Vianen is een stadjen van Zuid-Holland, aen de Lek en de Zederik-vaert gelegen, hetwelk, volgends het Woordenboek van Van Wijk, ten jare 1826 slechts duizend acht honderd en twintig inwoners telde. In vroegere dagen was Vianen eene heerlijkheid, die gedurende langen tijd aen het huis van Brederode toebehoorde. Onder hare bezitters telt men den beroemden Hendrik van Brederode, die in de gebeurtenissen der zestiende eeuw zulke gewichtige rol speelde. De munten, welke deze heer deed slaen, en waervan eenige, die misschien als schimpstukken tegen den Paus kunnen worden beschouwd, in dit Museum voor het eerst afgebeeld werden(1), zijn in de verzamelingen der liefhebbers voorhanden. Doch, min algemeen is het bekend, dat er tydens den zelfden Hendrik van Brederode te Vianen eene drukkery bestond, die talryke boekjens, waeronder vlugen schimpschriften, in het licht zond. De man, die aldaer de kunst van Coster uitoefende, hiet Albert Christiaenssen of Christianz. Deze had onderscheidene boeken tegen den roomschen godsdienst uitgegeven. Zulks blijkt immers uit eenen brief van den 22sten January 1565 (1566), door de Landvoogdes Margareta van Parma aen Brederode geschreven, en waerin zy hem haer
misnoegen hierover uitdrukt(1). Reeds op den 30sten der zelfde maend antwoordde de heer van Vianen aen Margareta: ‘Dat er wezenlijk te Vianen een boekdrukker was, aen wien hy, op verbeurte van zijn lijf, opgelegd had, dat hy hoegenaemd niets, zelfs geen liedjen, zou mogen drukken, zonder het eerst door den pastoor en twee geestelyken daertoe aengesteld, te laten onderzoeken. Zelfs, dat hy nu onlangs, sedert zyne terugkomst van Brussel, dien zelfden drukker, uit hoofde van eenigen argwaen, dien hy tegen hem had opgevat, en van eene beschuldiging die tegen hem was opgerezen, als had hy in het geheim eenige boeken ter pers gelegd, had doen oplichten; maer dat hy, na den man meer dan eene maend in de gevangenis gehouden, en allen mogelijk onderzoek gedaen te hebben, genoodzaekt was geweest hem op vrye voeten te stellen, aengezien er niets te zynen laste gebleken was, enz.’ Margareta hield zich echter hiermede niet te vreden. In eenen tweeden brief, den 27sten February 1565 (1566) geschreven, komt zy op de zaek terug. Na aen Brederode lof toegezwaeid te hebben over het streng onderzoek, door hem, volgends zyne verklaring, gedaen, gaet zy voort, en zegt omtrent alles nadere inlichtingen genomen te hebben. ‘Je suys véritablement informée que ledict imprimeur, nommé Albert Christiaenssens, a rière(2) luy divers livres, chansons et aultres choses mauvaises; mesmement, que naguères il auroit vendu ung livre en théois intitulé Een colloquie van Pasquillus ende Marforius, ung aultre intitulé: Den raedt opt concilium van Trente, ung aultre intitulé: Een suyverlijck boecxken inhoudende het ordel ende vonnisse dat gewesen is den paeus Paulo tercio, le martirologe, et avec quelques chansons mauvaises, et entre aultres d'un héréticque dogmatiseur, nommé Fabricius, exécuté, il n'y a
pas fort longtemps en Anvers: toutes lesquelles choses il auroit aussy imprimé, et seriont depuis portées, tant en Anvers, que aultres diverses villes de ce pays, oultre ce qu'il auroit divers Bibles deffenduz, l'Institution de Calvin, Sledanus et plusieurs aultres de ceste qualité, enz.
Of er jegens Albert Christiaenssen verdere maetregelen genomen werden, vind ik niet aengeteekend.
In den brief van Margareta wordt geen onderscheid gemaekt tusschen de boeken, die by Christiaenssens van de pers kwamen en die, welke elders gedrukt, slechts door hem ter sluiks gesleten werden. Zoo min het Colloquie van Pasquillus(1) als Den raedt opt Concilium van Trente, enz., die waerschijnlijk te Vianen het licht zagen, zijn my ooit voorgekomen; maer ik ben in het bezit van een boeksken aldaer in 1565 verschenen, dat ik als eene hooge zeldzaemheid beschouw.
De titel luidt:
Vraye prediction
pour .20. ans, commençant L'an
1564. et continuant d'An en An,
iusques en L'an 1583.
En laquelle sont predictes choses merueil-
leuses et de grande consideration. Fidele-
ment tires de diuerses Propheties, par M.
Pamphilus Riccius Florentin, Chevalier de
l'ordre de S. Estienne, reueue avec tresgran-
de diligence et mise en lumiere. Traduit d'I-
talien en Franchois par M.E.B.
Rondom dezen titel is eene in hout gesnedene versiering.
Het boeksken is een zeer klein-octaef, en telt 16 bladen of 32 bladzyden zonder cyfering, maer onderaen zijn ze geteekend tot aen signatuer B IIII.
Op de laetste bladzyde leest men het volgende:
Visite et approbe par monseur William a
Varick Pasteur et Prebstre a Viane, estant
aupres le noble et puissant Seigneur, Sei-
gneur Henry, Seign̄r a Brederoede, franc
Seigneur de Viane. Et est ensuiuant con-
sente a Albert Christiansz. de pouoir im-
primer ceste prognostication sans rien a
cela meffaire. Permis et donne par le mes-
me Seigneur de Brederoede en sa propre
uille de Viane le .21. de Nouembre, Lan de
nostre Seigneur. 1565.
Imprime à Viane par moy Albert
Christianz. Lan 1565.
Op de rugzyde van het titelblad begint eene toewyding van den italiaenschen schryver Pamphilus Riccius, van Florentië: A Tresillustre et tresreuerend Seigneur, monseigneur le Cardinal, S. Flore, Chamberlan de la chambre Romaine. Deze opdracht, die zich tot op blz. 6 uitstrekt, bevat niets belangrijks. Het is eene aenbeveling der kunst om de toekomst te kennen, en tevens de opsomming van eenige merkwaerdige voorspellingen, zoo door de Profeten als door de Sybillen gedaen. Dan beginnen de eigenlyke voorzeggingen van 1564 tot 1583, dat is voor twintig jaren. Aen het hoofd van elke dezer staet er telkens, aen het begin van het blad, eene houtsnede verbeeldende, onder de gedaente van eene godheid uit de fabelleer, de planeet, die het jaer, waerop de voorspelling toepasselijk is, moet beheerschen. De zeven planeten zijn: Saturnus, de Maen, Mars, Mercurius, Jupiter, de Zon, en Venus. Van deze worden sommige
tot twee of drie mael herhaeld, zoodat de zelfde plaetjens meer dan eens voorkomen.
De voorzeggingen, zoo als byna al de schriften van dien aerd, loopen over den toestand van het weêr; over het gelukken of niet gelukken van den oogst; over ziekten en andere onheilen, die men te duchten heeft; over oorlogen, waermede men bedreigd wordt, en verder ook over de gebeurtenissen of omwentelingen, die in dit of gene land zullen plaets grypen.
In hoeverre de vertaler, die onder de letteren E.M.B. schuilt, het oorspronkelyke italiaensch getrouw of niet getrouw gevolgd heeft, kan ik niet zeggen. Byzondere toespelingen op ons vaderland treft men in die voorspellingen niet aen. Hier en daer is er misschien wel iets, dat onze voorouders als dusdanig konden houden; maer het is dan in 't algemeen zoo bedekt, dat het toch geene groote ergernis kon stichten, en het zal wel om het uitgeven van dit boekjen niet zijn, dat Albert Christiaenssens zich moeijelijkheden op den hals gehaeld heeft.