Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40


auteur: [tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde


bron: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40. E.J. Brill, Leiden 1921  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet


 i.s.m. 
[p. 131]

Kandeel.

Kiliaen leidt het woord Kandeel af van Lat. caldellum, een verkleinende en liefkozende vorm van caldum, iets warms, warm brouwsel. Deze etymologie wordt met instemming overgenomen en nader toegelicht door Franck-van Wijk en het Woordenboek der Nederl. Taal, waarbij verwezen wordt naar de overeenkomstige woorden in het Frans en Engels. Zij is dan ook zeer aannemelik, al kan de n in de eerste lettergreep tot verschil van gevoelen aanleiding geven. Een nadere bevestiging van Kiliaens afleiding vindt men in het volgende, naar ik meen; tevens kan daaruit wellicht iets opgemaakt worden omtrent de oudste betekenis van het woord.

In het geschrift over De Ceremonieën van het Byzantijnse Hof, samengesteld op last van Keizer Constantinus Porphyrogenitus (10de eeuw) en gedeeltelik door hem zelf bewerkt, lezen wij dat ‘te beginnen met de geboortedag van een prins van den bloede geschieden moet wat het algemeen spraakgebruik het lochozema noemt, en dat dit voor de hoogwaardigheidsbekleders, de afgevaardigden van de demen [korporaties die met onze zeventiende-eeuwse schutterijen zijn te vergelijken] en van het stadsbestuur behoort plaats te vinden in een bepaalde zuilengalerij, terwijl de armen er aan zullen deelnemen op de kruispunten van de grote straat die de stad doorsnijdt. Zij allen zullen gedurende zeven dagen op de voor hen bestaande plaatsen het lochozema drinken’ (blz. 619, ed. Bonn, I).

Er is hier blijkbaar sprake van een drank die na de bevalling van een Keizerin aan het volk werd uitgereikt, en door de aanzienliken en vertegenwoordigers van officiële lichamen op ceremoniële wijze werd gebruikt. Het recept van die drank geeft de berichtgever ons niet.

Reeds Reiske heeft in zijn kommentaar op deze plaats van Constantinus Porphyrogenitus (II, blz. 729) het lochozema vergeleken met een drank die men in Duitsland onder de naam

[p. 132]

‘die süsse Kanne’ kent; deze wordt aan kraamvrouwen gegeven en bestaat uit warme wijn en eieren, met suiker, kaneel en citroensap gekruid: het is dus onze kandeel. De vergelijking blijft wat de ingredienten betreft een gissing, maar zij is in het algemeen juist, gelijk uit de samenstellende delen van het Griekse woord blijkt. Lochos is de postklassieke vorm van het attiese lecho, kraamvrouw; reeds in de tweede eeuw van onze jaartelling wordt door een purist, Moeris, gewaarschuwd tegen dit vulgaire lochos1). Zema komt bij Griekse medici veel voor in de betekenis, ‘afkooksel, bouillon’ het kan ook eenvoudig warm water (juist als calda) aanduiden2). Het woord kan dus vertaald worden door kraamvrouwendrank, of -bouillon.

Het is, dunkt mij, zeer waarschijnlik dat, met zo vele andere gebruiken, ook de zede van 't op de gezondheid der kraamvrouw drinken van een krachtig brouwsel, dat oorspronkelik voor haar herstel werd bereid, van het Oosters-Romeinse hot naar het Westen is overgebracht. Is die onderstelling juist, dan is kandeel in zijn oudste betekenis datgene wat het nog tans is (ofschoon zeldzaam geworden als een baker) n.l. een drank die in de kraamkamer thuis hoort.

Uit de voorbeelden die 't Middelnederl. Woordenboek en het Woordenboek der Nederl. Taal aanhalen, ziet men dat reeds in de Middeleeuwen, en voorts in de volgende tijden tot op heden, de drank ook geschonken werd op bruiloften en verder bij alle gelegenheden, ook eenvoudig als lekkernij. De dag na hun huwelik werd hij ook aan jonggetrouwden aangeboden.

Indien caldellum, naar ik vermoed, een vertaling is van 't Griekse woord, blijkt uit de doorzichtige samenstelling van het Griekse origineel dat, hoewel de citaten in de Woordenboeken zulks niet bewijzen, de drank 't eerst gebrouwen is voor een kraamvrouw.

 

Leiden.

d.c. hesseling.