‘die süsse Kanne’ kent; deze wordt aan kraamvrouwen gegeven en bestaat uit warme wijn en eieren, met suiker, kaneel en citroensap gekruid: het is dus onze kandeel. De vergelijking blijft wat de ingredienten betreft een gissing, maar zij is in het algemeen juist, gelijk uit de samenstellende delen van het Griekse woord blijkt. Lochos is de postklassieke vorm van het attiese lecho, kraamvrouw; reeds in de tweede eeuw van onze jaartelling wordt door een purist, Moeris, gewaarschuwd tegen dit vulgaire lochos1). Zema komt bij Griekse medici veel voor in de betekenis, ‘afkooksel, bouillon’ het kan ook eenvoudig warm water (juist als calda) aanduiden2). Het woord kan dus vertaald worden door kraamvrouwendrank, of -bouillon.
Het is, dunkt mij, zeer waarschijnlik dat, met zo vele andere gebruiken, ook de zede van 't op de gezondheid der kraamvrouw drinken van een krachtig brouwsel, dat oorspronkelik voor haar herstel werd bereid, van het Oosters-Romeinse hot naar het Westen is overgebracht. Is die onderstelling juist, dan is kandeel in zijn oudste betekenis datgene wat het nog tans is (ofschoon zeldzaam geworden als een baker) n.l. een drank die in de kraamkamer thuis hoort.
Uit de voorbeelden die 't Middelnederl. Woordenboek en het Woordenboek der Nederl. Taal aanhalen, ziet men dat reeds in de Middeleeuwen, en voorts in de volgende tijden tot op heden, de drank ook geschonken werd op bruiloften en verder bij alle gelegenheden, ook eenvoudig als lekkernij. De dag na hun huwelik werd hij ook aan jonggetrouwden aangeboden.
Indien caldellum, naar ik vermoed, een vertaling is van 't Griekse woord, blijkt uit de doorzichtige samenstelling van het Griekse origineel dat, hoewel de citaten in de Woordenboeken zulks niet bewijzen, de drank 't eerst gebrouwen is voor een kraamvrouw.
Leiden.
d.c. hesseling.