heb ik thans de namen der planten, steenen en andere stoffen opgeteekend. Eenige dezer plantnamen waren door behulp van Dieffenbach Gloss. Lat. Germ. wel te bepalen; waar deze te kort schoot, was mij een ander hs. der bibliotheek alhier van dienst, nl. Script. eccl. no 83, dat op blz. 174 e.v. eene lijst bevat getiteld: Apothecariorum synonima, waarin naast allerlei Latijnsche benamingen de Germaansche gevoegd zijn. De lijst is door mij aangehaald als Ap. Sy.

Namen van Planten, Kruiden, enz. in hs. 414 ms. var. Utrecht.

adick (Sambucus ebulus) 61. r. beren de uppe deme adicke wasset.
adicwortel 8. v. nim...adicwortelen half also vele (recept. v. oximel).
affresia (Euphrasia officinalis) 26. r. De sere hostet, de scal nemen lacricien, de scone si scaven, unde hertes tunghen, helpe, affresia.
afrude (Abrotamum-averuit Ap. Sy. 177) 75. r. afrude is het unde droghe, der vrowen moder openet se, enz. 122. r. wedder der vrowen suke:....se scaloc seden an wine afruden.
agrimonie (Agrimonia eupatoria) 106. v. wan der hut ser:....wirp dat in agrimonien. 122 r. wedder der vrowen suke: se scal oc seden an wine afruden, agrimonien.
alant (Inula helenium) 76. v. Alant is warm unde vuchtich, he is gůt to der borst, to der lunghen, enz.
alandeswortel 107. r. wan der hut ser:....drinch enen ghoden thoge alandeswortelen, de an wine ofte and bere soden si.
[p. 263]
aloe paditum (Aloe hepatica) 10. v. dar sculttu to don alloe paditum ene halve marc wicht. 78. r. aloe paditum dat is het unde droghe, it reyneghet den magen dat hovet unde de lede, enz.
allune (Alumen salsum Ap. Sy. 175) 58. r. weder dat muntser van der sucht; Nim allune deme de munt to dicke is van der sucht, do dat twischen de tenen.
anis (Pimpinella anisum) 4. v. weder de hette:....holpe also vele, anis also vil klene gepulveret. 20. r. van deme grawen stene:...witkomen sat; netelensat unde anis 67. v. anis is het unde droghe, he vordrift de groven vuchticheit des minschen.
appel, apel 92. r. appele 92. v. - 22. v. sote appelle, 92. r. wirt vullicheit des kornes unde wines noch, klen apel. 92. v. vele appele wasset.
attrament (Chalcantum) 20. v. van deme grauen stene:...nim attramentes also vele unde pulvere ene clene.
aurine (Gentiana centaurium) 3. v. gechen de hette:....so scoltu nemen awrinen unde wermoden sat. 78 v. Aurine is twigerhande, grot unde clene. 103. r. he sede an wine polleyen aurinen, batonien. 105. v. sowe den spolworm hevet de sede awrinen mit wine.
batonien 103. r. 119. v. betonie 36. v. (lactonica 70) (Betonica officinalis): van der kellenden gycht:....de neme betonien. 103. r. he sede an wine polleyen, aurinen batonien. 109. v. weder de moter: nim nacht unde dach unde wermoden, batonien.
benedicta (Geum urbanum) 115. v. nim wuntcrud, fenekel, benedictam.
beneriscen 58. r. (l. beverisce?) (berberis?) weder de kidlende gicht: Nim ruden, salwen, der like vele, nim beneriscen.
benwelle (Symphytum officinale) 102. r. weme de derme in de macht gath: de sede in wine polleyen, porloch, benwelle.
berenworth (Selinum palustre - baldemonia Ap. Sy. 197.)
[p. 264]
24. v. ofte en minsche tobroken si:....so scultu nemen berenworth unde helpe.
bertram, berteramen (Anthemis pyrethrum) 26. v. de sere hostet: du scult nemen bertram pulveret also vele also up eneme pennighe liggen mach. 52. v. dus make ene pillen:....nim honichsem unde en clene bertrammes. 110 r. weder dat witte in den oghen: pulvere twe des berterames unde eyn del ingevers.
bete (Beta vulgaris) 22. v. van deme sweren in deme live:....peper scultu vormiden....beten unde rove, gense, enede, note unde plumen.
bevenelle (Pimpinella satifraga) 115. v. sut bevenellen in alden bere unde gif eme alle dage drinken.
bevergeyl (Scrophularia minor of herba trifolii febrini) 15. r. van den de sic vorvat an dranke: nim lorberen unde bevergeylen. 38. r. van der suke der vrowen:....so scaltu nemen bevergeylen unde lorberen like vele.
beveritze (Berberis?) 110. v. weder de gicht:....unde beveritze helpt oc darto gegethen. 109. r. de sede salvien, beveritzen, hintberen.
billenkrut (Hyoscyamus niger). 35. v. weder de kolden gicht:....he scal nemen hedernetelen unde billenkrut like vele. 118. r. dit is aggrippa: nim billenkrut, hedernetelen.
billenwortelen 37. r. van der kellenden gicht:....he neme billenwortelen, dranwortelen. 105. r. to deme hugen: nim billenwortelen unde make de to pulvere.
bivot (Artemisia vulgaris) 103. r. welic vrowe der blomen nicht en hevet: de sede in alden bere; sevenbom, sincgrone, bivot. 103. v. so welker vrowen der dat kint im deme live gestorven is, de scal to semene stoten ruden unde bivot, venecol, enz.
bladelose 34. r. (Crassula maior - Steynbladelose Ap. Sy. 201). Nim persikstene, holwort like vele, bladelosen unde dat witte van twen eygen. 116. r. nim....lindenlof, bladelosen, levestok.
[p. 265]
bli dat. s. blye (Plumbum) 47. v. scrif dit an blye.
blionien (Bryonia alba) 36. v. van der kellenden gicht: de neme betonien, blionien.
blôtsten 46. v. (Bolus armenus Ap. Sy. 176) - (Lapis haematites Ap. Sy. 206) weder den blotgauck:....unde wriven den blotstên mit deme sape in ener scotelen.
bliwit 118. v. bensalve: nim bomolie unde bliwit.
bockeshorn (Cassia fistula Ap. Sy. 204) 41. v. So welliker vrowen de hevemoder klemmet umme dat herte, de scal nemen bockeshorn.
bomolie 114. v. weder dat horend:....dar sal men in don win unde bomoly. 118. r. dyalte:...do dar to bomolye unde sla it togadere.
bomvaren 121. v. weder de borst: nim bomvarenswortelen, nim smerwortelen, nim dranwortelen.
bomwulle (Bombyx) 114. r. weder dat horend: des morgenes sal men dat ut wisken mit bomwullen.
bone (Phaseolus vulgaris) 63. v. weder den brant: nim bonin unde sud de also langhe dat du de oversten hut afdrucken moghest.
bonenstro 40. v. so welich vrowe vorvroren is an deme kindelbedde....de scal nemen erwstenstro, bonenstro, wickenstro.
born (Aqua) 35. r. en salve:....so dwa he de illustratieghen mit kolden borne, do den darna rosenwater in de illustratieghen. 115. r. nim linsat unde sut dat sere mit borne.
botter, boter 63. v. weder den brant:....unde nim meyghesche boteren unde luttere de an watere van deme solte. 81. r. make negen killustratieken van weteme mele unde bestrike de mit botteren. 117. r. nim olde boteren unde smelte de.
bramberensap (Rubus fructucosus) 109. v. unde drinch der bramberen sap.
dachtelensten (Achates?) 84. r. Nim en dachtelensten unde scaf dar af an ber unde gif ener vrowen drincken de des kindes nicht ghenesen kan.
[p. 266]
darenwortelen (Conyza squarrosa) 31. r. van der adheren:....he neme darenwortelen.
dranwortelen 37. r. van der kellenden gicht:....he neme billenwortelen dranwortelen. 117. v. dyalte:...nim dranwortelen. 121. v. weder de borst:....nim smerwortelen, nim dranwortelen.
diadragantum 26. r. de sere hostet:....so is de gut to helpende met desseme drierhande lactuarium: diapendium, diadragantum unde penic.
dyalte 24. r. (uit altheawortel) ofte en minsche to broken si:....du scult die sere smeren mit dyalte. 117. v. dit is dyalte: etc.
diapendium 26. v.s. diapendium diadragantum unde penic.
dyorenticum 39. v. van der suke der vrowen:....eyn pulver het dyorenticum.
dragantum, dragant zie naderwort. (draguntea-aderwort, drakenwort Ap. Sy. 187 en 230) 4. v. dragant eyn half lot wicht. 78. v. scal men dar to don mastix ofte dragant. 120. r. dragantum.
driakel 47. v. (Theriakel) so we ene fistelen an der wanget hevet: de neme driakelcrut unde stote dat an eneme mosere. 48. r. adderbeet - men neme driakel.
ekenlo 32. r., weder den harworm:....twige des daghes wasche it mit ekeneme lo. 33. r. Weder dhe varenden:....scave eme dat pulver in dat sere unde waschet ene des avendes unde des morgens mit ekenlo.
elhorn 14. v. (Sambucus nigra) hollenderen holt (2e hand) dat is elhorn efte vleder 58. v. weder de kolden gycht: nim elhorn. 80. v. elhorn, naderwort ghesneden unde scaven.
elren lof (Betula alnus) 32. r. iunck elrenlof scultu bernen to pulvere, so wor en ser is dat nen salve helen kan.
embrenwortelen (Solanum quadrifolium bacciferum) 22. r. van deme sweren in deme live:....so scultu nemen embrenwortelen, naderwortelen.
emeteneyere 114. r. weder dat horend:....efte men sal nemen emeteneyere, vrowenmelch, porrolokis sap unde segen gallen.
[p. 267]
engever (Amonum zingiber) 19. r. wan deme maghen vorkoldet is: he scal nemen enghever, galegan, pardiscorne. 69. v. enghever is to manegken dinghen gůt nutteren getten ofte sloken. 110. r. weder dat witte in der oghen: pulvere twe des betterames unde eyn del ingivers. 121. r. ingibe conditum:....unde engever dat verde del.
eppesat (Apium graveolens) 109. v. weder den bucbete: pulver peper, eppessat enz.
erwitte 22. v. 119. v. walesce erwite 53. v. (Pisum) - 22. v. visch, loc, erweten scult tu vormiden. 119. v. weder dat water: nim varn...grone erwitte an scoden. 53. v. unde make de pillen dat se werden also walesce erweten.
erwitenstro 40. v. so welich vrowe vorvroren is an deme kindelbedde....de scal nemen erwitenstro, wickenstro.
esela (Euphorbia esula) 18. r. van der ro spise:...so scalt tu eme des pulveres gheven van der esela ene halve walnut scelle vul in deme oximelle.
esclaminor 10. r. (Chelidonia?) Dit is en drank: Nim esclaminor dat krud.
espenlof (Populus tremula) 35. v. so we de kolden gicht hevet de scal in deme meyghe nemen espenlof unde scal dat seden.
etek (Acetum) 9. r. dre bekere godes etekes. 21. r. senep unde etek is eme bose. 107. v. make heden nat in starkem eteke.
galigan (Maranta galanga) 19. r. wan deme maghen vorkoldet is:....he scal nemen enghever, galigan enz. 67. v. galigan is het unde droge he reyneghet den maghen van den bosen flecma.
gartkomensat 39. r. (Carum carvi; Cuminum alexandrinum Ap. Sy. 201. van der vrowen suke: nim venecolsat, peterciliensat, gartkomensat.
(gentiaan) enciane (Gentiana lutea) 16. v. van der ro spisen: de scal nemen encianen unde scal se eten.
gerste 108. (hordeum vulgare) v. theghen de spruten des antlates:....nim fenugretum unde gersten.
[p. 268]
gerstenber 21. r. van deme grawen stene: he scal vormiden nige ber unde gerstenber.
gerstenmele 64. r. weder den swellen: Du scolt nemen duvenmist unde gerstenmele.
gerstenmolt 106. v. van der hutser: de scal nemen gerstenmolt, bruwe dar af ber dat dicke si.
gest 21. r. he scal vormiden nige ber unde gersten ber, gest unde eygersupent.
gerstenstro 31. v. so welich minsche de harworm hevet de scal nemen gerstenstro unde bernen dat to oselen.
grensich (Potentilla anserina) 118. r. Dit is agrippa: nim hedernetelen like vele unde grensinck.
spanes grone (Cortex eris Ap. Sy. 175) 32. r. weder den harworm:....spanes grone unde pulvere dat klene.
hart (Resina) 115. v. 2 maal. van der salven: nim alt smer unde smelte dat unde luttere dat van deme solte unde do dar hart to. -....dat stot to semene an eme mosere unde do it to deme smolte unde to deme harte.
haverber (Avena sativa) 12. v. goden win scal he drinken, god wetenber eder haverber.
havergrutte 3. r. gechen de hette: dunne havergrutte sere soden sint eme och got.
haverstro 57. v. van deme vlote der brust. nim haverstro unde berne dat to aschen. 109. v. van den bladeren:....dat de asche si van haverstro ghebrant.
hede (Stuppa, werk) 30. v. Nim heden van vlasse unde legge de darin. 83. v. unde nim heden unde make enen plaster darvan. 43. r. dhe open is twischen velle unde vleysche: de neme heyden unde sprochwiden.
hedernettele 35. v. (Archangelica urtica urens) weder de kolden gicht: he scal nemen hedernetelen unde billenkrut. 106. v. wan der hut ser:....nim hedernettelen unde solt. 118. r. nim billenkrut, nim hedernetelen like vele.
helpe, holpe 4. v. (Marrubium vulgare) gechen de hette:....ysopen en half verdinc wicht, holpe also vele. 24. v. ofte
[p. 269]
en minsche tobroken si: so scolt tu nemen berenworth unde helpe. 120. r. fiolen, helpe suddistelen, lungewort.
hertes horn (Cochlearia coronopus) 20. v. van deme grawen stene:....du scult nemen crevetes steyn unde herteshorn.
hertistunghe (Asplenium scolopendria) 4. v. gechen de hette:....so scal men nemen hertestunghen. 76. r. celeya...dat is lic der hertistunghen. 82. r. van der lungen:....de scal seden an watere lacricien, hertistunghen. 120. r. nim hertistungen enen halven verdinc.
heslin-, hesline somerloten 48. r. (Corulus) so wene en adhere ofte en slange gesteket:...de neme hesline somerloten unde hete de an deme vure.
hintberen 109. r. van den bladeren: sweme de bledere in deme antlate uplopet unde werdet de roven, de sede salvien, beveritzen, hintberen.
withofkomensat (Cuminum cyminum) 20. r. van deme grawen stene: nim...mercsat, withofkomensat.
hollender (Sambucus) 14. v. de sik vorvat an dranke: nim hollenderen holt (dat is elhorn efte vleder).
hollenderes wortelen 8. v. oximel: nim venicoles wortelen....hollenderes wortelen eyn clene, redic wortelen.
holwort (Aristolochia clematitis) 34. r. en salve: nim persikstene, nim holwort like vele. 72. r. Holwort is twierhande, de ene is senewalt, de andere lanch.
honich, honeg - homelenhonich 35. v - 9. r. do dar to enen beker honeges. 35. v. en oughen bote: nim hasen braghen unde homelen honich.
honighsem 57. v. weder den snuven:....nim honighsem unde make dat even dicke; lat dat stan achte daghe.
hoppe (Humulus lupulus) 119. v. weder dat water: nim varn unde grone bonen an scoden, grone wicken unde hoppen. 60. r. en gut bote den vrowen:....reynevanen hoppen, sud dat an en une ketele.
hor (lutum) 52. v. weder dat swellen in deme halse: nim dat witte hor van ener gans, tempere it mit bere.
[p. 270]
hunswarf (Digitus veneris, cinoglossa?) 116. r. van der salven:....nim nachtscaden, crucewort, hunswarf.
huslok (Sempervivum tectorum) 30. v. van deme hovetsere: de neme ruden unde huslok 105. r. to deme hovede:...darna neme he fiolenwater unde huslokes sap. 116. r. van der salven:....levestok, venecol, huslok allike vele, stot dat.
ingibe conditum 19. r. wan deme maghen vorkoldet is:....du scult eme geven eyn lactuarium, dat het ingibe conditum. 121. r. dit is ingibe conditum.
iserne hart (Verbena officinalis) 122. v. swelich vrowe des kindes nicht nesen mach, der sal men seden bivot ofte iserne hart.
isope (Hyssopus officinalis) 101. r. Isope is heit unde droge...is gut der bosen lungen unde weder den bosen adhme enz.
calianderes sat. (Coriandrum saturim) 20. r. van deme grawen stene:....nim wegebreden sat, saxifrican sat, calianderes sat unde pendela.
kamfer (Camphora Ap. Sy. 249) 34. r. en oughen bothe:....du scult nemen kampferes so grot, dat do eme des avondes in de ougen.
cardemomen (Amonium cardamonium) 67. r. cardemomen sterket den maghen, se dowet de spise.
casrafistula 4. v. kastifistulam 120. r. (Cassia fistula - Bencrut, bockeshorn Ap. Sy. 248) 4. v. gechen de hette:...cassiafistula also vele. 120. r. kastifistulam, dragantum, rosen.
ceduare (Amonium zedoaria) 19. r. wan deme maghen vorkoldet is:....he scal nemen enghever, galigan, pardiscorne, zeduar. 69. v. ceduare is gůt ghegetten.
celeya (Aquilegia vulgaris) 76. r. celeya is ein crud dat wasset opper heyde, dat is lic der hertistunghen.
kernemelic 18. v. he scal vormiden...allerhande melic, sunder kernemelic
keselinghe (Lapis silex) 42. v. weder dat water: Nim nat sant ut deme watere unde grawe keselinghe unde graf de uter erde.
[p. 271]
circollen (Timbra sarcol Ap. Sy. 252) 108. r. chegen de antlates vlecke: nim ossengallen, do dar to circollen.
klie (furfur) 108. v. chegen de antlatesvlecken:....so werp dar in en luttel wetener clien. 41. v, nim popelen, weten clyen.
klufloc 55. v. clufloch 102. r. (Allium sativum) 55. v. en pille: nim bevergeylen unde klufloc. 102. r. he sal och seden an wine: swavel, clufloch.
cobeben (Piper cubeba) 67. r. cobeben sint gillustratiet, se maket bliden millustratiet se gift gillustratieden lucht deme munde.
comene (Cuminum) 68. v. comene is het unde droghe, he vordrift de bosen winde des maghen. 80. v. swe nicht wol pissen en mach: de scal stoten comen.
copilla 120. r. Dit is en vullenkomen sirop: nim hertestunghen enen halven verdinc, copillam, polipodium.
koperok (Vitreolum album sive galitzansteyn Ap. Sy. 176) 34. r. en salve: koperrokes so vele, so en doder van eneme eyge. 51. r. Soweme de senen untwi chehouwen sin: so nim koperoc gelutteret. 110. v. weder de vinnen:....stot dar to copperroc.
crevetessteyn 20. v. van deme grawen stene....du scult nemen crevetessteyn unde herteshorn.
kristiane (Astragalus glycyphyllos) 120. r. dit is en vullenkomen sirop: nim hertestungen....lacrisien, kristianen.
crucewort (Senecio vulgaris) 116. r. van der salven:....nim nachtscaden, crucewort, hunswarf.
quede (Pirus cydonia) 33. r. so weme de vote utvallet an stucken: de scal nemen queden unde scal de an klenen pennighen sniden. 114. r. weder dat horent....de sal ene witte gans vullen mit eme witten ale unde mit twen queden.
lacrisie (Glycyrrhiza glabra) 29. v. van deme hughe:...eten sucker unde lacricien, 67. v. Lacriscie is ghetemperet...se is gut weder den husten. 82. r. van der lungen;...de scal leden an watere: lacricien, hertistungen. 120. r. lacrisien, kristianen.
[p. 272]
lacricien sap 120. r. lungewort, lacriciensap desser allike vele.
lactonica (l. Batonica) 70. Lactonica is het unde droghe, he is gůt mit wine unde mit honighe druncken weder dat water.
leverblome (Anemone hepatica) 3. v. gechen de hette:....dar scolt tu to don leverblomen.
levestok (Ligusticum levisticum) 101. v. Levestok is heyt unde droghe, he dowet wol de spise. 116. r. van der salven: nim....bladelosen, levestok, venecol. Vgl. lubistoch.
levestockes wortelen 8. v. oximel:....levestockes wortelen also vele, mercwortelen. 30. v. van deme hovetsere:....de neme ruden unde huslok, levestockes wortelen.
lin. 102 r. weme dat lif sere dun is:....he scal och nemen gerstenmele unde lin.
lilienwortelen (Lilium candidum) 81. v. van deme swele:....so stot.
lilienwortelen unde van popelen. 102. r. weme dat lif sere dun is:....unde lin unde de wortelen van der lylien.
lindenlof 116. r. (Tilia) van der salven:....nim iunc lof van sprocwiden, lindenlof, bladelosen, levestok.
linsat 115. r. Nim linsat unde sut dat sere mit borne unde wrinc dat dor enen duch.
lodeke - slichte lodeke (Rumex acutus) 43. r. dhe open is twischen velle unde vleysche:....du scult nemen slichte lodeken wortelen. 107. v. Nim de wortelen van der smalen slitten lodeken.
loc (Allium porrum) 12. v. du scult molken unde lok unde anetvochele unde gense vormiden. 22 v. van deme sweren in deme live:....erwiten, loc scult tu vormiden.
lorbeer (Laura nobilis) 15. r. van den de sich vorvat an dranke:....nim lorberen unde bevergeylen. 105 r. to deme hovede: de neme polleyen unde lorberen. 38. r. van der suke der vrowen:...so scaltu nemen bevergeylen unde lorberen.
lortha 23. v. (in margine: dat is loreberen olye) dit is van
[p. 273]
der milten bote:....so scultu nemen lortha unde scult die bi deme vure mede smeren.
lovengel (Lavandula spica) 38. r. van der suke der vrowen:....so scaltu nemen bevergeylen unde lorberen like vele; do darto lovengele twie also vele.
ubistoch (Ligusticum levisticum) 103. r. welic vrowe der blomen nicht en hevet:....ofte se stote muchwort, lubistoch, sevenbom.
lubbestoc sat 20. r. van deme grawen stene:....so nim petercilien sat unde lubbestoc sat.
lumeken 122 r. 41. r. lumeken nortmanen 119 r.
(Veronica beccabunga) 41. r. so welich vrowe vervroren is an deme kindelbedde:....se scal lumeken seden mit gronen swinen smolte. 122. r. weder de borst: sut lumeken unde bade de borst daarmede. 119. r. weder de moter:....so scal se seden an watere lumeken nortmanen.
lungewort (Pulmonaria maculata) 120 r. dit is en vullen komen sirop:....sudistelen, lungewort, lacriciensap.
mandele 3. r. gechen de hette: mandelen, moseken is eme got.
marcedonie (Macedonicum-kervel) 36. v. so we de hevet (de kellende gicht)....de neme betonien, blionien, marcedonien.
marrobium (Marrubium vulgare) 60. r. en gut bote den vrowen:....nathtescaden, marrobium.
mastix (id. a. bertram) 77. v. mastix met colden watere drunken sterket sere der maghen. 78. r. mastix is gut den luden mit den bosen kenebacken. 78. v. scal men dar to don mastix ofte dragant.
materne (Matricaria parthenium) 103. r. welic vrowe der blomen nicht en hevet: de sede in alden bere sevenbom, sincgrone, bivot, popelen, materne.
medeke (Erythrodanum) 81. r. weder den scitten:...de neme negen medeke in der erde unde berne de to pulvere.
meghede blome (Camomillus) 32. v. weder de varenden:
[p. 274]
....sint se eme utgebroken dat se siget se scal he nemen meghdeblomen.
melic 68. r. melich 79. v. - 68. r. anis: den vrowen oket he de melic. 79. v. wil se dat de melich vorga.
mente (witte -), minte. 100. r. (Mentha silvestris) witte minte is heit unde droge, se sterket den magen.
mercsap (Sium latifolium) 104. v deme de nese gerne blodet, de drinke mercsap. 105. v. de drovich is de drinke stedes mercsap.
mercsat 20. r. van deme grawen stene:....nim lubbestocsat, mercsat, wit hofkomensat.
mercwortel 8. v. merchwortel 102. r. 8. v. oximel: nim venicoles wortelen unde petercilien wortelen like vele, mercwortelen also vele. 102. r. weme dat lif sere dun is: de scal stoten vencoles wortelen, merchwortelen.
morate 74. r. (Cochlearia amoracia) (Rude) mit moraten sape unde mit honighe menghet.
minium (rot) 119. r. weder den bucbete: de neme rot minium unde wrive dat mit wine.
moseke 3. r. gechen de hette:....mandelen moseken is eme got. 27. r. de sere hostet:....so welikerhande moseken ofte vleysch ghe nuttechet.
muchwort? 103. r. welic vrowe der blomen nicht en hevet:....ofte se stote muchwort, lubistoch.
muschate (Myristica fragrans) 41. v. so welicer vrowen dat herte wateret unde kranc is, de neme muschaten. 66. v. muschaten blomen is het unde droghe; se sterket de leveren unde de milten.
muschatenblomen 41. v. so welker vrowen dat herte wateret unde kranc is de neme muschaten unde muschatenblomen.
nacht unde dach (Parietaria officinalis) 13. v. Dhu scult nemen nacht unde dach, de hebbet gele blomen unde blawe. 119. r. Nim nacht unde dach unde wermoden.
nachtschade (Solanum nigrum) 116. r. van der salven:
[p. 275]
....nim nachtscaden crucewort, hunswarf 60. r. en gut bete den vrowen: nim bivot, petercilien wortelen, nathtescaden.
naderwort (Serpentina herba - dragantea Ap. Sy. 187) 22 r. van deme sweren in deme live: so scult tu nemen embrenwortelen, naderwortelen 40. r. van der suke der vrowen: naderwort, bevergeylen, lorberen. 80. v. so we nicht to stole gan en mach:....elhorn, naderwort.
negheleken 67. r. (Caryophyllus aromaticus) Negheleken sint het unde droghe, se sterket den maghen, de leveren unde alle de dinck.
negenkracht 43. r. (Tussilago petasites), Dhe open is twischen velle unde vleysche: de neme heyden unde sprochwiden, negenkracht. 119. v. scorflodeken, negencraft.
nenocwortel 60. r. (Nymphea?) Additamentum by: en gut bote der vrowen, nim bivot, petercilienwortelen.
nortman 44. r.? van der leveren:....de neme clene popelen, nortman, warmoden like vele.
netelensat (Urtica divica?) van deme grawen stene:....nim....withofkomensat, netelensat unde anis.
note (Nux) 22. v. note unde plumen, berin unde honich unde sote appelle, grof brot scultu vormiden
orendula (Eryngium-orengel, walddistel. Ap. Sy. 193) (121. r. ingibe conditum: nim de wortelen van orendula, wassche se scone van deme saede.
ossengalle 103. r. (Fel tauri 207. Ap. Sy.) thegen de antlatesvlecke: geghen de bulen unde de wulle unde vlecken des antlates: nim ossengallen, do darto circollen.
ouscellen 33. v. (2) en ouchen bothe: nim ouscellen unde berne de to pulvere.
paradiscorn (Cardamomum maius) 19. r. wan deme maghen vorkoldet is:....he scal nemen enghever, galigan, pardiscorne. 59. v. weder dat water:...nim...peper, paradiscorn.
pedic 10. r. (Medulla plantarum vel arborum) dit is en drank: nim esclaminor, dat krud....de wortelen scult tu....scone scellen unde nemen de rinden ane pedic.
[p. 276]
penic 26. v. (Feniculum porcinum-Penicum Ap. Sy. 191) de sere hostet:...diapendium, diadragantnm unde penic, desser drierhande lactuarium.
pendela (Filopendula Ap. Sy. 207) 20. v. van deme grawen stene:....calianderes sat unde pendela.
peper (Piper nigrum) 22. v. van de sweren in deme live:....peper scultu vormiden. 59. v. weder dat water;....nim peper, paradiscorn.
persikstene (Amygdalus persica) 34. r. en salve: nim persikstene, nim holwort like vele.
petercilie (Apium petroselinum) 8. v. oximel: nim venicoles wortelen unde petercilien wortelen. 69. r. Petercilie is het unde droghe. Galienus spricht, enz. 103. r. welic vrowe der blomen nicht en hevet: de sede....petercilien, venecol.
plume (Prunus domestica) 22. v. van deme sweren in deme live: noten unde plumen....scult tu vormiden.
polipodium (z. varn) 120. r. dit is en vullenkomen sirop: nim hertestungen enen halven verdinc, copillam, polipodium.
polleygen - polleyen. (Mentha pulegium) 27. r. Nim salvien unde polleygen. 102. r. de sede in wine polleyen, porloch. 105. r. de neme polleyen unde lorberen.
popel, poppel (Populus nigra) 44. r. Van der leveren:....de neme clene poppelen 61. v. weder den vorstal: nim popelen 81. v. van deme swele: so stot lilienwortelen unde van popelen. 103. r. de sede in alden bere:....bivot, poppelen, materne.
popelio 31. r. (id.) van der adheren:....unde bestrike dat swel mit popelionen.
porloc 122. r. porloch. 102. r. porrolokis sap. 114. r. (Allium porrum) 102 r. deme de derme in de macht gath: de sede in wine polleyen, porloch. 122. r. weder der vrowen suke:....porloc mit petercilien. 114. r. weder dat horent:....vrowen melch, porrolokis sap.
pors (Myrica gale) 75. v. Pors is colt unde droghe, he vordrift de hette van deme hovede.
[p. 277]
radehelen (Agrostemma githago) 35. r. en oughen bote: de neme radehelen unde binde se umme den hals. 49. r. van den wunden:...nim rot wuntkrut unde radehelen.
redik (Raphanus sativus) 29. v. van deme hughe....so scultu eme gheven redik.
redicwortelen 8. v. dus maken en oximel:....redicwortelen, swerdelen wortelen.
reynvane (Tanacetum vulgare. Reynvayn = artemisia domestica matricaria media, Herba Marie maior, Ap. Sy. 177) 111. v. deme de luse de maghen eten: gif em den reynvanen in deme Meyn nutteren drinken.
relik 115. v. (vide rolik) van der salven:....ribwort unde reliken, dat stot to semene.
ribwort (Plantago lanceolata) 115, v. ribwort unde reliken, dat stot to semene an eme morsere.
roghenmel (Secale cereale) 11. v. du scult nemen roghen mel unde maken eynen koken unghesolten.
rolikensap relike (Achillea millefolium Ap. Sy. 186) 104. r. to deme siden ovele: drink rolikensap mit wine, dat helpet ane twivel.
roreswortelen (Arundo donax) 102. v. Sweme en pil efte en dorn in deme live steket: de neme unde stote roreswortelen.
rose 3. v. so scolt tu nemen aurinen unde wermoden sat unde droge rosen. 73. r. de rose is colt unde droghe, se is gůt geroken den luden.
rove 22. v. (Rappa-Navis Ap. Sy. 185) van deme sweren in deme live:....beten unde rove....scult tu vormiden.
rude (Ruta graveolens) 30. r. van deme hovetsere:....de neme ruden. 58. r. weder de killende gicht: nim ruden. 103. v. to semene stoten ruden unde bivot. 116. v. gicht salve: nim salvien, ruden, sevenbom.
safferan, sofferan (Crocus sativus) 27. r. de sere hostet: nim salvien unde polleyen like vele, unde pulvere dat, sofferan also vele. 80. v. swe nicht wol pissen en mach: de scal stoten
[p. 278]
comen unde leghen sapheram an win. 100. r. Sofferan is hert unde droge....efte men den sofferan etet mit der spise.
salvie, salue (Salvia officinalis) 27. r. Nim salvien unde polleygen. 74. r. van der salvien: Salvie is het unde droghe, se is gut der leveren etc. 121. En salve nim III saluen wortelen unde sede dat.
salsmer 43. r. (robbentraan). Dhe open is twischen velle unde vleysche:....du scult rede hebben salsmer.
sancamedia 36. v. van der kellenden gicht en bote:...de neme marcedonien, sancamedia.
saturea (Scaturea) 104. r. neset se dar van drade, se drinke satuream, - deme de milte to grot is, de drinke stedeliken satuream mit warmen watere.
saxifricansat (z. Stenbreke) 20. r. van deme grawen stene:....nim wegebredensat, saxifricansat.
seblad (Nymphaea Ap. Sy. 183) 13. v. Wiltu deme minschen helpen van der suke de ene is angewassen, so scoltu nemen seblades wortelen.
segengalle 114. v. weder dat horent:....efte men sal nemen emeten eyere, vrowenmelch, porrolokessap unde segengallen.
senep (Sinapis) 21) 21. r. senep unde etek is eme bose.
senepmolen 49. r. nim fenekel unde make et dor ene senepmolen.
sentauria 110. r. (vgl. aurine) deme de oghen ioken: Der sede sentauriam in virnen wine.
sevenbom (Juniperus sabina) 103. r. welich vrowe der blomen nicht en hevet: de sede in alden bere sevenbom. 116. v. gichtsalve: nim salvien, raden, sevenbom.
sindowe 41. r. Drosera rotundifolia, Alchemilla vulgaris, Leucopedion Ap. Sy. 192. So weliker vrowen de aderen bestoppet sint, dat se nene vrucht untfan mach: de scal nemen sindowen. 122 r. weder der vrouwen suke:....se scal oc seden an wine afruden, agrimonien, batonien unde sindowen.
sincgrone (Vinca minor) 103. r. welic vrowe der blomen
[p. 279]
nicht en hevet: de sede in alden bere sevenbom, sincgrove, broot.
sipolle (Allium cepa) 114. v. ofte mesal enen sipolen boven afsniden.
sceven 115. r. (voor een benwond) make enen knust van linenen doke unde bint dat mit den sceven.
skervel 114. v. wringen dat dor enen doch an enen gropen skervel.
scode (de bast) 119. v. weder dat water: nim varn unde grone bonen an scoden, grone erwitte an scoden.
scorflodeken (Rumex acutus?) 119. v. weder de moter:....sprocwiden, scorflodeken, negenkraft.
slee (Prunus spinosa) 77. r. De slen sint gůt, colt sint se unde droghe; van den spricht Dyascorides etc.
smerle (Amarillus) 33. v. so we hat en seren vingher: de scal nemen smerlen unde scult de tospliten, leghen eme up den vingher.
smerwortel 121. v. weder de borst: nim bomvarenswortelen, nim smerwortelen.
smolt 8. 2. en supent maken: vet mit smolte. 58. v. nim olt swinen smer, smelte dat, nim smolt, loghe licke vele.
solt 102. r. enz. Weme de derme in de macht gath:....he sal ook seden an wine swavel, cluflock unde solt.
sprocwide 116. r. 119. v. sprochwide 43. r. (Salix fragilis) 43. r. dhe open is twischen velle unde vleysche: de neme heyden unde sprochwiden. 116. r. van der salven:....hunswarf, iunc lof van sprocwiden. 119. v. weder de moter: nim nacht unde dach unde weermoden, batonien, sprocwiden.
stenblome 48. v. (Melissa calamintha?) so welich wunde inwort geblot hevet: de neme stenblomen unde seden de an wine.
stenbrekensat (Saxifraga granulata) 59. r. weder de kolden gycht: nim peterciliensat, mercsat, stenbrekensat.
storit (Styrax officinalis) 17. r. van der ro spise:....des verden daghes scolttu nemen storit also grot also eyn iung he-
[p. 280]
neney. 18. r. Is de minsche also kranc dat tu eme nicht en dorst storit geven, so gif em esela drank.
sudistel (Sanchus oleraceus) 120. r. dit is en vullenkomen sirop:....rosen, fiolen, helpe, sudistelen.
sunderclot 42. v. (Ferrugo calctuton) weder dat water:....nim sunderclot uter smede unde make den steyn unde sunderclot gloghendich. 56. v. do dar in glogendhe sunderclote.
surdegh 106. v. (Fermentum-suerdeich Ap. Sy. 208) wan der hut ser:....nim hedernethelen unde solt, eyn luttel sures deghes.
swerdelenwortel (Iris pseudacorus, Gladiolus domesticus-sweerdel Ap. Sy. 180) 8. v. dus maken en oximel:....redicwortelen, swerdelenwortelen.
swevel 107. v. swavel 102. r. - 102. r. Deme de derme in de macht gat: he sal och seden an wine swavel, clufloch unde solt. 107. v. Nim swevel, stot ene clene.
varn (Polypodium filix) 119. v. weder dat water: nim varn unde grone bonen an scoden.
fenekel 115. v. venecol 103. r. fenecol 79. v. (Anethum foeniculum) 79. v. wil de vrowe vele melich haven: de neme fenecol. 104. r. welich vrowe en dot kint:....de scal to semene stoten ruden unde bivot, venecol efte anis. 115. v. van der salven: nim wincrud, fenekel.
venecoles wortel 102. r. weme dat lif sere dun is: de scal stoten venicolas wortelen.
fenugretum 108. v. (Trigonella foenum, fenum grecum) theghen de spruten des antlates:....nim fenugretum unde gersten. 118. v. nim.
viffoltir 62. r. (Pentophyllon vyffblatcruit Ap. Sy. 255) weder den vorstal:....is it in deme wintere so nim watich viffoltir.
fiole (viola odorata) 4. v. rosen eyn lot wicht, fiolen also vele 74. v. fiole is colt unde vuchtich. 120. r. dit is en vullenkomen sirop: rosen, fiolen, helpe.
[p. 281]
fiolenwater 104. v. to deme hovede: de dwa dat vorhovet dicke mit colden watere, dar na neme he fiolenwater.
vilspane 38. v. weder der vrowen suke:....de scal nemen vilspane van ijseren.
vilt 51. v. (filtrum, cento) dar en ben untwei is:....leghe den vilt in de schenen unde leghe den vot uppe de dekene.
vleder (Sambucus) glosse op blz. 14. r. by hollenderen holt.
fumusterre 73. r. fumester 21. r. (2) (Diefb. 251 fumiterra nl. nonnenkrudt) 21. r. Van deme grawen stene:....so scult tu nemen fumesterre unde scult dat pulveren. - So scal he des fumester eynen goden toghe drinken. 73 r. fumus terre is warm unde droghe....
walnut 10. v. (Juglans regia) unde scult des pulveres dar in don ene halve walnut scellen vol. 43. r. nim also vele geghen ene halve walnut scelle vul.
walrave(?) 22. r. van deme sweren in deme live: so scultu nemen embrenwortelen....bevergeylen, walraven.
wepdorn 116. r. (Rosa canina) van der salven: nim dat lof van deme wepdorne unde stot dat mit reyneme smolte.
wegebrede (Plantago maior, Arnoglossa) 71. v. van der wegebrede: de weghebrede is kolt unde droghe; dor dat droghet se vule wunden.
wegebredensat 20. r. van deme grawen stene: nim wegebreden sat, saxifrican sat.
wermede 75. r. weermode 119. v. warmod 44. r. wormede 60. r. (Artemisia absinthium) 3. v. gechen de hette:...so scolttu nemen aurinen unde wermoden sat 44, r. van der leveren: de neme clene poppelen, nortman, warmoden like vele. 60. v. en gut bote den vrowen:....sud wormeden in olden bere. 75. r. wermede is het unde droghe, se vordrift och den slim van deme munde des maghen. 119. v. weder de moter: nim nacht unde dach unde weermoden, batonien.
wetenber (Triticum sativum) 12. v. goden win scal he drinken; god wetenber eder haverber.
wigle 43. r. (salix?) dhe open is twischen velle unde vley-
[p. 282]
sche: de neme heyden unde sprochwiden, negenkratht mit der wiglen like vele.
wicke (grone-) (Vicia) 119. v. weder dat water: nim varn unde grone bonen an scoden, grone erwitte an scoden, grone wicken.
wickenstro 40. v. weder de suke der vrowen:....de scal nemen erwtenstro, bonenstro, wickenstro unde seden dat in eneme ketele.
wunterud (Veronica officinalis) 115. v. Nim wunterud fenekel, benedictam, ribwort unde reliken. 49. r. von den wunden:....nim benedictam, nim rot wunterut.
wintworpe (Bilio?) 32. v. weder de varenden: so weme de varenden utbreket de neme wintworpe.
wiswort (Convallaria polygonatum). Dit is en drank, den de minsche drinken scal:....du scult nemen wiswort unde scellen de wortelen unde droghen de.
zenneu'(?)1) 22. r. van deme sweren in deme live:....so scult tu nemen embrenwortelen, naderwortelen, zenneu', bevergeylen.

Utrecht, 20 Dec. 86.

i.h. gallée.