Overal, waer men van Anna Bijns gewag gemaekt vindt, leest men de twee latijnsche verzen te harer eere door Sweertius geschreven:
Maer, als weinig bekend beschouw ik de volgende regelen van eenen anderen latijnschen dichter, die reeds vóór Sweertius schreef, van den sekretaris der stad Gent, Maximiliaen de Vrient of Vrientius.
Ik zal later in dit Museum nog wel eens op Anna Bijns te rug komen. Ter loops teeken ik hier aen, dat de beroemde antwerpsche dichteres te Gent eene tijd- en naemgenoote had. Men leest immers in een Register van rekeningen van den Tresorier der stad Gent over het verkoop van los- en lijfrenten van de jaren 1554-1562, op het stedelijk Archief alhier berustende, het volgende: ‘Actum IIIen december LIIII. - Lijfrente den penninc zesse.
Ontfaen van Maiken Bijns fa Jans, beghyne tSinte-Lijsbetten, oudt XXXI jaeren, over den coop van XX s. gr. tsjrs; deen heelft thueren live, ende dander heelft ten live van Joozijntken Straetmans, filia Jans, oudt XLV jaren, de somme van VI ℒ gr.
Was dit Maiken Bijns, begijn op het Hof van Sint-Elisabeth of het groot Hof te Gent, eene bloedverwante van Anna Bijns? Het is onzeker, maer toch mogelijk. De heer Moons van Straelen heeft, in de Vlaemsche school van 1859(1), een stamboomken der antwerpsche familie Bijns medegedeeld, waerby in allen gevalle blijkt, dat deze gentsche Maria (Maiken), de zuster van de beroemde Anna niet kan geweest zijn.