Ham.
De nederlandsche woorden door de in 't Fransch geschrevene Vlaamsche charters aangehaald, zijn zeer talrijk: men weet dat in Vlaauderen het Fransch vroeger gebruikt werd door de overheden dan het Vlaamsch. Niet alleen heeft de grafelijke Kanselarij zich van deze taal bediend, ook abdijen, ambtenaren van alle soort en zelfs stadsschepenen hebben in de XIIIe eeuw bij voorkeur het Fransch gebruikt. In Yperen b.v. vindt men al in 1271 Fransche charters in de archieven, terwijl het Vlaamsch slechts 20-30 jaren later verschijnt. De studie dezer charters kan dus voor de nederlandsche philologie van veel belang zijn. Dit blijkt ook o.a. uit ham.
Men weet dat dit woord zeer dikwijls in de Vlaamsche teksten van de middeleeuwen voorkomt. Tot nu toe, is het in Vlaanderen in gebruik gebleven (z. Verdam; De Bo: Westvl. Idioticon, 2e uitgaaf; Stallaert, etc.). De beteekenis van dit woord is en was moeras (vl. meersch). Het volgende onuitgegevene charter (Bibl. Nat. van Parijs, Coll. de Flandre no 193, Chartrier de Bourbourg II no 34) van Februari 1272 (n. st.) geeft het de beteekenis van rejet de mer, d.w.z. aangespoeld land, aanslibbing, dat zeer wel overeenkomt met de latere beteekenis van meersch.
Nous Margherite contesse de Flandres et de Haynau et Guys ses fils, cuens de Flandres et marchis de Namur, faison asavoir a tous, ke comme nos boenes amies li abeesse et li convens de Brobborgh1) demandassent dedens le banliewe de Nueport une terre ke on apele le hemmekin, ke li meirs a jeteie et ki onques ne fu dikye, par le raison d'une chartre ke li abeesse et li convens devant dit ont de nos ancestres, sour çou ke jeit de meir ki en celle partie powit acroistre deveroit estre