voorstelling gaat beide te zamen, zoodat ons lootje, en Engelsch ticket feitelijk hetzelfde uitdrukken als het Hoogduitsch marke of schein.
Het wordt ons nu duidelijk, welk verband er tusschen het Oudpruisische girbin, getal, en de begrippen kerf en lot bestaat. Immers wij weten dat bij alle minder beschaafde volken, zoowel voorheen als thans, het rekenen geschiedt door middel van kerven en kerfstokken. Van daar nog onze bekende zegswijze: hij heeft veel op zijn kerfstok, d.i. hij heeft veel op zijn rekening1).
De eigenlijke beteekenis van žrêbij komt in 't Russisch žérebej nog duidelijk genoeg uit. In 't woordenboek van Dal vindt men gezegd woord omschreven met kusoček, otruboček, otrjezok, een afgesneden stukje; verder otrjezok s mjetkoju, dlja mjetan'ja i rješan'ja sudboju, sčast'jem čego libo spornago, d.i. zulk ‘een afgesneden stukje met een merk, om te kenmerken en door 't lot iets waarover geschil is te beslissen’.
Evenals volgens de opvatting van Dal met het Russische woord in de eerste plaats niet het ingekorven teeken, maar het afgesneden stukje hout bedoeld is, zoo wordt ook wat bij de Engelschen ticket, bij ons lootje heet, in het Sanskrit der Buddhisten genoemd çalākā, Pāli salākā, d.i. eigenlijk ‘een stukje hout, een spaantje, een staafje’. Zulk een lootje was wel gemerkt, doch de naam çalākā op zich zelf drukt deze bijzonderheid niet uit. Omgekeerd wordt in 't Hoogd. marke het voorwerp genoemd naar hetgeen op het stukje hout, papier, enz. ingegrift, enz. is.
Het Poolsche źrzeb' beteekent ‘hoeve’ en vertoont dus denzelfden overgang van begrip, of liever dezelfde bijzondere toepassing der beteekenis ‘lot’, als het Grieksche κλῆρος. Het Oudn. hluts laat zich in 't Engelsch in veel gevallen weergeven met share; vgl. Ohd. scara, portio, en Ondl. scara, aandeel in een bosch.
h. kern.