|
Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 44
InhoudsopgaveStaring's lofrede op C. Huygens. Zijn de verkleinuitgangen met j en met ie uit Holland naar elders gekomen? Zijn er reflexen van Hollandsche expansie in de huidige Nederlandsche dialecten waar te nemen? Over het Nederlandsche Participium Praesentis. De XII Dogheden geen werk van Ruysbroeck. Over de etymologie van uitmergelen. Iets over de bronnen van den Reinaert. Een en ander over Spieghel's Hertspieghel. |