Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 69-70


auteur: [tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde


bron: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 69/70. E.J. Brill, Leiden 1952


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet


 i.s.m. 
[p. 104]

Duynen (?)

In het artikel van P. Julius O.F.M. Cap. over Jan van den Dale's ‘De wre vander doot’ en het boek Job in de laatste aflevering (Ts. LXX, blz. 21 e.v.) heeft Dr C.C. de Bruin een noot geplaatst (blz. 28, n. 4), die enige commentaar behoeft. Het gaat over het ww duynen in Wre vander doot r. 1008: ‘Minen gheest die duynt / tijt / wre gaet af’. Allereerst merkt De Bruin op, dat Dr G. Degroote tevergeefs naar dit ww heeft gezocht in Mnl W en WNT, maar dat hij in Oudemans de betekenis ‘inslapen, sluimeren’ vond, die hij bruikbaar acht voor deze plaats. Inderdaad schrijft Degroote op blz. 112 van zijn uitgave van Jan van den Dale's Werken ‘duynen inslapen sluimeren; komt niet voor in Mnl. noch Ned. Wdb, wel in Oudemans II, 170’. Slaat men Oudemans echter op, dan vindt men daar geen ww duynen, wel echter een ww duimen ‘sluimerig of vadsig zijn. Meyer’. Degroote heeft dus duinen voor duimen gelezen. Dit ww duimen is bovendien door Oudemans of Meyer onjuist verklaard. Omdat duimen gewoonlijk in combinatie met sluimen (opgevat als sluimeren, dus als Sluimen (III) in plaats van Sluimen (II)) voorkomt, is er doodleuk een betekenis ‘slapen’ aan toegekend; men zie voor de juiste betekenis, t.w. ‘pret maken’, enz. WNT op Duimen (II).

Naast Degroote's ‘inslapen, sluimeren’, waarvan hij de juistheid in het midden laat, pleit Dr De Bruin voor een andere opvatting van duynen. Hij wil dit ww gelijkstellen aan dunnen, dat in Het Getijdenboek van Geert Groote voorkomt als letterlijke weergave van lat. attenuare; Jan van den Dale zou dan dat getijdenboek gekend en gebruikt kunnen hebben. Dit zijn twee veronderstellingen, die op zijn minst zeer gewaagd zijn en in elk geval door niets worden gesteund. Voor duinen = dunnen is mij geen parallel bekend en het gebruik van Geert Groote's getijdenboek is, nu dit niet als bron heeft gediend, volstrekt onzeker.

Gelukkig hebben we deze hypothese ook helemaal niet nodig. De waarheid blijkt ook hier, zoals zo vaak, zeer simpel te zijn. Met het raadselachtige duynen is namelijk niets anders bedoeld dan dwynen (met de niet onbekende verwisseling van u en w) en met dit destijds zeer courante werkwoord is het latijnse attenuari voortreffelijk verdietst (zie Mnl W op Dwinen, WNT op Dwijnen); de variant van Wre 1008 heeft trouwens verdwynt.

J.J. Mak