Reeds tweemael heb ik in dit Museum over Marten Everaert van Brugge gehandeld(1), en ik dacht niet nogmaels op den man te moeten te rug komen. Sedert echter zijn my nog twee door hem vertaelde, en my vroeger onbekende werken, benevens eenen tweeden druk der Politica van Justus Lipsius voorgekomen. Wanneer men alles, wat ik van hem heb doen kennen, te samen trekt, dan volgt daeruit, dat hy, behalve zyne moedertael en het Latijn, ook de voornaemste talen van Europa, zooals het Fransch, het Hoogduitsch en het Spaensch bezat, en dat hy een man van uitgebreide kennis moet geweest zijn. Hy mag tevens als een vlytig beoefenaer onzer moedertael, waerin hy zoo talryke werken overbracht, beschouwd worden.
Zie hier wat my sedert mijn vroeger schryven nog van Everaert ter hand is gekomen. De verkooping der ryke bibliotheek van mynen vriend Theodoor de Jonghe, te Brussel, leverde my een exemplaer op van eenen tweeden druk van de vertaling der Politica van Justus Lipsius(2), waervan ik tot hiertoe slechts eenen
vroegeren, te Franeker, in 1590, by Gielis vanden Rade verschenen, had opgegeven(1).
1. Justi Lipsy
Politica.
Dat is
Regeringe uan landen
en Steden.
Waerin alle Vorsten ofte an-
dere inde Regeringe synde
claerlyck worden onderwesen
hoe de gemeene sake behoorlick
sal bedient worden.
verduytscht door M.E.B.
Tot Delft,
by Adriaen Gerritsen
boeckvercooper aende
korenmerckt. 1623.
In kl. 8o. Op koper gesnedene titel één blad, aensprack aen keizers en koningen, bericht tot den lezer en register 7 ongecyferde bladen of 14 bladzyden, en verder 286 gecyferde bladzyden. De opdracht aen den Schoutet, Burgemeestereu, Schepenen ende Raedt vande seer vermaerde Coopstadt van Amstelredam, is hier weggelaten. Voor het overige komt deze uitgave met de eerste overeen.
Everaert leefde waerschijnlijk niet meer, toen deze herdruk het licht zag.
2. De Zeeuaert,
oft
Conste van ter Zee te varen, vanden
Excellenten Pilote M.ter Peeter
de Medina Spaignaert.
Inde welcke niet alleene de Regels, Secreten, Practijcken, en̄ constige
Instrumenten
der seluer Consten begrepen sijn: Maer ooc de clare ende
oprechte fondementen
der Astronomijen, ende gantschen loop des Hemels, op d'alder lichtste
ende duydelijcste verclaert worden.
Allen Cooplieden, Piloten, Schippers, ende anderen Lief-hebbers
der Astronomijen tot nut ende dienst: Wt den Spaensche ende
Fransoysche in onse Nederduytsche tale ouergheset, ende met
Annotatiē verciert, by M.r Merten Eueraert Brug.
Met noch een ander nieuwe Onderwijsinghe, op de principaelste
puncten der Nauigatien, van Michiel Coignet.
T'Hantwerpen,
By Hendrick Hendricksen, op onser Vrowen Kerckhof,
inde Lelie-bloeme. Anno 1580.
Met Co. Mats Gratie ende Priuilegie.
Met eene houtsnede op den titel, verbeeldende eene zee, waerop groote en kleine schepen varen.
In-4o. Titel en opdracht 4 bladen; vervolgends 89 aen eenen kant gecyferde bladen; eindelijk de tafel 3 bl. Hierop volgt met eenen afzonderlyken titel de: Nieuwe Onderwijsinghe op de principaelste Puncten der Zee-vaert.. deur Michiel Coignet; dit telt nog 28 bladen.
De Zeeuaert is versierd met eene op koper gesnedene uitslaende kaert, waerop de kusten van Europa, Afrika en Amerika zijn afgebeeld. Verder is het boek voorzien van een aental in den tekst gedrukte houtsneden voorstellende windroozen, zeekompassen, zonnewyzers, hemel- of aerdmeetkundige en andere figuren.
Het boek begint met eene opdracht in de hoogduitsche tael, geteekend: Martinus Everartus Mathematicus, aen hertog Matthias van Oostenrijk, die destijds (1580) het opperbestuer der Nederlanden in handen had. Everaert zegt daerin, dat hy gedacht heeft ten nutte van zyne landgenooten, die zich veelal met scheepvaert en handel bezig houden, het voortreffelijk werk, dat Pedro de Medina in het spaensch over de zeevaertkunst geschreven had, in zyne moedertael over te brengen. Wel is waer, gaet hy voort, Nicolas de Nicolai heeft het in het fransch
vertaeld; maer alzoo beide talen hier te lande niet algemeen verstaen worden, en veel lieden by ons zich in die kunst zouden willen oefenen, zoo heb ik het boek naer de spaensche en fransche uitgaven in onze nederlandsche tael bewerkt. Everaert bepaelde zich niet tot eene bloote overzetting; want hy vulde in den tekst het een en ander aen, dat, het zy by den eenen, het zy by den anderen der twee opgenoemde schryvers niet breedvoerig genoeg behandeld was: Also das ich nit allain dar in begriffen hab was obgedachter Medina und Nicolai gehabt, sonder auch erfult und suppliert was Medina so vil die Theorîam betrift: Item was Nicolai so viel der Practicam angeet, ausgelassen haben vnd ubersehen.
Door de vergelyking van de werken van Medina en Nicolai met de Zeeuaert van onzen Everaert, die by zyne tijdgenooten als zeer ervaren in de wiskunde doorging, zoû men over dezes verdiensten in dat vak kunnen oordeelen, en zien welke verbeteringen en byvoegsels hy aen het werk toegebracht heeft. Wat er ook van zy, de vertaling van Everaert levert op nieuw een treffend bewijs op, dat onze moedertael van vroege tyden af geschikt was om over alle kunsten en wetenschappen te schryven.
Ik bezit een exemplaer van deze eerste uitgave.
3. Zeevaert ofte conste van der zee te varen. - Nieuwe onderwijsinghe op de principaelsten puncten der zee-vaert. - Cort onderwijs van de conste der zee-vaert. Amsterd., 1598, in-4o, met pl.
De twee eerste dezer stukken zijn blijkbaer nadrukken van de Zeeuaert van Everaert en van de Nieuwe Onderwijsinghe van Michiel Coignet, beide te Antwerpen, in 1580 verschenen.
Wat het derde is, kan ik niet zeggen, doordien my het boek zelf niet is voorgekomen(1).
4. De Conste van Buschietē: dat is, een eyghen verklaringhe
van de saken die een Conestabel,
soo te water als te lande, sonderlinghe van noode zijn te weten.
Gelijck als is 't oprecht gebruyc van tgroot Geschut, wat daer
mede mogelic is uyt te rechten, en̄ by wat manieren datmen den
vyandt een afbreucke doet, en̄ een belegerde stercte de teghenweeren
beneemt, en̄ hoemen de mueren beschietē sal.
Insgelijcx daer teghen met wat voordeel dat men alsulcken
plaetse sal mogen tegen alle aenloop beschermen ende bewaren.
Seer neerstelick beschreven en̄ vergadert ter liefde van alle
de gene, die in diergelijcke Conste geneuchte hebben: Deur
Francoijs Joachim Brechtel.
Met noch een getrouw onderwijs van menigerhande
Vyerwercken, hoemen die sal moghen, eensdeels tot eernste,
en̄ eensdeels tot triumphe ende ghenoechte bereyden ende
te gebruycken: Beschreven deur Jan Schmidtlap van Schorndorp.
Tot Amsterdam, by Cornelis Claesz. Woonende op t' Water
int Schrijfboeck, by de oude Brugghe. Anno 1605.
In-4o, zonder paginatie; doch onderaen is het geteekend tot aen P. 3. Met veel houtsneden.
Hierop volgt:
Om te maken Constige ende aerdige Vyerwercken
van Triumphe ende ghenoechte, die voormaels noyt in druck
uytgegaen zijn.
In sulcker manieren beschreven ende int licht uytghegheven,
Oock met aerdighe figuren verciert, dat deghene die van sulcken
saken van te voren geen ervarentheyt en heeft ghehadt, de
selfde sal hier uyt lichtelick ende gheheel constich mogen leeren.
Beschreven in hoochduyts, deur Hans Smidtlap van
Schorndorp.
Ende in ons Nederduytsche sprake overgheset, deur
M. Marten Everaert.
Tot Leyden, by Henrick Lodowicx zoon van Haestens,
int jaer ons Heeren 1605.
In-4o, van 23 bladen of 46 bladzyden, ongemerkt twee bladzyden bevattende t' Besluit en de Tafel. Insgelijks met veel houtsneden versierd.
Dit door onzen Everaert vertaeld werk is een vervolg op het eerste.
Dr Snellaert bezit een exemplaer van het boek, en ik ben aen hem de opgegeven titels verschuldigd. Ik betuig hem mynen hartelyken dank voor die mededeeling.
Zie daer reeds negen onderscheidene werken door Marten Everaert uit vreemde talen in de onze overgebracht, en eenige dezer werden herhaelde malen herdrukt. De man, wiens naem eenige jaren geleden ter nauwer nood in onze biographiën werd opgegeven, moet in het vervolg, zooals ik boven zegde, onder de vlytige beoefenaers onzer moedertael geteld worden.