terug  begin  verder

Willem, dichter des Reinaerts.

Indien men met professor Jonckbloet aenneemt, dat

 
Willem, die Madoc maecte,

de schryver is van het eerste deel des Reinaerts, en niet dien van het vervolg of tweede boek, dan ware hy misschien terug te vinden

[p. 251]

in Magister Willelmus, physicus, in 1198 voorkomende als getuige van Seger, kastelein van Gent, wiens geneesheer hy schijnt geweest te zijn(1).

De dichter van den Reinardus Vulpes heet immers ook Magister Nivardus; en voor my schijnt het stellig dat de schryver van den Reinaert, die zulke erge schimpen richt tegen de geestelijkheid en het kloosterleven, geen monik in een onzer abtdyen van St-Baefs, St-Pieters of van Drongen wezen kon. Daer hy echter buiten allen twyfel eene volledige, en destijds onder de leeken zeer zeldzame litterarische opvoeding genoot, was hy waerschijnlyk magister in 't een of ander vak ontvangen.

En dewyl het door niemand wordt betwyfeld dat men hem te Gent moet zoeken, vermits heel het gedicht vol is met plaetselyke toespelingen op die stad en hare omstreken, zoo vermeen ik dat myne gissing, indien men het stelsel van professor Jonckbloet aenneemt, eenige waerde heeft.

(1)Duchesne, Maison de Gand, bl. 465.
terug  begin  verder