terug  begin  verder

Sagen.

I. Het koperen Bekken op het groot Begijnhof te Leuven.

In de eerste helft der vorige eeuw toonde men nog te Leuven, op het groot Begijnhof, een koperen bekken, waervan men het volgende verhaelde. Oudtijds had het aen eene eenvoudige en godvruchtige begijn toebehoord, die telkens dat zy lust had visch te eten, dit bekken in de Dyle legde, en de visschen riep om daerin te komen. Deze gehoorzaemden dan ook dadelyk, en men zag ze zich daerin, als om strijd, komen smyten. Als de goede ziel dan genoegzaem visschen voor haer middagmael had uitgekozen, dan wierp zy de overige in het water terug, en riep hun toe: ‘Groeit en vermenigvuldigt:

 

Lettre de Mr l'abbé S... à Mlle de G... Béguine d'Anvers, sur l'origine et le progrès de son institut. Paris, 1731. in-12o bl. 42.(1)

(1)Deze sage deelde ik vroeger mede aen Dr J.W. Wolf voor de Wodana, Gent 1843; daer echter dit werk onderbleef, werd ze slechts by vertaling opgenomen in de Deutsche Märchen und Sagen van gemelden schryver, Leipzig 1845, bl. 455, Nr 329.
terug  begin  verder