Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 44


auteur: [tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde


bron: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 44. E.J. Brill, Leiden 1925  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet


 i.s.m. 
[p. 319]

Kleine mededeelingen.

133. Angeniet vs. 1125-1128.

Deze regels luiden als volgt:

 
Kloridon ghy mint, ghy vryt, en ghy ontvryt
 
U selven, want ghy selfs u meeste vyant zijt,
 
Door dien ghy offert op het schoonste van u jaren
 
An een onseker mensch u seker qualyck varen.

Dr. R.A. Kollewijn verklaard den laatste regel aldus (De werken van G.A. Bredero volledige uitgave door Prof. dr. J. ten Brink [e.a.] II 393): ‘Aan een onvertrouwbaar mensch, die stellig uw ongeluk zal zijn’.

Volgens deze verklaring behoort op bij offert, en is het schoonste van u jaren datgene wat opgeofferd wordt. Op zich zelf valt hier wel iets voor te zeggen, maar ‘u seker qualyck varen’ als bijstelling te beschouwen van ‘een onseker mensch’, komt mij toch wel wat gewrongen voor.

Dr. J.A.N. Knuttel geeft in zijne uitgave van G.A. Bredero's volledige Werken eene andere verklaring. Bij u seker qualyck varen teekent hij aan: Versta: het offer brengt van. Deze verklaring zal wel de juiste zijn, maar dan heeft de dichter zich niet juist uitgedrukt. Immers het seker qualyck varen is niet het offer dat gebracht wordt: men kan het offer brengen van zijn leven of van zijn geluk, niet van zijn dood of van zijn ongeluk; de dood of het ongeluk is enkel het gevolg van het offer dat men brengt.

c. bake.

[p. 320]

134. Estaminet.

Begin 1919 zond ik aan Dr. Knuttel een kaart met terechtwijzingen en aanvullingen op mijn etymologie van estaminet door hem aangehaald in Wdbk. IIIc.

Daar hij er in de Bijvoegsels geen gebruik van gemaakt heeft, moet ik denken dat ze niet terecht kwam. Ze komt hierop neer:

Estaminet is een Waalsch-Bourgondisch woord, met -etum afgel. van (e)stamon = stijl, staak, schoor, zelf uit Germ. stam. Het is de zaal met stijlen achter de schenkplaats. Die zaal is voor den zittenden klant, de schenkplaats voor den gaanden en komenden man. Deze etymologie en de Fr. uitdrukking pilier d'estaminet = herbergklant, illustreeren dus elkander uitstekend.

j. vercoullie.

135. Lijkwade.

Tot mijn verwondering vond ik het bekende vers van Ledeganck: en was het niet die wang met lijkwade overtogen te midden van de voorbeelden in dit artikel van het Wdbk. Het is toch duidelijk dat lijkwade hier niet = doodkleed; want 1. uit den samenhang blijkt dat het aangezicht bloot is; 2. uit de afwezigheid van 't lidw. blijkt dat lijkwade hier niet een voorwerpsnaam maar een stofnaam is.

Ledeganck heeft zich stellig misschreven voor lijkwaas, bedoelende lividité cadavérique: die kleur geeft soms den indruk van een beginnende schimmel.

Dit vers had dus de stof moeten uitmaken van een nota aan 't slot van 't artikel.

j. vercoullie.