Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 39


auteur: [tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde


bron: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 39. E.J. Brill, Leiden 1920  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet


 i.s.m. 

Kleine mededeelingen.

101. Arbeidsloon.

De oudste voorbeelden van het woord arbeidsloon in het Ned. Wdb. vermeld, zijn uit den Statenbijbel en uit Vondel. Ook Kiliaen geeft het op, maar uit vroeger tijd was het nog niet opgeteekend. Ik vond het echter reeds in het Register F 352 van het gemeentearchief te Haarlem, fo 33 ro. in een akte van Februari 1493, beginnende: ‘Pieter Jansz. van Alckmade lijt sculdich te wesen meester Pieter Bonnefoy de somme van xviij R.g. van zijn arbeytsloen, dat hy over de voirsz. Pieters wijf ende vier zijne kinderen inde hete ziecte gegaen heeft.’

Van arbeider in onzen zin, dat ook reeds bij Kiliaen staat, vindt men een ander voorbeeld in Reg. F 367, fo 63 vo.: ‘Claes Willemsz. arbeyder opte calckovens’ (te Haarlem in Mei 1542).

g.j. boekenoogen.