|
|
|
| |
| | | |
Bij de aankomst van den eersten haring, onder herstelde Hollandsche vlag, te Vlaardingen, op den 11 julij 1814.
God dank, ziet daar een' blijden dag
Op, Burgers! Hollands vrije vlag
Begroet u in 't verschiet.
Op, oud en jong, naar 't Hoofd gegaan!
Hadt gij dit ooit verwacht?
Daar komt een Vlaardingsch scheepjen aan,
Met haring zwaar bevracht.
God dank, God dank, de rijkste schat
Stroomt u weer toe uit zee.
Herleven zal uw doode stad,
Verjaagd, vernietigd is 't gespuis,
En jaren lang uw nutte buis
Nu, Burgers, zonder zorg en leed
Een glaasje wijn geplengd!
't Voegt bij den vaderlandschen beet,
Dien Stuurman Roest u brengt.
Zijt vrolijk, juicht en schertst en kout!
En Willem van Oranje houdt
Het roer van staat in hand.
Wat wilt gij meerder? Zijn gemoed
Verheugt zich in uw heil;
Zelfs heeft Oranje goed en bloed
| | | |
Ik schaar mij, Burgers, in uw rij,
'k Moet deelen in uw pret,
En ken geen grootre lekkernij,
Dan Vlaardingsch zeebanket.
Schenkt mij den beker vol met wijn,
En reikt mij van uw' visch!
'k Zal voor die weldaad zanger zijn
Van ouds toch was op ieder feest
Waar liedjes werken op den geest,
Die, bij 't verrijzen der bokaal,
Een rijm in 's landaards schoone taal
En nu - 'k heb ook, naar ouden trant,
Een rijmend toostje klaar.
't Is kort, maar 't geldt en Vorst en Land
Genoeg! Wie uwer vergt mij meer?
Legt allen vork en messen neer;
't Zij stil door heel de zaal!
Rijst, mannen, op! Dat ieder sta,
De hand op 't hart gelegd,
En mompelt nu met geestdrift na
‘Dat Holland, eens de kroon der aard,
Door volk bij volk benijd
Om tonnen schats, te zaamgegaard
| | | |
Dat Holland, eens door stille deugd
En trouwe waarlijk groot,
Niet al te trotsch bij heil en vreugd,
Dat Holland, onlangs wreed bekneld
Door de ergste dwinglandij,
Maar thans onttogen aan 't geweld
Dat Holland weer ten toppunt stijg'
Van glorie, rijkdom, magt,
En al 't verloorne wederkrijg',
Zoo vaak met spijt herdacht.
Dat Holland, door Oranje trouw
En wijs en zacht bestuurd,
Geen' ander' op zijn' troon aanschouw'
Zoo lang de wereld duurt.
Dat Holland zijn vermaarde vlag
En 's aardrijks schatten garen mag
Dat Holland uit zijn visscherij
De nutste vruchten pluk',
En Vlaardingen een toonbeeld zij
|
|
|