Ende hierom so mach die alrehoegste scouwinghe also wel mitter hulpe Gods crighen een puer leye of een arm vroukijn als een groet meyster of clerc; want sy meer geleghen is in der minnen ende in der vurigher begheerten, dan in der consten of in der letteren. (Hendrik Mande) Woord voorafDe mystieke geschriften van de dertiende eeuw behoren tot de meest aangrijpende en mooiste teksten van de middelnederlandse literatuur. Omdat zij in deze tijd opnieuw actueel zijn, door het licht dat zij werpen op de conflicten van het hedendaags bewustzijn en door de aandacht die zij wekken voor vragen die wij vaak niet meer stellen, verdienen zij gelezen, bestudeerd en overwogen te worden. Deze overwegingen hebben ons geleid bij het selecteren van de teksten. Voor de inleiding, de beschrijving der genres en de toelichtingen bij de tekst zijn wij vaak te rade gegaan bij anderen. Wij geven daarvan rekenschap in de bibliografie. Toch betuigen wij hier van harte onze erkentelijkheid aan een aantal mensen, wier tekstuitgaven en/of studiën wij voortdurend hebben geraadpleegd: J.R. Armogathe, St. Axters, M.-M. Davy, H. Fortmann, T.M. Guest, J.H. Kern, R. Lievens, J. Van Mierlo, P. Mommaers, N. De Paepe, J.-B. Porion, L. Reypens, E. Schillebeeckx, B. Spaapen, J. Sudbrack, A. Vergote, A. Zegveld. Door hun namen niet in de voetnoten te vermelden, kon de omvang van dit boek ingrijpend beperkt worden. De bibliografie moge voor velen een wegwijzer zijn naar hun studiën en tekstuitgaven. Meer dan twee jaar hebben wij ons, week na week, verdiept in de studie van de dertiende-eeuwse mystiek, ook in de belangrijkste wetenschappelijke bijdragen op dit gebied. Met grote aandacht hebben wij de inzichten van anderen gewikt en gewogen, en meestal overgenomen. Ieder van ons heeft één genre voorbereid. Door de goede samenwerking en de gemeenschappelijke belangstelling was het mogelijk dat ieder van ons terdege rekening hield met de kritiek van de anderen. Daarom dragen wij nu samen de verantwoordelijkheid voor
dit boek. Dat in ieder onderdeel de stem van een van ons soms herkenbaar is, verheugt ons. De taakverdeling was aldus: drs. Pierre Adriaensen (Strofische Gedichten van Hadewijch), Arend-Jan Bolhuis (Anonieme lyriek), Thijs Herpers (Sermoenen), Clim Parren (Brieven van Hadewijch), André Reijnders (Visioenen 6, 7, 8 van Hadewijch), Piet Rolf (Hagiografie), Martha Smeets (Rijmbrieven van Hadewijch), dr. Herman Vekeman (inleiding, Visioenen 1, 11, 12 van Hadewijch), drs. Paul Wackers (Glose van Appelmans, woordenlijst). Wij wensen dit boek een plaats toe onder de leeslamp, in de bezinningsruimte, op de studeertafel. Voor alle op- en aanmerkingen houden wij ons aanbevolen. |