Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28


auteur: [tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde


bron: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28. E.J. Brill, Leiden 1909  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet


 i.s.m. 

Mangga en manggistan.

Wanneer men in aflevering IX, 2 van het Woordenboek der Ned. Taal de woorden mangga en manggistan opzoekt, is men als Indischman min of meer verbaasd die aan te treffen in den vorm mango en mangostan, beide een uitspraak vertegenwoordigende die in Indië niet wordt gehoord, zoo zij ooit gebezigd is. Wel heeft het latere Engelsch mango(e) en mangosteen en eveneens het Duitsch mango en mangostane, maar in den Archipel zegt de Hollander mangga en manggistan, voor het laatste ook mangges.

De vormen mango en mangostan zouden mij op zich zelf tot geen opmerking aanleiding geven, zoo er over de daaronder gegeven artikelen niets op te merken viel. Omdat het tegendeel daarvan het geval is, het volgende.

De vorm [mango] komt overeen met Eng. mango, dat volgens Yule-Burnell is ontleend aan Port. manga, ontstaan uit een vorm van het Tamil ‘mānkāy, i.e. mān-fruit’; zie het Wdbk. Inderdaad is de Port. vorm manga, en waar nu het Portugeesch zoo'n groote rol gespeeld heeft in Indië, zooals men uiteengezet vindt in mijn Neerlands Taal enz., zou het toch al heel vreemd zijn, dat waar èn het Port. èn het Maleisch mang(g)a hebben, de Europeanen hier dit als mango overgenomen zouden hebben. Het eenigste citaat met dezen vorm is een aanhaling uit een opstel van Prof. Kern in dit Tijdschrift, en verder worden er

[p. 259]

twee plaatsen genoemd, één uit Dodoneus en één uit Chomel, waar mangasboom te vinden is. Behalve deze heeft men ook nog de schrijfwijze manga's-boom bij Stavorinus.

Wat de door Yule-Burnell gegeven etymologie betreft, moet opgemerkt worden dat ook hier een kleine verbetering te vermelden is. Dr. Ph. Van Ronkel tot wien ik mij om voorlichting wendde omtrent dit punt, deelt mij mede, dat er in het Tamil een woord bestaat dat manggaboom beteekent. Hiervan zijn afgeleid:

1o.illustratiegâj (= mâṁ, het adjectief van + kâj = vrucht): dit is de onrijpe mangga.
2o.mâmpaṛam, het māmpaḹam van het Wdbk en het mede daarin aangehaalde Mal. mĕmpĕlam, letterlijk mâm-vrucht, maar hier in de beteekenis van de rijpe vrucht. Het paṛam dat vrucht beteekent is het Sanskrit phala (ons Indisch-Hollandsch pala = muskaatnoot!), vrucht, in het Jav. overgegaan als pĕlĕm, als aanduiding van de vrucht bij uitnemendheid, d.i. de mangga.
Eene vergissing is het verder dat mangas in het Mal. de naam voor den boom is; de boom heet eveneens mangga.

 

Onder mangostan is iets anders gebeurd, naar ik vermoed. Zooals reeds werd opgemerkt, zegt men in Ned. Indië mangis(tan), in overeenstemming met het Mal. manggistan en het Jav. manggis. Aan dit laatste wordt in het Wdbk een Nederlandsch mangus ontleend. Als bewijsplaatsen geeft het:

1o.[Zij] hadde haer met palmijdt, onrijppe manghesen, eenighe worttelen ... onderhouden (Daghreg. Bat. I, 356);
2o.Slaven die om mangussen te plukken uijtgegaen waren (Ibid. II, 409).

M.i. hooren deze citaten niet hiér thuis, maar onder mango, en wel om de volgende redenen:

1o.Manghesen en mangussen kunnen als meervoudsvormen van manga zeer goed uit den naam mangasboom die vroeger in zwang was, ontstaan zijn, vooral naast een vorm als manga's-
[p. 260]
tanges dien men aantreft bij Stavorinus in zijn Reizen I, p. 198: ‘De Manga's-Tanges wordt voor de lekkerste vrucht van gansch Indië gehouden,’ welk Manga's-Tanges, thans mangistans, een quasi-etymologische Anlehnung is aan mang(g)a, ofschoon beide vruchten niets met elkaar te maken hebben en ook volstrekt niet op elkaar lijken. Men had dus m.i. manghesen en mangussen als meervoudsvormen van mangga, en manga's-tanges als meervoud van mangistan. De eerstgenoemde meervoudsvormen loopen volkomen parallel met bennanessen voor bananas, - in het Daghreg. I, p. 356 is er zelfs sprake van een vlot van bennanesboomen: vgl. hiermee mangasboom, - en klappussen of clappussen voor klappas, thans klappers.
2o.Men kan zich wel in tijd van nood met onrijpe manggas ‘onderhouden’, maar niet niet onrijpe mangistans. Schijfjes van 't overvloedige vruchtvleesch van de mangga zijn immers nog altijd het hoofdbestanddeel van de lekkernij die roedjak heet, terwijl de mangistan niet te eten is voor ze rijp is. Aan de purperkleurige doos, waarin van 4 tot 8 pitten zitten, heeft men absoluut niets en aan de pitten in onrijpen toestand zoo goed als niets, daar de later eetbare zaadrok om die pitten dan ongenietbaar is en te weinig oplevert. Dat onrijpe manggas ook elders in hetzelfde geval (?) genuttigd zijn, blijkt uit het volgende citaat uit Yule & Burnell p. 116a 1740 (in de N.E.D. staat 1789): ‘he lived on raw Brinjelas, on unripe mangoes, and on raw pepper.’
3o.De datum van het citaat: ‘[Zij] hadde haer met palmijdt, onrijppe manghesen, eenighe worttelen ... onderhouden’ is in het Daghreg. 20 September. Edoch de bloeitijd der mangistans is Juni-Augustus en November-Januari, volgens de Flora van Batavia (1907, Kolff en Co.) van C.A. Backer, die zelf in September en October bloeiende exemplaren ingezameld heeft. Rijp zijn de vruchten vooral van December tot Maart. Op 20 Sept. of iets voor dien tijd kunnen mangistans dus moeielijk reeds zoo ontwikkeld zijn, dat er van eten der vrucht sprake zou kunnen wezen. Wel echter is dat het geval met de manggas,
[p. 261]
die bij Batavia van Juni tot Augustus bloeien en rijp voorkomen vooral van October tot December. Tegen 20 September kunnen zij dus reeds zeer goed eetbaar zijn.
4o.Ofschoon bij Batavia zeer fijne soorten manggas voorkomen, zoo is toch het mangga-land bij uitnemendheid elders nl. Cheribon en Indramajoe. Nemen wij nu aan dat manghesen of mangussen het mv. is van mangga, dan kloppen daarmee prachtig verscheidene boekingen in het Daghreg. Anno 1676, ook wat de datums betreft. Voor 29 en 30 Nov., p. 318 vinden wij opgegeven:

Dese maant syn van diverze quartieren alhier aangekomen:

12 (vaartuygen) van Dermayoe met 48 mannen ... 800 bossen pady en 27000 stux mangussen;

20 (vaartuygen) van Chirebon met 84 mannen ... 4000 stux mangussen en 14 picols capock.

Aangenomen dat mangussen hier als elders hetzelfde wezen zou als mangistan dan is alles in strijd met de gegevens.

 

Ten slotte ook nog een opmerking over het onder mangostan geciteerde manges-botter. Dit is geen eigenlijke boter doch gestolde olie. Deze olie wordt opgeleverd door de zaden van Garcinia indica Chois. = Garcinia purpurea Roxb., een niet op Java, wel in Britsch-Indië voorkomende boom, verwant aan onze Mangistans. De olie of het vet heeten ook Brindonia tallow, Cocum-butter, Kokum-oil, Mangosteen-butter.

 

Mr. Cornelis.

f.p.h. prick van wely.