Vaderlandsche letteroefeningen. Jaargang 1826


auteur: [tijdschrift] Vaderlandsche Letteroefeningen


bron: Vaderlandsche Letteroefeningen. G.S. Leeneman van der Kroe en J.W. IJntema, Amsterdam 1826


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

Het diep, volslagen, en algemeen bederf van het menschelijk geslacht en het eenig middel, waardoor de zondaar bij God kan gerechtvaardigd worden, of Evangelische Leerrede, over Rom. III:9-24, uitgesproken in de Waalsche Gemeente te Breda, door G.L. James, Bedienaar van 't H. Evangelie. Uit het Fransch vertaald, door Dr. A. Capadose.
Die in den Zone gelooft, ezv. Joh. III:36.
Te Amsterdam, bij J.H. den Ouden. 1826. In gr. vo. IV en 30 bl. f :-40.

Er wordt dan nog al voortgewerkt aan de domperfabrijk! Nu krijgen we weêr een preekje van Do. james, die het eene Kerkrede noemt, en welke door den Geneesheer capadose is vertaald. Hieruit weet men reeds, wat men krijgt, en hoe aan den titel beantwoord wordt. 't Is zoo al dezelfde koekoekszang, zoo in inhoud als manier van voordragt, en strekt alleen ten bewijze, dat er nog een koekoek meer zingt, dan bähler, in de Waalsche Kerk. Dit preekje kon Recensent nogtans uitlezen, want het is niet lang, maar 26 bladzijden, en eene aanteekening over matth. XIX:16, 17.

Vertaald behoefde het niet te worden, omdat er op deze zelfde wijze genoeg is en wordt opgedreund in de moe-

[p. 290]

derspraak. James, capadose, bähler ezv. zijn zeker van meening, dat eene zuivere taal en goede stijl mede tot het volslagen bederf behooren, dat in de Kerk van vijgeboom niet mag indringen. Vandaar dan op den kansel uitdrukkingen, als portret, processen, hoven van justitle, regtbankenvan arrondissementen, ezv.; vandaar dan zoo vele taal- en drukfouten, die in het boekje zijn blijven staan, als levendig voor levend, hen voor hun, zich te vleiden, hij voor het, Christi, ezv. ezv. Eene opmerking, om reden, als bij da costa's Hymne, maken wij nog. Capadose schrijft, bl. 15, in de noot: ‘niets, dat steek houdt.’ Volgens bilderdijk moet dit ‘streek’ zijn, en, naar diens oordeel, behoort dan capadose tot hen, die hunne landgenooten tot snijders ezv. schijnen te maken! Wij vinden dit opmerkelijk, en vertroostend voor vele taalbeoefenaars, die door Mr. bilderdijk onbarmhartig behandeld worden.

Wij wenschen, dat allen, die dit preekje zien, of hooren lezen, behartigen mogen, wat er nog goed in is, zoo als, bl. 25: ‘Zoo gij in Christus zijt, zult ge uw tong’ (dus ook pen) ‘niet langer gebruiken, om te liegen en te bedriegen, uw mond zal niet meer vervuld zijn van vervloeking en bitterheid, maar van zegeningen en dankzeggingen - gij zult de menschen niettegenstaande hunne boosheid in liefde dragen!’

Als wij zelfs dacosta en bilderdijk gelooven, levert deze Kerkrede een bezwaar op tegen den geest der Eeuw; want Do. james beklaagt zeer den Afrikaan, door hebzuchtige koophandelaars in menschenvleesch in ketenen geslagen. (Zie bl. 12.) Zoo zijn het die Heeren eens!

Om het een en ander konden wij het lezen nog al uithouden. Do. james schijnt het wèl te meenen. - ‘Schijnt?’ - Ja, Lezer! met opzet kozen wij dit woord, als die van zekeren wreedaardigen, dusgenaamden troostbrief hoorden gewagen, welken alleen de onzinnigste, liefdeloosste dweeperij bekwaam was te schrijven. Doch, wij willen hopen, dat de man berouw heeft van

[p. 291]

dezen onberaden', onchristelijken stap; en, oefent hij zich dan, onbevooroordeeld, niet in het geijkte systema van dezen of genen, maar in eigen onderzoek der waarheid in de liefde, zoo zal zijn Evangeliedienst nog eens waarlijk nuttig kunnen zijn. Recensent oordeelt gemoedelijken ernst hoognoodig; maar - die Evangeliedienaar is de weldadigste, die met denzelven woorden van waarheid en gezond verstand spreekt. Anders is het wawelen, dat van den Godsdienst des harte, in een nuttig leven betoond, aftrekt.