terug  begin  verderprepost
[p. 6]origineel

Jehane.

I
 
Zie hoe met helmijzer drukt in maagdeslapen visioenen
 
Jesus en Aartsengelen.
 
Het mager kind-fantoom glijdt langs duisterte.
 
Onvoldaan zingen opstuitend klanken;
 
Alleen staand over heien.
 
Maar waar boschdonkerte is rondt almaar
 
Almaar het woord
 
Van Jesus en Aartsengelen,
 
Oreléans! Oreléans! Oreléans!
 
En haar naam schel omhoog:
 
Jehane! Jehane! Jehane!
[p. 7]origineel
II
 
Verslankt in pantser gaat ze te paard;
 
Glijdend als toen ze liep niet bewegend niet ziend.
 
Immers houden de toomen Rafaël, Gabriël,
 
Glanst uit vóór haar Michaël,
 
Jesus in haar banier!
 
 
 
Niets van Koningsgoud, zij-wit hofkleed,
 
Neergestrekt sluier-doorzicht;
 
Blauw pantser.
 
 
 
Onder veel diepe helmstemmen van soldaten
 
Gilt fluitend haar verlangende stem
 
Schel om hoog:
 
Jehane! Jehane! Jehane!
[p. 8]origineel
III
 
In vuur alleen kan ze opgaan,
 
Heilig vuur zacht-gaand langs haar,
 
Aaiende vlammen haar opnemend,
 
Lost ze zich wijd in een vlam,
 
Een vlam van blauw pantser
 
Opgaand hoog uit de aardvlammen,
 
Glijdend tot Jesus,
 
Vlam-krinkend:
 
Jehane! Jehane! Jehane!
 
 
 
André Jolles.

prepostterug  begin  verder