|
Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 35
InhoudsopgaveWtvaert en treur-dicht van Henricus de Groote. De etymologie van het woord geluk. Verwanten van Klaasje Zevenster. Over twee koren in Geeraerdt van Velsen. Kroos ‘eendekroos’ en kroost ‘kinderen’. Over den syntactischen en rhythmischen vorm der zinnen met aanloop in Ferguut, Moriaen en Walewein. Amoureusje in Bredero's Stommen Ridder. De oorsprong van Luykens ‘Jezus en de ziel’. Een onbekend gedicht van Jacob van Zevecote. Nog eens Mnl. tentenel - tinterneel. Nieuwe fragmenten van de Karel ende Elegast. Bronnen voor de kennis van leven en werken van Jan van Hout. |