|
|
|
| |
Zedelijke Verhalen voor de Jeugd. Voor de Nederlandsche Jeugd bearbeid door een' Kindervriend. Naar het Fransch. Te Amsterdam, bij H.M. de Charro. 102 bl. f : - 90.
De Leidsman der Jeugd. 1ste Jaargang, No. 1 en 2. Te Dordrecht, bij P. Los, Gz. f 1-20 den geheelen Jaargang.
De goede Grootmoeder met hare Kleinkinderen. Door Petronella Moens. Te Koevorden, bij D.H. van der Scheer. f : - 10.
Dichtbundeltje voor de beschaafde Jeugd. Door L. Schipper. Te Amsterdam, bij Leepel en Brat. f 1 - :
Bij de aankondiging dezer werkjes voor de jeugd voegt Rec. gaarne zijn oordeel over derzelver inhoud en waarde en beschouwt 1.) de zedelijke Verhalen zeer geschikt om gevoelens van deugd en godsvrucht in de harten der jeugd op te wekken; door welgeschrevene en vrij goed vertaalde voorbeelden ontvangen de kinderen hier zeer doeltreffende aanwijzingen van hunne verpligtingen jegens hunne ouders en anderen. Gehoorzaamheid, zachtmoedigheid, vergevensgezindheid, orde, liefde en vlijt worden hier als zoo vele deugden aangewezen, welke het kinderlijk gemoed, welke den mensch tot sieraad verstrekken. Als leesboekje ten dienste der scholen, waarvoor de uitgave zonder plaatjes is bestemd, kan Rec. het wel aanbevelen. Achter ieder verhaal
| | | | worden eenige vragen gevonden, genomen uit het verhaal zelf, ten einde het geheugen der kleinen te oefenen en de opmerkzaamheid bij het lezen meer op te wekken. In de scholen zal men hiervan het nuttige kunnen bespeuren. Boven ieder verhaal zijn een of meer schriftuurteksten geplaatst, wier woorden noch gevolgd zijn naar de Statenoverzetting, noch naar de Vulgata, noch naar eenige andere bekende en gebruikelijke vertaling, maar waarvan hier blijkbaar eene vrije vertaling uit het Fransch is gegeven, die doorgaans vrij lam en stroef is. Hoezeer de teksten wel gekozen zijn, is het te bejammeren, dat er in de aanduiding zoo vele misstellingen voorkomen. Zoo vinden wij, bl. 13 der schooluitgave, joan. eersten Brief CXI: (!) 18; de daar opgegeven plaats wordt aangetroffen 1 Joh. III:18; ook op bl. 38 wordt eene plaats aangewezen, die niet in Ps. CXLIV:15 en 16, maar in Ps. CIV:27 en 28 gevonden wordt; ergens vonden wij 1 Math. (?) Dergelijke fouten moest men vooral in geene werkjes, bearbeid voor de Nederlandsche jeugd, aantreffen.
2.) Is eene lofwaardige onderneming. Rec. wenscht hartelijk, dat deze Leidsman zoo zal blijven voortgaan; dan zal de jeugd aan hem een' gids hebben, die, buiten twijfel, veel zal kunnen toebrengen tot het duurzaam en onvergankelijk geluk van velen. Ook de meer bejaarde, zoo ging het Rec., leest de stukjes voorzeker met genoegen: de Beproeving in No. 1 is een roerend, leerzaam en bevallig geschreven verhaaltje. De in beide nommers voorkomende dichtstukjes zijn wel in den kindertoon, gemakkelijk en vloeijend, en geschikt om spoedig in het geheugen der kleinen eene plaats te behouden. Oordeel zelf, Lezer!
| | | |
De uitgave verdient aanmoediging en Rec. ziet met verlangen een volgend nommer te gemoet.
3.) Een tweede druk, van een kinderboekje van Petronella moens. Haar naam alleen is lofs genoeg.
4.) Al weder een dichtbundeltje voor de beschaafde jeugd! Wat zullen wij er van zeggen? De Heer schipper heeft kinderboekjes geleverd, die meer waarde bezitten dan dit. In het rijmlooze vers mag hij bij bellamy en van alphen nog wel wat ter schole gaan; dan zullen zijne stukjes, ook in dien trant, meer poëtisch zijn. Ach, de poëzij zit niet in het rijm! De Heer schipper weet het wel: le rime est un esclave; en daarom hebbe ook hij de overtuiging, dat het rijm toch de plaats van het denkbeeld niet vervangt, en dat het evenmin een denkbeeld aangenamer, levendiger en krachtiger maken kan. Hij haaste zich langzaam, en bedenke, dat het schrijven van dichtbundeltjes voor de jeugd niet gelegen is in het zoo maar wat zamenknutselen van rijmpjes; maar ook hier moeten belangrijke gedachten, gemakkelijk ontwikkeld, bevallig uitgedrukt, het wezen der zaak zijn. Indien hij dit onder het oog houdt, zal hij zich meer moeite geven, en zijne stukjes zullen minder onbeduidend en plat zijn. Dan: hoc opus hic labor est. - De plaatjes zijn maar redelijk. Jetje in de lente versiert maar in het geheel het lentetooneel niet. Het boekje is aan den Erfprins der Nederlanden opgedragen.
En hiermede sluit Rec. de aankondiging dier kinderwerkjes, die, hoezeer niet van gelijke waarde, echter alle eene nuttige en leerzame strekking hebben.
|
|
|