Vaderlandsche letteroefeningen. Jaargang 1820


auteur: [tijdschrift] Vaderlandsche Letteroefeningen


bron: Vaderlandsche Letteroefeningen. G.S. Leeneman van der Kroe en J.W. IJntema, Amsterdam 1820


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

Sermon sur 1 Timoth. IV:14, 15, par J.H. Pareau, Professeur etc. en Langues Orientales à l'Université et Pasteur de l'Eglise Wallonne d'Utrecht. A Utrecht, chez J. Altheer. 1819. 8ve. 41 pag. f :-8-:

Deze Leerrede werd uitgesproken te Zutphen, ter opening van de Vergadering der Afgevaardigden van de Waalsche Kerken. Volgens oude gewoonte, benoemde de vorige Vergadering hiertoe den Redenaar, en bepaalde den tekst. En Professor pareau, wien dit werk werd opgedragen, kweet zich waardig van zijnen last. Wij lazen deze Redevoering met groot genoegen, en twijfelen niet, of zij werd, bij het uitspreken, algemeen toegejuicht. Wij willen er den inhoud van mededeelen, en er ons bijzonder oordeel over bijvoegen.

Na eene doelmatige inleiding uit den rusteloozen ijver van Paulus, dien de Apostel ook in Timotheus wilde versterken, geeft pareau eerst eene letterlijke verklaring en daarna de nadere ontwikkeling en praktikale beschouwing van hetgene in den tekst vervat is.

In de verklaring vinden wij den smaakvollen Geleerde, die grondige kennis heeft, en verschillende denkbeelden weet te zamen te brengen en in een schoon en

[p. 376]

belangrijk punt te vereenigen. Om hiervan iets bij te brengen: de gave, die in Timotheus was, door de oplegging der handen, zijn, volgens den Heer pareau, de natuurlijke aanleg en talenten, de door oefening reeds verkregene bekwaamheden van Timotheus; doch hetwelk alles, door onmiddellijke Goddelijke beschikking, meer ontwikkeld, volmaakt en verhoogd werd. Wij noemen dit schoon en belangrijk: zoo bleef Timotheus altijd verantwoordelijk voor zijn gedrag, en de vermaning van Paulus was voor hem bruikbaar en moest hem treffen. Het overige houdt dien zelfden gang. In het tweede stuk komen vier punten voor, die de tekst duidelijk bevat. Men vindt hier: den pligt van een' Evangeliedienaar, eene beweegreden om dien aan te dringen, de wijze om dien te vervullen, en de vruchten, die men er van plukken zal. De ontwikkeling dezer denkbeelden is natuurlijk en belangrijk, en wordt telkenreize op eene zeer kiesche maar treffende wijze toegepast. Het is een woord op zijn pas, dat overwaardig is, door alle Evangeliedienaars gelezen, herlezen en behartigd te worden. De Heer pareau voegt hier bij den geleerden ook den verstandigen man, die den geest van het Evangelie en deszelfs belang, de natuur van den mensch en zijne behoeften kent, en toont zelf doordrongen te zijn met het gevoel van het verhevene zijner pligten.

De taal is zuiver, de stijl ongekunsteld en vloeijend, dikwijls sierlijk en verheven, altijd verstaanbaar, overtuigend en roerend, en het geheel zeer welsprekend, en bijzonder geschikt voor den kansel, waarop de Redenaar sprak.

Eigen' smaak volgende, zouden wij, mogelijk, hier of daar iets bekort of wat meer uitgebreid hebben: maar anderen konden dit weder anders begrijpen, en - variis modis bene fit.

Wij wenschen de Waalsche Gemeente en de studerende Jeugd te Utrecht geluk met dezen voortreffelijken Redenaar, dezen meester in de kunst, en hopen, dat

[p. 377]

zijn Hoogeerw. er nog lang, ter bevordering van ware geleerdheid, echten smaak en zuiver Christendom, moge werkzaam wezen.