Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21


auteur: [tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde


bron: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21. E.J. Brill, Leiden 1902  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet


 i.s.m. 

Het bree.

Het bree is het samengetrokken, zwak verbogen, zelfstandig gebruikte onzijdige bijvoegelijke naamwoord breed, en beteekent uitgestrektheid, gebied. Het beduidt dus ongeveer het zelfde als de vrouwelijke woorden breede (Woordenboek der Ned. taal, III, 1191, 4, en Karel Stallaert, Glossarium, 282) en breedte (Woordenboek, III, 1197, B). In vorming staat ‘het bree’ gelijk met ‘het diep’ in namen als het Hollandsch diep, het Marsdiep, en met ‘het nauw’ voor een zeestraat. Staring (4, 42) gebruikte eens ‘het Breed’ als dichterlijke benaming van het Kanaal:

 
Getuige er van dat woelig Breed,
 
dat Neêrland scheidt van Albion.

Ook vergelijke men den plaatsnaam ‘het Breed’, b.v. van een buurt bij Hoorn en van een zandbank vóór Duinkerken (Woordenboek, III, 1169, beneden).

Voor de eerste maal vond ik ‘het bree’ gebruikt in een oktrooi van keizer Karel van 21 Januari 1554 1), waarbij hij den burgemeesters, schepenen en raad van de stad Den Briel, en breedsten geërfden, schouten en schepenen, en inwonenden

[p. 316]

van het land van Voorne konsenteerde, den 20en penning te heffen ‘over 't bree van allen vronen, vrije landen ende cosbaer landen, gelegen in onsen voirsz. lande van Voirne ende dependentiën van dyen’.

Nog eens komt het woord voor in een oktrooi van de staten van Holland van 25 April 16081) voor baljuw en opperdijkgraaf, breedste geërfden, schouten en schepenen van het land van Voorne, het eiland van Overflakkee, onder Voorne ressorteerende, en Goeree met Westvoorne. Dezen hadden te kennen gegeven, ‘hoe dat den voorsz. lande van oudts ende al vóór 't beginsel deser oorlooge es belast geweest met verscheyden renten, die sij, supplianten, althoos bijzonder betaelt hebben, omme welcke jaerlijcxe betalinge te doen, over den voorsz. lande, soowel ten laste van de ingesetenen als tappers, es geheven geweest op elcke tonne swaer bier vier stuvers ende een halve. Ende alsoo d' voorsz. impositie noyt sooveel heeft connen uuytbrengen als d' voorsz. renten jaerlijcx sijn bedragende, soo es het cort van dien ende het restant van den ontfangen particulier van den voorsz. lande ommegeslagen over 't bree, te weeten over Voorne, Flacqué ende Westvoorne, opte gemeettaelen’.

Een gebied onder Middelharnis, bestaande uit een polder en deelen van andere polders, droeg ook den naam van ‘het Bree’. De staten van Zuidholland besloten 15 Juli 1890, ‘op te heffen de gemeenschap genaamd het Bree tusschen den polder het Oudeland van Middelharnis en de deelen van de indijkingen Oostmoer en de Lieve- Vrouwepolder die van ouds grond van Middelharnis waren’2).

 

peter van meurs.