Er bestaet slechts een enkel volledig Hs. van dezen Spiegel Historiael, dat ter Universiteits-bibliotheek te Leiden berust; en waer naer de uitgave, te Amsterdam, ten jare 1717, in folio verschenen, door Isaac Le Long bezorgd werd.
De heer professor C.P. Serrure heeft in het eerste deel van dit Museum, bl. 273, de aendacht getrokken op het HS. door Wichmans gebruikt by het schryven zyner Brabantia Mariana, dat hy van den bisschop van 's Hertogenbosch, Michiel Ophovius, ter leen bekwam, en wel een ander zal geweest zijn als dat door Le Long uitgegeven. Tot dus verre echter is dit niet teruggevonden.
Twee fragmenten (te samen 322 verzen bevattende) van een ander HS., behoorende tot het II en V boek, werden vóor eenige jaren door den heer Lorsch, te Bonn ontdekt. De varianten van beide deze bladen zijn door Dr. Jonckbloet opgegeven in Verslagen en berichten uitgegeven voor de Vereeniging ter Bevordering der oude Nederlandsche letterkunde. 3e jaargang. Leiden, 1846, bl. 72-76.
Een ander fragment werd door den heer Dr. Cricelius van Dresden, in het archief te Düdingen (kanton Freiburg, fr. Geien?) gevonden, en daer de heer Jonckbloet, die het 3e boek
des Spiegels Historiaels heruitgaf(1), betuigt dat eene kritische uitgave van dit werk hoogst nuttig zou zijn, heb ik gedacht dat de bekendmaking der uittrekselen, welke ik van dit laetste fragment bezit, en aen den heer professor Hoffmann van Fallersleben, by zijn verblijf te Gent in augustus 1856, verschuldigd ben, den letterkundigen niet onaengenaem zoude wezen, en verhaest my dezelve hier in te voegen met de varianten in den tekst door Lelong geleverd, voorkomende. Het bedoelde fragment diende lang tot omslag aen een pak rekeningen, en is ongelukkig zeer geschonden, want het folio-blad is by 2/3 boven en onder afgesneden. Op de voorste zyde vangt de eerste kolom aen:
Zy eindigt:
Van bisschop Aelbrechte van Colne, van sinen boeken die hi maecte, ende van sinen bloemen. XX.
De tweede kolom begint:
Hoe broeder Aelbrecht sinen tijd sciet in drien ende van siere bedingen. XXI.
De derde kolom eindigt:
Op de achterste zyde staen slechts gebeden: