De glose op den Pater NosterVan Gheraert Appelmans, de schrijver van de glose, is alleen met zekerheid bekend, dat hij kluizenaar is geweest. Verder veronderstelt men op grond van de taal van de glose, dat hij theologie heeft gestudeerd en misschien daarin ook een tijdlang heeft gedoceerd. Glose betekent letterlijk: verklarende kanttekening. Deze tekst bestaat dus uit een aantal opmerkingen bij het Onze Vader. Dit was ook in de middeleeuwen een zeer belangrijk gebed. Er bestaan aanwijzingen, dat het met de geloofsbelijdenis als de minimale kennis voor een gelovige werd beschouwd. Omdat het vaak in het Latijn werd gebeden, bestond er behoefte aan verklarende vertalingen ervan in de verschillende volkstalen. De bedoeling van deze tekst is echter enigszins anders. Het gaat niet om een vertaling - de tekst van het Pater Noster wordt in de volkstaal gegeven - maar om een uitleg van de volledige betekenis van het gebed volgens de ideeën van Appelmans. In de tekst zijn de volgende hoofdthema's te onderscheiden: de Godheid, de uitstralingen van de Godheid, de mystieke ervaring en de deugdbeoefening. Appelmans meent, dat op aarde werkelijke kennis van het wezen van God onmogelijk is (178, 2-6; 189, 1-6). Toch doet hij een poging om, voor zover mogelijk, het mysterie van de Drieëenheid, met name van Gods vaderschap (175, 8-176, 3; 177, 3-14; 178, 11-18; 179, 7-18), en de manier waarop de Godheid zich uitwerkt 176, 4-11; 177, 14-19; 178, 22-179, 6; 182, 20-23) te verklaren. Bij de mystieke ervaring speelt volgens Appelmans met name het verstand een rol, maar hij noemt ook de wil. De voornaamste voorwaarde voor zo'n ervaring is echter de lijdzaamheid van de ziel (180, 18-181; 3). Vergeleken bij God is de mens een niet. Hij
kan dan ook niet actief een vereniging met God nastreven. Het is de Vader die in de ziel, die leeft naar Zijn wil, Zijn eigen wezen verwezenlijkt (176, 17-24). Op aarde is dit in volledige volmaaktheid niet mogelijk. De voltooiing komt pas na dit leven. De deugdbeoefening staat in het teken van dit ledich staen van de mens. Appelmans noemt met name ootmoed, onthechting (5, 15-22) en overgave aan Gods wil. Deugdbeoefening is steeds meer open staan voor Gods wil in het besef van eigen onmacht en Zijn almacht. Deze opvatting over deugdbeoefening lijkt toegespitst op het afgezonderde kluizenaarsleven. Appelmans kent de mystici echter ook een sociale taak toe. Door hun geestelijk leven zorgen zij, dat het voor mensen mogelijk is deel te hebben aan de verlossing die Christus voor hen verwierf. Zij zijn als het ware ‘medeverlossers’ (186,4-187,7). Dit es de glose op den pater noster broeder Gheraerts Appelmans die leegt 2 bi ere 2 stat die Rijc...re heet ende doet daer swaer penitentie in een wout[4] Jheremias sprect: Ghi selt mi heten vader, sprect die here. Hier 4 [5] om leert ons onse here Jhesus Cristus tanebedene 5 ende te [6] biddene den vader in den pater noster.
[7] I. Dat eerste wort sprect: vader. Hoe versta wi dat wordt? [8] Die vader es hem selven, in vrochtberecheit sijnre naturen [9] ende van vrochtberecheit sijnre naturen, sprekende dat wort, [10] gheberende den sone in alre volcomenre ghelijcheit sijns selfs 8ev , [11] sijns selfs nature een ander persoen, ende die ander persoen [12] verliende sone in vaderliker aert 11ev . |
2 leegt: lees: leeft.
2 ere: een.
4 zie Jer. 3, 19.
5 tanebedene: te aanbidden.
8ev Die...selfs: Door aan en voor Zichzelf het Woord te spreken, in en vanuit de vruchtbaarheid die Zijn wezen is, baart de Vader de Zoon in volledige gelijkheid aan Zichzelf.
11ev sijns...aert: een tweede goddelijke Persoon, één in wezen met de Vader, en de Vader belijdt die tweede Persoon als Zoon die één is in wezen met de Vader.
|
|
[1] Die nature ghebert niet noch en werdt geboren, maer de [2] vader die richtet ute, gheberende, die vrochtbericheit sijnre [3] naturen in macht sijns wesens 1ev . [4] In deser selver gheboerten es de vader hem selven 4 in alre [5] gheweldecheit sijnre godheit sceppende allen creaturen, leven [6] ende wesen ghevende, allen creaturen een onderstaen, een op- [7] onthouden van sijnre godliker vaderliker ghewout alles dies dat [8] leven ende wesen heeft in creaturliker aert. Alsus es die vader [9] een vader aller creaturen. Nochtan en es sijnre substantien noch [10] sijnre naturen niet een twint 10 toten 9ev ingelen noch toten menschen [11] noch te negheenre creaturen 9ev . [12] Die dit woert aldus versteet, die anebeedt den vader in desen [13] woerde. Hier na seldi horen wat anebeden es. [14] Nu merct wat anebeden es den vader: een vernueftech innech [15] lutter minnelec 15 belien den vader sijnre godliker vaderliker [16] eighenscap. [17] Noch een luttel naerre merct wat anebeden es: alse de vader [18] beseten heeft alle de wide des vernuefts gheests ende overnomen [19] ende inghenomen heeft wesen ende ewecheit des gheests ende [20] alle sine 20 cracht in die grondeloese godlijcheit dire 20 heerscap sire 20 [21] eren 17ev , soe sinct die gheest van dien afgronde 21 in dat afgront 21 ende [22] van den yete in een niet 22 . Hier becomet god die vader sijn eighen [23] eighens in hem selven, in den gheest 22ev . Dit es een ghewarech [24] anebeden des gheests. |
1ev Die...wesens: Al barend richt de Vader de vruchtbaarheid van Zijn wezen naar buiten, naar het geboren worden van de Zoon toe namelijk. Dit is een eindeloos proces en precies hierin bestaat de betrekking tussen Vader en Zoon (Dit gebeuren is binnengoddelijk).
4 hem selven: aan en voor Zichzelf.
10 niet...twint: niets.
9ev es...toten: ...blijft onaangeroerd door.
9ev Nochtan...creaturen: bewuste uitsluiting van pantheïsme.
15 lutter minnelec: louter met liefde.
20 sine: van de geest.
20 dire: van die.
20 sire: van God.
17ev alse...eren: beschrijving van de eenwording van de mens met God. God is de handelende, Hij gaat de vermogens van de mystieke mens beheersen.
21 dien afgronde: de wide...gheests (r. 18).
21 dat afgront: de afgrond van Gods wezen.
22 van...niet: het yet duidt het geschapene, het niet de oneindigheid van God aan. Deze is een niet, omdat zij voor het geschapen vernuft onvatbaar blijft.
22ev Hier...gheest: In deze toestand komt de Vader in de geest van de mens volkomen tot zijn recht.
|
|
[1] II. Dat ander woert sprect: Onse. Vernuefteghe creaturen, wie [2] verstaen wi, vernuefteghe creaturen, dat die vader onse es? [3] Die vader es hem selven, in vrochtberecheit sijnre naturen [4] ende van vrochtberecheit sijnre naturen, sprekende dat woert [5] ende gheberende den sone in alre volcomende ghelijcheit sijns [6] selfs, sijns selfs nature een ander persoen, die ander persoen [7] beliende sone naturlike 7 in vaderliken aert 3ev . [8] Van anebeghinne die naturlike soen des vaders es hem selven [9] beliende gheboren van den vader, beliende den vader in soen- [10] liker aert. In deser widergheboerten des ewechs woerds es [11] begripende dat eweghe woert sine persoenlijcheit van den [12] vader 10ev . Niet en es dat eweghe woert hem medeghebarende van [13] den vader, maer mede begripende, in sijnre wedergheboerten, [14] sine persoenlijcheit 12ev . In der gheboerten des vader 14 es alles dat die [15] vader bekint 15 in sire grondeloeser ewegher wijsheit, utevlietende 15 [16] metten sone ende wedergheboren in den sone, metten sone [17] sonelike bekinnende 16-17 . De vader die liet 17 den vaderliken sone van [18] sijnre ghenaden 17-18 in vaderliker aert. Hier sijn wi sijn sone ende hi [19] onse vader. |
7 naturlike: bepaling bij de Persoon Zoon. Voor het zoonschap van de mensen wordt de bepaling van sijnre (de Vader) ghenaden gebruikt (r. 18).
3ev Die...aert: zie blz. 175, 8-12.
10ev In...vader: in het continu geboren worden ontvangt de Zoon zijn Persoon-zijn van de Vader. Door het geboren worden is hij nl. Zoon.
12ev Niet...persoenlijcheit: een nadere precisering van de vorige zin. Het gaat om een afgrenzen van het handelen van Vader en Zoon. De Zoon is niet, als de Vader, barend, maar hij ontvangt zijn Persoon-zijn zowel vanuit het naar hem uit gerichte baren van de Vader, als vanuit het van zichzelf uit erkennen van de Vader als Vader. De precisering is noodzakelijk om de gedachte tegen te gaan dat de Zoon in dit binnengoddelijk proces een passieve rol zou spelen. Dit zou neerkomen op schepping van de Zoon: een onmogelijkheid.
14 In...vader: In de geboorte die de Vader veroorzaakt.
15 bekint: erkent als Hem eigen.
15 utevlietende: in het schepsel zijn, of als oerbeeld van het geschapene.
16-17 wedergheboren...bekinnende: herboren, omgevormd, in de Zoon erkent het schepsel met de Zoon de Vader als Vader en wel naar de eigenheid van de Zoon.
17 liet: belijdt.
17-18 den...ghenaden: omgevormd in de Zoon is het schepsel eigen aan de Vader, máár door de genade.
|
|
[1] III. Die bist. [2] In desen woerde verstommen alle ghescapene gheeste ende [3] moeten lien: wi en weten 3 . Ende dat es dat alre overste dat dies [4] menschen vernueft begripen mach, dat wi vernueftelike be- [5] kinnen ende minnelike minnen dat wi gods niet entwint begripen [6] en moghen alsoe hi es in hem selven. Aldus leert hi ons in desen [7] woerde tanebedene ende te beliene dat grondelose overbliven, [8] dat god in hem selven es overblivende allen ghescepenen [9] gheesten. Doch moghe wi stamelende gheraden wat god die [10] vader es. [11] Hi es een grondeloes borne der vrochtberer naturen alre dier [12] gotheit, invloyende, overvlietende vrocht gheberende der [13] vrochtberer naturen alre der gotheit ende es een grondeloes [14] utespronc dier heilegher drivoldecheit ende ene wortele ende [15] een stam der algheweldecheit alre der godheit, ute richtende die [16] wondere sijnre algheweldecheit doer die eerste heyleghe [17] drievoldecheit, wonderende in den crachten der hemele 11ev . Ende [18] es een ansichte dies wesens alre der godheit 18 .
[19] IV. Die daer es in den hemel. [20] In den naturliken sietliken hemel met dier ordeninghen dijnre [21] algheweldegher ewegher wijsheit. [22] Ende in dien vernuefteghen gheesteliken hemel met dien [23] grondeloesen utevlotene dijnre ontfarmecheit ende dijnre guede [24] ende met dien ordeninghen dijnre ewegher wijnsheit 24 ende met [25] dien beelde dijnre heilegher drievoldecheit ende met dire [26] vrochtbere redenen dijns vaderleker herten 26 ende met dien |
3 wi...weten: de zijnswijze der Godheid begrijpen we niet.
11ev Hi...hemele: Hij is de bodemloze bron van de vruchtbare gehele goddelijke natuur, inkerend in zelfgenieting, uittredend de vruchten van de vruchtbare gehele goddelijke natuur voortbrengend; en Hij is de bodemloze oorsprong van de heilige drievuldigheid, wortel en stam van de goddelijke almacht, uitwerkend de grote daden van zijn almacht door de eeuwige heilige drievuldigheid, wonderen verrichtend in de schepping (Er worden tweemaal twee werkingen van de Vader beschreven, een binnen- en een buitengoddelijke).
18 ansichte...godheit: de Vader wordt zo genoemd, omdat hij de oorsprong van de drieëenheid is. Zoon en Geest komen uit Hem voort.
24 wijnsheit: wijsheid.
26 vrochtbere...herten: uit het hart van de Vader wordt de mens inzicht gegeven en binnen hem is dat inzicht vruchtbaar.
|
|
[1] minnelike claren inbrande 1 dijns heilechs gheests ende met dier [2] algheweldecheit alre dijnre godheit ende met dier wonnebere [3] vrochtbere vrocht 3 dijnre vrochtbere naturen ende met dien [4] starken gloriosen heilecheit dijns wesens ende dijnre naturen [5] ende alre dijnre godheit, want waer gods yet es daer es hi [6] altemale. [7] Ende in den vorbranden hemel 7 ene luttere substantie ende [8] ene stille ruste. Selver du best 8 ? Wi en weten alle creaturen.
[9] V. Gheheylecht werde dijn name. [10] Dies vaders name es de sone 10 ; ende en ware die sone sone niet, [11] soe en hadde die vader sinen vaderliken name niet. Want [12] algader dat die vader es verliende, dat verlijt hi in den sone, sone [13] van vaderliker aert 12-13 . Ende oec, en ware die vader vader niet, soe [14] en hadde die sone sinen soneliken name niet. Want algader dat [15] die sone es verliende, dat verlijt hi in den vader, vader van [16] soneliker aert 15-16 . Alsus es die vader in den sone ende die sone in [17] den vader, ende die heileghe gheest es in hem beiden. Ende die [18] name es heilech in hem selven 17-18 . [19] Nu sijn wi van ghenaden gods alle sonen gods ende name des [20] vader. Sal nu die name des vader die wi van ghenaden sijn 20 , ghe- [21] heilecht werden, soe moet die naturlike heileghe name des vader [22] in ons gheheilecht werden, heilech bekint ende ghemint werden. [23] Soe werden wi gheenecht ende gheheylecht in den name, die [24] name dies vader van sire ghenaden 23-24 . Ende dat 24 dit in ons volbracht [25] werde 25 , dat leret ons die sone in desen worde. |
1 inbrande: dit woord duidt opwekking tot liefdebeoefening aan.
3 vrocht: de inwoning van de drieëenheid in de rechtvaardige ziel.
7 den...hemel: de hoogste hemel waar God met engelen en heiligen verblijft.
8 Selver...best: Wie bént U eigenlijk?
10 Dies...sone: als Woord van de Vader, drukt de Zoon uit wat de Vader in wezen is.
12-13 sone...aert: bepaling bij de Vader. Omdat de Vader geheel naar de Zoon gekeerd is en hem zijn wezen meedeelt, is hij als het ware de Zoon. Dit wordt uitgedrukt door de bepaling van...aert.
15-16 vader...aert: zie vorige opmerking.
17-18 Ende...selven: De Zoon is in zichzelf volmaakt.
20 die name...sijn: de Zoon is door zijn natuur Zoon van de Vader, wij mensen zijn het door genade.
23-24 Soe...ghenaden: dan worden wij, de naam van de Vader door Zijn genade, in de Zoon...
24 dat: hoe.
25 werde: moet worden.
|
|
[1] VI. Toecome dijn rike. [2] Den vader en comt noch toe noch ave alse hi in hem selven [3] eengheweldech es ende nieuts en bedarf, want des vader rike es [4] die sone ende alle die de vader van den anebeghinne sijnre [5] godheit bekint ende mint sonelike salech in den sone, met den [6] sone in der widergheboert des soens sonelike verliende des [7] vader in den sone 3-7 . Ende dat dit in ons toecome ende volbracht [8] werde alset die vader ewelike bekint ende ghemint heeft in ons [9] te volbringhene van sijnre godliker ghenaden, dat leert ons de [10] sone innetlike tanebedene ende te biddene den vader in desen [11] woerde 7ev .
[12] VII. Ghewerde de wille dijn alse in den hemel ende in der erden. [13] God de vader es een ommebevanc ende een hemel alre hemele [14] ende die wille des vader es sijn bekinnen ende sijn minnen ende [15] sijn weten ende sijn werken. Alsoe nu die wille des vaders in den [16] hemel in hem selven es bekint ende gheworden ende in ons te [17] ghewerdene, alsoe ghewerde hi 15ev . [18] Sal dit ghescien, soe moete wi lutterlike gode ghelaten ende [19] ghestorven 19 sijn algader dat wi sijn ende dat onse vernueft be- [20] kinnen mach beide van ghenaden ende van naturen, in gode ende [21] in creaturen. Dies moete wi lutterlike arme des willen staen, [22] lutterlike ghesinken ende ghelaten in den verborghenen onbe- [23] kinden bekinden 22-23 wille des vaders also hi in den hemel es. Ende [24] dan es onse vrie wille ons ontworden ende es in den wille des [25] vaders die wille des vaders worden also hi in den hemel es, |
3-7 want...sone: het rijk van de Vader is de Zoon en allen die de Vader, van eeuwigheid af, erkent als zonen door genade. Deze erkennen met en in de Zoon de Vader als Vader en wel in de widergheboert van de Zoon, in zijn Persoonlijk toekeren tot de Vader.
7ev Ende...woerde: de Zoon leert ons om te bidden om onze voltooiing, die de Vader reeds van eeuwigheid af door zijn genade in ons wil doen ontstaan.
15ev Alsoe...hi: omdat Gods wil niet verschilt van zijn weten en werken, geschiedt zijn wil volkomen in de hemel. In ons moet dat ook gebeuren. De voorwaarden hiervoor worden in de volgende alinea omschreven.
19 ghestorven: volkomen onthecht van.
22-23 onbekinden bekinden: aan ons onbekend, maar bekend aan de Vader.
|
|
[1] want wi ghenen anderen wille en willen noch en minnen 21ev . Ende [2] dan sijn wi een lijf met Cristo 2 ende een sone in den sone ende een [3] gheest met gode. [4] Ende dit gesciet hier, in der erden daer die ziele es in der [5] erden des lijfs, in enen deele ende bi blicke 5 , maer hier na alse [6] ons lijf op verstaet ende salecheit besit metten gheeste, daer [7] besitte wi lutterlike des vader eighen in den sone sonelike 7 ende [8] es die eneghe onwandelbaer eweghe wille des vader in ons onse [9] worden in der erden des lijfs 9 , een 9 ende ewech ende onwan- [10] delbaer also hi in den hemele es, van den adele sijnre onsten. Ende [11] dat dit gescie in ons, dat leert ons die sone in desen woerde.
[12] VIII. Onse daghelijc broet gheeft ons heden. [13] Hoe verstaen wi dat dat broet onse es? Alst 13 gods dies vaders [14] eighen es van adele sijnre alvolcomenheit dat hi gheeft ende [15] vergheeft, alsoe eest onse eyghen van sijnre godliker ghenaden [16] dat wi sine gave ontfaen. [17] Waeromme leert hi ons nu te biddene omme onse eyghen? [18] Want wi van ons selven niet en hebben een twint, maer al dat [19] wi gods hebben van ghenaden gods hebben ende ontfaen hebben. [20] Ende want die ghave dies vaders alsoe edel es, soe leert hi ons [21] innechlike te biddene ende tanebedene den vader in groter [22] oedmoedecheit des geests ende te bereidene ende bereit te sine [23] die edele ghave gods dies vaders tontfane 22ev . [24] Nu merket van dien daghe ende van dien dagheliken brode 24ev . [25] Het sijn drierande daghe. [26] Die eerste dach es tijtlec ende vlietet enweghe met der tijt. [27] Onse daghelijc broet an desen daghe es alle onse noedorft. |
21ev Dies...minnen: de mens moet zijn eigen wil vernietigen en de wil van de Vader in hem laten bestaan.
2 een...Cristo: leden van het mystiek lichaam.
5 in...blicke: ten dele en voor korte momenten.
7 des...sonelike: de Vader deelt de Zoon in de eeuwige geboorte van de Zoon mee wat Hij is en heeft. Daarom bezit de Zoon het eighen van de Vader. Na de dood bezitten wij het - in de Zoon - ook.
9 in...lijfs: op aarde.
9 een: hier met name ondeelbaar.
13 Alst: Zoals het.
22ev ende...tontfane: en zich voor te bereiden om...te ontvangen.
24ev er worden drie dagen besproken, elk met hun eigen brood: de eerste is tijdelijk, de tweede geestelijk en de derde is God zelf. Bij de geestelijke dag komen drie soorten brood aan de orde.
|
|
[1] Daer om leert hi 1 ons te biddene den vader, hem teenre ewegher [2] eren ende ons teenre ewegher rasten. [3] Nu sprect hi 3 : heden. In desen woerde leert hi ons, dat wi wijs-[4] leike wachten 4 in groter oedmoedecheit dies ordeels gods dies [5] vaders ende anescouwen onse onstandechlec tijtlijc leven in al [6] selker onbesittelecheit alre tijtliker dinghe die wi niet met den [7] wille gods in den wille gods gode niet besetten en hebben 6ev , dan [8] alse 7-8 dese dach heden onse jonxte dach ware ende god in dier [9] jonxter stonde dies daeghs ordeel woude spreken over lijf ende [10] over ziele ende wi dat bekinden. [11] Die ander dach es gheestelijc. Dat es ene gherechte warachteghe [12] vernueft die verlicht es met godliker ghenaden. Want ghelijc dat [13] de tijdlike dach negheen licht en heeft hi en werde 13 verlicht [14] metter sonnen, alsoe en heeft die gescepene vernueft negheen [15] licht si en werde verlicht met godliker ghenaden. Ende ghelijc [16] dat onse lijflike oghen niet en moghen ghesien onderscheet lijf- [17] liker dinghe, si en hebbe ene hulpe eens toevallens lichts, alsoe [18] en mach die oghe der vernueft niet bekinnen onderscheet [19] godliker wareit sonder de hulpe godliker ghenaden. [20] Welc es onse daghelijc broet in desen daghe? Die vader [21] sprect sijn wort ewelike in den innechste der ziele ende die [22] redene sijns woerds die heeft ene luttere vernueft, een ver- [23] nueftech invernemen 21ev , ende dat es onse daghelike broet. [24] Ende dese selve heilecheit 24 ontfaen wi in 24 die ordeninghe gods [25] in den heileghen sacramente 25 in den ghelove ende in wise ende [26] in desen tijdliken daghe 25ev . Ende wi werden sijns ghenietende |
1 hi: Christus.
3 hi: Christus.
4 wachten: op het oordeel.
6ev die...hebben: die wij niet in en met de wil van God in bezit hebben.
7-8 dan alse: correspondeert met al selker (rr. 5-6): zo'n...alsof.
13 hi...werde: als hij niet werd.
21ev die...invernemen: de verlichting die Gods Woord geeft is van louter geestelijke aard en kan slechts geestelijk opgenomen worden.
24 dese...heilecheit: eerder redene (r. 22) en broet (r. 23) genoemd.
24 in: door.
25 heileghen sacramente: eucharistie.
25ev ende...daghe: en op andere manieren binnen de aardse situatie.
|
|
[1] boven ghelove ende boven tijt ende boven wise salechlike in [2] desen daghe der ewecheit. Ende des ghenietens hebbe wi nu 24-2 [3] een vernueftech inne voerghevoelen in dier vernueft ende dat [4] es dat ander daghelike broet. [5] Eer ic vorwert ga, soe spreke ic van dier ontfankelicheit 5 dies [6] heilechs sacraments. So wie dat dat werdelike ontfaet, die [7] werdt ghereinecht van allen sonden ende ghesekert des ewichs [8] levens. [9] Dat derde daghelike broet es een luter anscouwen godliker [10] waerheit met claren onderscede ende die ordeninghe gods in [11] deser heilegher kerstenheit ende daer toe alle dat 9ev , dat van [12] beghinne deser werelt toten inde ons daer toe ene hulpe ende [13] ene stiere es, dat dat volbrocht werde, dat die vader bekinnet [14] ende minnet te volbringhene in ons, te sire 14 godliker eren. [15] Nu seghen wi: heden. In dien worde leert hi 15 ons, dat wi die [16] edele ghave gods dies vaders alsoe luterliken ontfaen, dat wi [17] negheenrande eyghenscap in gods eyghen ons 17 en besitten dan [18] die wi in den wille gods gode beseten hebben 17-18 , dan alse 18 dese [19] dach heden onse jonxte dach ware ende in der jonxter uren des [20] daeghs god woude spreken ordeel over vleesch ende over [21] gheest ende wi dat bekinden. [22] Die derde dach es god die een volcomen dach es alre daghe [23] ende onse daghelike broet. In dien dach es ons eweghe salecheit [24] ende god es onse salecheit. [25] Wie werde wi ghenietende dit broet? Alsoe hi hem selven be- [26] kint ende mint ende nut in dier al volcomenre heilecheit sijns [27] wesens ende sijnre naturen ende alre sijnre godheit, also wilt hi [28] ons na moghenlecheit hem 28 gheven te bekinnene ende te minnene [29] ende te nuttene in dier alvolcomenre heylecheit sijns wesens |
24-2 Door middel van de tegenstelling in - boven wordt de tegenstelling tussen een buiten- en een binnengoddelijk gebeuren aangegeven.
5 ontfankelicheit: zowel de ontvankelijkheid als de uitwerking daarvan.
9ev anscouwen...alle dat: met helder onderscheid te aanschouwen: de goddelijke waarheid, de beschikkingen van God in de christenheid en bovendien alles...
14 te sire: vanwege Zijn.
15 hi: Christus.
17 gods...ons: alles wat we hebben en zijn is gift van God (van Gods eigen, het onze).
17-18 dan...hebben: dan wat we in en naar de wil van God in bezit hebben.
18 dan alse: alsof, dit hangt af van alsoe luterliken (r. 16).
28 hem: Zichzelf.
|
|
[1] ende sijnre naturen ende alre sijnre godheit van 1 den adele sijnre [2] onste. [3] Heden: een god, een es 3 , een gheest, heden in desen nuwen nu. [4] Ende alsoe werde wi ontfaende van dien lichte dat licht, met [5] dien lichte dat licht 4-5 , in dien lichte dat licht des lichten licht in [6] desen eweghen nuwen nu des ewechs daeghs: heden. [7] Nu hebdi ghehoert van den daghe ende van den dagheliken [8] broede ende hoe dat onse es. [9] Nu merct: gheeft ons. In desen woerde leert hi ons alle dat des [10] mensschen vernueft ochte inghevende 10 vernueft ye verstont ofte [11] emmermeer besitten sal, dat es dat wi, anebedende, den vader [12] vernueftelike bekinnen ende hem minnetlike minnen ende [13] luterlike belien den vader sijnre godliker eyghenscap: ende dat [14] es gheven. Want ghelijc dat de vader sprekende ghebaert van [15] vrochtbarecheit sijnre naturen, alsoe gheeft hi ghebarende ende [16] verlijt algader sijn eyghen 16 in vrochtbarecheit sijnre naturen den [17] sone in vaderliker aert. In deser selver gheboert soe sceppet hi [18] ende gheeft leven ende wesen allen creaturen van godliker aert. [19] Aldus es des vaders eyghen gheven ende blivende allen creaturen 19ev . [20] Ons. In desen waerde leert hi ons onsen evenkersten te onnene [21] alles des goeds dies 21 wi ons selven onnen, alsoe alse wijs 21 ons [22] selven onnen.
[23] IX. Dat ander wort. Verghef ons onse scout, alsoe wi vergheven [24] onsen schulderen. [25] Wie heeft schulderen dan die algheweldeghe god in sijnre [26] gherechticheit? Hem sijn sculdech alle sondaren. Want niemen [27] en darf spreken van hem selven na enegher wareit dat hi sonder |
1 van: vanuit, vanwege.
3 es: de levende actualiteit van het goddelijk zijn (vgl. Ex. 3, 14).
4-5 ontfaende...licht: ontvangende van het licht van de Zoon het licht van de Vader, met..., in het licht van de Zoon het licht van de Vader, dat het lichte licht van de Zoon is.
10 inghevende: Reypens suggereert de lezing inghelen.
16 algader...eyghen: heel Zijn eigenheid.
19ev Aldus...creaturen: Het eigene van de Vader is voor altijd aan alle schepselen gegeven.
21 alles...dies: al het goeds dat.
21 alsoe...wijs: zoals wij het.
|
|
[1] sonde si, alsoe en darf hi oec 1 spreken dat hi schuldere hebbe 26ev . [2] Alsus en es nieman onsculdech noch en heeft schuldare dan die [3] enighe god ende die hi onschuldecht heeft met sinen reinen [4] bloede. [5] Alsoe dit waer es, soe eest waer oec dat wi schuldare hebben. [6] Nu merct hoe dat wise 6 hebben. Die menssche es bi ghenaden [7] van naturen een bescheden vernueftech dier. Alse dan hem de [8] mensche anenemt van sinen eyghenen wille eneghe onbesceden- [9] heit ende met dier aneghenomenre onbescedenheit sinen [10] broeder bedroeft jeghen die bescedenheit, dier es een 10 sculdech [11] gode ende sinen broeder 11 . Want 11 nu alle scout met welkere hare 11 [12] creature weder creature verschhuldeghen mach also dorecleine [13] es jeghen die scout daer hare creature mede 13 besculdecht jeghen [14] gode, soe ne wilt ons god van sire vrier gherechtecheit onse [15] grote scout niet vergheven eer wi onsen broeder van onsen [16] vrien wille vergheven sine cleine scout doer die liefde gods. [17] Ende als wi vergheven soe wordt ons vergheven, ende ver- [18] gheven wi niet soe ne wordt ons nemmermeer vergheven. Dit [19] behoert anevaenden 19 lieden toe. [20] Nu merct voertwaerts waer wi schuldaren hebben. Wie gode [21] onneert, hi onneert alle creaturen. Alsus es die sondaer een [22] schuldare gods ende alre creaturen. [23] Want nu gods eyghen es vergheven, hoe moeghenwi ver- [24] gheven? Alse van dier ghenaden gods onse wille gheenicht es [25] met gods wille, wat god wilt dat wi dat willen, alsoe god van [26] sijnre ontfarmecheit den sondare wilt vergheven, soe ver- [27] ghevenwi met gode in dier vereenbarecheit sijns willen 24ev . [28] Hoe moghen wi gheweten wanneer god den sondare ver- [29] gheeft? Wi en moghen alle de werke gods niet bekinnen, maer |
1 en...oec: mag hij ook niet.
26ev Want...hebbe: vgl. Joh. 8, 7.
6 wise: wij hen.
10 dier...een: daarin is men.
11 gode...broeder: t.o.v. ...
11 Want: Aangezien.
11 met...hare: waarmee zich.
13 daer...mede: waarmee zich een schepsel.
19 anevaenden: vgl. goeden en volcomenen (blz. 186, 3-4).
24ev Alse...sijns willen: Als onze wil...één is met de goddelijke wil, zodat we willen wat Hij wil, dan vergeven we...zoals God...wil vergeven.
|
|
[1] wi selen 1 alle sinen wille 1 luterlike willen ende in allen sinen [2] werken minnetlike minnen. Alsus verghevenwi met gode. Ende [3] dit behoert goeden lieden toe. [4] Dat derde behoert volcomenen lieden toe, die daer zijn navol- [5] ghere Cristi in armoede des gheests. Armoede des gheests es [6] niet hebben ende des selven niet niet hebben 6 . Dese hebben alle [7] dinc alre eyghenstlike 7 ende vergheven alre claerlicste, want [8] dat rike gods es hare, spreket Cristus 5ev . Ende desen werdt claer- [9] like vergheven, want die vader en vergheeft niemene dan in den [10] sone ende den sone 10 . [11] Ghelijc dat die sone alle sine crachte ghestrect heeft in die [12] ghehoersamheit sijns vaders ende onse bordene 12 ende om onse [13] schulde gheleden heeft die bittere doet van minnen, alsoe sijn [14] dese ghewareghe navolgheren in dier selver ghehoersamheit [15] streckende al hare crachte den vader teren 15 onder onse bordene, [16] in al selker soenliker minnen, op dat moghelijc ware dat si onse [17] bordene ghedraghen mochten alsse die sone ghedraghen heeft, [18] dat sise gherne drueghen 16ev . Ende si draghense van buten ende [19] van binnen in haerre soneliker minnen. [20] Niet dat si met haerre verdienten ons loessen van der ewegher [21] doet, maer met harre 21 verdientten verdienen si ons 21 dat wi ont- [22] fankelijc werden dier verdienten die ons die sone verdient heeft [23] met sire heylegher martielien. Alse gheliker wijs alse 23 Maria een [24] oponthalt was al ons gheloefs 24 doe Cristus leet de martilie an [25] den cruce, also was si een oponthalt alles vleeschs 25 met haerre |
1 selen: moeten.
1 alle...wille: heel Zijn wil.
6 des...hebben: niet groot gaan op het niet hebben.
7 eyghenstlike: het meest in overeenstemming met Gods eigenheid.
5ev Armoede...Cristus: zie Mat. 5, 3.
10 den sone: de Zoon heeft ons verlost. Hem wordt onze schuld vergeven.
12 onse bordene: onder...
15 teren: ter ere.
16ev in...drueghen: in zo'n liefde, geheel gelijk aan die van de Zoon, dat zij onze lasten graag zouden dragen, als het mogelijk zou zijn dat zij die droegen zoals de Zoon ze gedragen heeft.
21 harre: hun.
21 ons: voor ons.
23 Alse...alse: Precies zoals.
24 al...gheloefs: voor...
25 alles vleeschs: voor...
|
|
[1] heylegher verdienten, dat die vader niet en wrac der werelt [2] sonde 1ev noch die moert die die Joden beghingen ane sinen een- [3] gheboernen sone. Ende die daer na 3 sijn worden die ghewareghe [4] navolgheren Cristi, die wilt die vader hebben ont an den [5] jonxsten dach, want si sijn heme noetdorstech 5 . Ende ghebrake [6] ons deser ene stonde van enen daghe, al onse vleesch moeste [7] bederven van onsen vleescheliken sonden.
[8] X. Niet en leidt ons in coringhen, ende dat en vermach die vader [9] niet van adele sijnre goede. Wat leert ons dan die sone in desen [10] worde? Groete oedmoedecheit des gheests. Oedmoedecheit des [11] gheests es dat die gheest een bevende ontsinken hebbe alles dat [12] hi es in sijn niet sijn 11ev ende een verlien des enechs heerber ewechs [13] weses, god, een es 12ev 13 ; ende dat vernueftelike bekinnen ende minne- [14] like minnen: ochte god dat sine van ons name enen oghenblic, [15] dat wi saen werden gheleidt in die becoringhe des ewechs doeds.
[16] XI. Maer verloesse ons van evele. [17] Evel es een mesval gods ane ons ane den gheeste 17 , dat ons ende [18] den ghevallenen ingelen allene anehanghet ende gode niet en [19] twint ane en ghaet. Ende dat gode dat misval niet ane en gaet [20] dat es in gode van adele sijnre gotheit. [21] Nu merket wiet gode niet ane en gaet. Wi en hebben van [22] eyghenre eyghenschap onser naturen engheen evel noc oec die [23] inghele, want hadde wijt alsoe, soe hadde god ghescapen evel [24] ende goet ende dat en es niet. Want doe god ghescoep alle [25] creaturen doe sach hise ane ende si waren allegader goet ende si [26] bevielen hem wel. |
1ev niet...sonde: de zonden der wereld niet bestrafte.
3 daer na: in navolging daarvan.
5 si...noetdorstech: zij hebben behoefte aan Hem.
11ev die...niet sijn: de geest voelt zich alles ontvallen wat hij is door Gods gave en genade, in het niet dat men als schepsel uit zichzelf is.
12ev verlien...es: God, het...wezen, als een ‘is’ erkennen.
13 es: vgl. Ex. 3, 14. Het woord wordt in tegenstelling met het niet sijn (r. 12) van het schepsel gebruikt.
17 ane ons...gheeste: over de gedraging van onze geest (omdat de geest het vermogen der godsliefde is).
|
|
[1] Nu en hanget oec dat evel niet an ons als een toeval 1 dien wi [2] van gode ontfanghen hebben, maer het hangt ane ons alse wijt [3] met onsen eyghenen wille jeghen den wille gods ane ons [4] ghenomen hebben, ende daer omme mesvallet gode ane ons ende [5] es evel. Wie wi nu dat evel met onsen eyghenen wille weder den [6] wille gods ane ons ghenomen hebben, soe ne moghen wijs niet [7] van ons ghedoen met onsen eyghenen wille jeghen dien wille [8] goeds 8 sonder die ghenade gods. [9] Hier omme leert ons die sone innechlike te biddene ende [10] tanebedene den vader, dat hi ons suvere ende loesse van alle [11] dien dat hem ane ons mesvallet. Dies helpe ons god. Amen.
[12] XII. Nu vraghe ic ochte enech mensche daer toe comen mach [13] in deser tijt, dat hi des pater nosters ledech staen 13 mach in alre [14] wise? Soe sprekic: neen. Ende dat beweric in Marien die in [15] haerre moeder live gheloesset wart van den evele der erfsonden [16] ende ghestedecht wart van dien heileghen gheeste, soe dat si [17] nemmer sonde ane hare ghenemen en mochte: ende si en [18] stonds niet ledech in alre wise noch oec die apostelen. [19] Wat verstaen wi in Marien ghebede? Rechte oedmoedecheit [20] herten ende gheests, dat si hare alre dire wondere die god in hare [21] ghewondert hadde alsoe lettel anenam alse die armste sondere [22] op erderike, want si een luterre 22 bekinnen hadde met den [23] eweghen worde dan ye luter creature hadde in der tijt. Si [24] vervolghde oec in minnen sine lere luterlikerre dan ye creature [25] in der tijt 25 . [26] Dat wi gode den vader anebeden ende bidden alsoet sijn [27] eengheboerne sone bekint ende mint den vader eerlijc ende ons [28] salechlijc, dies helpe hi ons dore sine ontfarmechede. AMeN. |
1 toeval: gebruikt in tegenstelling met eyghenre eyghenscap. God heeft op geen enkele wijze iets met evel te maken.
8 goeds: van God.
13 des...staen: het op volledig zelfonthechte wijze beoefenen van de voorschriften van het Onze Vader.
22 luterre: zuiverder.
25 in...tijt: op aarde.
|
|
[1] Luter weten ende wanen es onghelijc 1ev . [2] Weten es in den hemel, wanen es in der tijt. [3] Dese redene versta ic alsus wanende, ende late ende beslute al- [4] gader mijn wanen ende dese redene in den onwandelbaren [5] wetene gods ende in der ghemeinsamheit sijnre heylegher [6] kerstenheit. |
1ev Luter...kerstenheit: Appelmans eindigt met een relativering van zijn denkbeelden. Aardse kennis is wanen. Het werkelijke weten ontvangt de mens pas in de hemel.
|