terug  begin  verder
[p. 270]

Christiaen, koning van Denemarken in Belgie.

Over het verblijf hier te lande van koning Christiaen II van Denemarken, en het overlyden zyner gemalin op het slot van Zwijnaerde, by Gent, is er sedert een vijf-en-twintigtal jaren nog al geschreven. Ik verwijs de lezers naer hetgene ik zelf vroeger aenteekende(1), maer wel vooral naer de belangryke verhandelingen van Willems(2), Altmeyer(3) en Allen(4).

De deensche koning uit zijn land gevlucht, hield zich, zoo als men weet, eenen geruimen tijd te Lier op, en bevond zich aldaer, by gebrek aen geld, meer dan eens in zeer bekrompenen toestand, waeruit, zonderling genoeg! de Landvoogdes Margaretha van Oostenrijk, die namens haren neef, den machtigen keizer Karel, de Nederlanden bestuerde, hem niet altijd redden kon.

De brief, dien ik hier opneem, bevestigt nogmaels het vroeger bekende, vermits by dezen de hofmeester des keizers door koning Christiaen aenzocht wordt, zoo voor dezes beambten en bedien-

[p. 271]

den, als voor die van wylen de koningin, de noodige rouwkleederen te doen vervaerdigen.

 

Het stuk luidt als volgt:

Très-chiers et bien aymés, Nous avons rescript à nostre très-chier et bien aymé, le compte de Gapers, comment les filles, officiers, serviteurs et servantes, tant de nous comme de feu la Royne, nostre bonne compaigne, que Dieu absolve! lesquelz ont tousjours esté à Lière, durant te tamps que avons esté absent, ne sont encore vestu en doeul, dont nous nos esmerveillons, car il nous avoit esté dit à Zwynaerde que chascun d'iceulx seroyent rabilliés seloing leur estat, comme ceulx qui présentement lors estoyent à Gand, comme ousi raison le veult et assez le scavez. Ce consideré, voeilliés tant ferre pour nous que yceulx desureditz soyent revestu. Et en ce faisant nous ferez chose agréable; ceque recognoitrons en tamps advenir. Nous vous envoyons le nombre d'iceulx par escript, chascun selong son estat. A tant, très-chers et bien aymés, Dieu vous doint ce que desirés. De Lière, ce XIXme jour de Février XVc.XXV.
christiern.

Op den rug leest men:

A nos très-chiers et bien aymés, les mestres dhostelz et commys de l'Empereur, le seigneur de Moucron et le seigneur de Sonastre(1).

De originele brief is het eigendom van Z.H. den Prins van Ligne, en berust op het kasteel van Beloeil.
(1)Messager des Sciences et des Arts 1833, bl. 180.
(2)Belgisch Museum, D. II, bl. 196-236.
(3)Histoire des relations commerciales et diplomatiques des Pays-Bas avec le Nord de l'Europe. Brux. 1840. in-8o. en Trésor National. Brux. 1842. D. I, bl. 286.
(4)De rebus Christiani secundi Daniae, Norvegiae, Sueciae regis exsulis commentatio. Pars I. Hafniae 1844. in-12o. Ik denk niet, dat er hiervan een tweede stukjen het licht zag.
(1)Sonastre of Souastre. Omtrent dien tijd leefden Karel van Sonastre, heer van Auzy, edelman aen het Hof der Landvoogdes Maria van Hongarië gehecht - Hugo van Sonastre kapitein der schutters van Maria van Hongarië - Philips van Sonastre, ridder, raedsheer en hofmeester der zelfde Landvoogdes. Het is ongetwyfeld aen dezen laetsten dat de brief gericht was. - Ik ben deze inlichtingen verschuldigd aen den heer Pinchart, van Brussel.
terug  begin  verder