Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28


auteur: [tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde


bron: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28. E.J. Brill, Leiden 1909  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet


 i.s.m. 
[p. 293]

Mndl. vuylst.

Dit woord komt, schijnt het, alleen voor bij Willem van Hildegaersberch 15 (blz. 34), 109, waar de ekster tot de vos zegt:

 
‘Reynaert, vrient,
 
Weti oerbair, haddi vuylst,
 
110 Soe segtet mi al onghehuylst.

De afschrijver van het Brusselse handschrift kende het woord blijkbaar niet en maakte er u lust van, ofschoon het rijmwoord bij hem ombehulst luidt; zijn origineel zal vulst hebben gehad, een beter spelling dan vuylst. In de Verklarende Woordenlijst blz. 322 wordt het woord vertaald met ‘den grootsten overvloed,’ ‘alles ... wat men begeert,’ dergelik Mnl. Wbd. V 570 (op ongehulst) met ‘overvloed’; tevens wordt op eerstgenoemde plaats de mening geopperd dat u vuylst de ware lezing zou zijn, een gissing die wordt overgenomen Mndl. Wdb. V 228 (op onbehulst), met de verklaring u vuylst ‘wat gij maar wenschen kunt, = uwen kies.’ Of Verdam ook de in de Woordenlijst gegeven afleiding ‘bnw., overtreff. tr. van vuyl, vul, vol, als znw. gebezigd,’ beaamt, blijkt niet; ik vermoed van neen.

Hoe dat zij, noch de beteekenis noch de afleiding is juist. Het woord beduidt zonder de minste twijfel ‘hulp’, immers de aansporing van de ekster behelst een weerklank op Reinaert's woorden 96 e. vv.:

 
Ic wist wel raet dat wy te eten
 
Souden crighen langhe tijt,
 
Had ic help, des zeker sijt;
 
Want sonder hulpe yet te bestaen
 
100 Dat mocht wel misselic vergaen.

Het is duidelik dat weti oerbair ‘als u raad weet’ slaat op Reinaert's woorden ic wist wel raet, en haddi vuylst op had ic

[p. 294]

help ‘als ik hulp had’; op deze laatste voorwaarde voor zijn welslagen toch had de vos biezondere nadruk gelegd. De ekster vervolgt dan ook:

 
Mach u helpen minen raet
 
Die ic can vinden of mijn daet,
 
Die sel u seker zijn bereyt.

* Vulst (vuylst) betekent dus ‘hulp’, en naar een afleiding hoeft men niet lang te zoeken: het is kennelik hetzelfde woord als Ohd. follist (Graff II 254), uollist Samarit. 26), Osa. fullist (akk. plur. -i Hel. Cott. 5638), Owfri. fullist, follist (tō-folst), Oe. fylst ‘hulp, steun’, vormen welke tengevolge van de verzwakking van de betekenis van het tweede lid ontstaan zijn uit de samenstelling *full-laisti-; daarnaast waren er andere met bewaarde ei of ē enz.: Mndl. vóllèest, Ohd. folleist (Graff t.a.p.) Mhd. volleist, Osa. fullēst (an thīnon fullēstie Hel. Cott. 4679), Oe. fullāst, met dezelfde beteekenis, voorts vinden we nog Ohd. follust (o.a. bij Otfrid), follest (Notker), Oe. fullest, en de werkwoorden Ohd. follisten, Osa. fullistean, fullestean (fúllistiu Hel. C. 4663, fúllestiu M.) Oe. fylstan, naast Ohd. folleisten, Oe. fullillustratiestan (ic đē fullillustratiestu Beow. 2668), fullestan (fúllèsteđ Raads. 25, 8; - Hymn. 4, 92) ‘helpen, ondersteunen.’

* Vulst ‘hulp’ was waarschijnlik een aan 't Hollands dialekt eigen woord, naast de meer verbreide en ook bij Willem van Hildegaersberch herhaaldelik aangetroffen vorm volleest; misschien was het herkomstig uit het Fries (vgl. boven Owfr. fullist), in welk geval de u (uy) het geredelikst te verklaren zou zijn, daar met uitzondering van hulpen 27 (blz. 63), 159 bij onze schrijver in dergelike gevallen alleen o schijnt voor te komen (vol, wolf enz.), en aan umlaut, als in Oe. fylst, wegens de Ohd. en Ofri. vormen wel niet gedacht zal mogen worden.

 

j.h. kern.