|
|
|
| |
| | | |
Een dichterlijk bloedverwant van Vondel
(A. Pietersz Craan)?
Na den dood van Sara Cranen, Vondel's moeder, werd de boedelscheiding van haar nalatenschap den 12den Mei 1637 opgemaakt ten overstaan van notaris L. Lamberti te Amsterdam. Men vindt deze acte van boedelscheiding in extenso afgedrukt bij Dr. J.F.M. Sterck, Oorkonden over Vondel en zijn kring (1918), blz. 323 e.v.
Aan ‘d'armen van de Vlaemsche Gemeente’ had zij vermaakt de vrij belangrijke som van ƒ 800. -. Waarschijnlijk behoorde zij dus tot de Vlaamsche Doopsgezinden en wel tot die onder-afdeeling daarvan, welke men met den naam ‘Jonge-Vlamingen’ bestempelt.
Het is bekend, dat Vondel en zijn zusters Clementia, Sara en Catharina daarentegen leden waren van de Waterlandsche Gemeente der Doopsgezinden te Amsterdam1).
Nu komt in de tevoren genoemde acte van boedelscheiding een vordering voor op een dubieusen debiteur, als volgt omschreven: ‘dess blijfft onder de voorsz erffgenamen onverdeelt ende in 't gemeen, dien men half quaet vermoet, op Abram de Craan van 2223:13 als reste van 3090 gulden, watter in tijd en wijlen soude mogen afcomen, onder henluyden egael gedeelt te werden zonder yets meer’. In een noot t.a.p. trekt Dr. Sterck de voor de hand liggende conclusie, dat Abram de
| | | | Craan waarschijnlijk een broeder (of neef) was van Sara Cranen.
Het gelukte mij in een nog op het Doopsgezind Archief te Amsterdam bewaard gebleven ‘Doop-, Trouw- en Aenwijsboek Bij 't Lam gehouden’ (dus van de Doopsgezinde Gemeente der Jonge Vlamingen) den bedoelden Abram de Craan terug te vinden. Voor de dienaren dezer Gemeente compareerden nl. op 16 Febr. 1623 ‘Abram Craen’ en ‘Trijntien dirckx’, die in het huwelijk wenschten te treden; enkele weken daarna werden zij met andere paren ‘behoorlijck voor de g(e)m(een)te getrouwd hoewel alhier den datum niet en is gestelt’.
Abram de Craan en Sara Cranen waren dus beiden lid van dezelfde Gemeente. Toch stonden zij hoogstwaarschijnlijk met elkander in geen familie-relatie, hetgeen kan blijken uit onderstaande huwelijks-inteekenacte in het Amsterdamsche Puiregister1):
‘Den 18 february 1623 Compareerden voor Sr Pieter Jacobsen Bas en Pr Adriaensz Raep Abraham de craen van Haerlem, out 31 Jaeren geen ouders hebben(de), geassisteert met Jaques polvliet sijn swaeger, woon(ende) 17 a(nn)is (d.i. gedurende 17 jaren) op de Egelantiersgracht ende Trijntgien dircx, out 25 Jaeren geen ouders hebben(de) geassisteert met Niesgen Claes haer meue woon(ende) op de Wael etc.; (w.g.) Abraham de Craen, Trijntgen direks’.
Dr. Sterck heeft in latere artikelen en geschriften2) den vermeenden broeder van Sara Cranen geidentificeerd met den dichter A. Pietersz Craan, van wien gedichten voorkomen in ‘Nieuw-Jaer-Lieden Wtghegheven bij de Nederduytsche Academie’ (1620) en in de ‘Amsterdamsche Pegasus’ (1627). Uit deze gedichten blijkt, dat A. Pietersz Craan soldaat is geweest, hetgeen voor een broeder van de streng Doopsgezinde Sara Cranen wel eenigszins vreemd zou zijn.
| | | |
Het raadsel, wie deze A. Pietersz Craan dan wel is, wordt opgelost, wanneer men het 5de deel van het N. Ned. Biografisch Woordenboek (1921) opslaat, immers men leest aldaar in kolom 119 een artikeltje van de hand van Mej. Dr. H.J.A. Ruys over den dichter Andries Pietersz Craen, waarschijnlijk in 1599 te Amsterdam geboren als zoon van Pieter Andriesz en in April 1627 aldaar gehuwd1). Mej. Ruys stelt in dit artikel de vraag of deze dichter misschien verwant was aan Vondel's grootvader Pieter Craen of Kranen.
Deze vraag kan reeds daarom waarschijnlijk ontkennend beantwoord worden, omdat Andries Pietersz Craan Gereformeerd was, hetgeen blijkt uit het feit, dat zijn ondertrouwacte te vinden is in het inteekenregister van de Kerk (niet van de Pui) te Amsterdam. Genoemde acte - die reeds gedeeltelijk door Mr. A.D. de Vries Azn. werd gepubliceerd in Oud-Holland, I (1883), blz. 68 - luidt als volgt:
(D.T.B. 432, fo. 67) ‘10 April 1627 Compareerden als vooren Andries Pieterss Craan van A(msterdam) out 28 Jaeren, geass(isteer)t met Pieter Andriesz zijn vaeder woon(ende) inde Egelantierstraet, afsetter, en(de) Aachtie Cornelis van A(msterdam) wed(uw)e van Willem Jans Cloeck v(er)claerde 8 jaer wed(uw)e geweest te hebben, woon(ende) op de Keysersgracht geass(isteer)t met Neeltie Jacobs haer meue etc.; (w.g.) Andries Pietersz Kraan, Aachtien cornelis’.
Overigens volgt uit het bovenstaande met zekerheid, dat genoemde dichter geen oom was van onzen Vondel. Misschien moet hij zelfs uit den kring van diens verwanten en bekenden geschrapt worden.
Amsterdam.
h.f. wijnman.
|
1)Vondel liet zich waarschijnlijk in 1606 doopen, zijn oudere zuster Clementia in 1604. Sara werd volgens het Lidmatenboek der Waterlandsche Gemeente te Amsterdam den 28sten Febr. 1612 door Reinier Wybrandtsz gedoopt (‘Sara van der Vondel ionge dochter inde trouw inde warmoesstraet’), Catharina den 8sten Maart 1620 door Pieter Andriesz Hesseling (‘Lijntgen van der Vondelen, de suster van Ioost van der Vondelen’). Vondel's broeder Willem heeft zich - misschien in verband met het feit dat hij advocaat was of wilde worden - niet bij de Waterlanders laten doopen.
1)Gem. Archief te Amsterdam, Doop-, Trouw- en Begraafregisters n o. 669, f o. 74 v o. - Sara Cranen was te Antwerpen geboren.
2)‘Een dichterlijk bloedverwant van Vondel’, herdrukt in ‘Rondom Vondel’ (1927), blz. 57; ‘Het Leven van Joost van den Vondel’ in de ed. der Volks-Universiteits Bibliotheek en in het eerste deel der nieuwe Vondel-editie.
1)Men vindt Andries Pietersz Craan ook vermeld bij Prof. Dr. J. te Winkel, De Ontwikkelingsgang der Nederlandsche Letterkunde, dl. I (1908), blz. 425 en 482 en III (1923), blz. 189 en 241. Als Andries Kraen komt hij voor in de ‘Amsterdamsche Lindenbladen’ van Tengnagel (1640), blz. 65 en was dus in genoemd jaar blijkbaar nog in leven.
|
|