[p. 25]
origineel
Ave Anima.
(Secunda ordo visionis).
Bove'aardsche vreezen, o superieure
Verwonderingen eener Vrouweziel
,
Toen dit menigerlei levens-gebeuren
,
Opgaan, neêrgaan, gewentel en gewiel
Van dingen en gedachten, lichte' en kleuren
,
Voor haar gezicht als een oud kleed verviel
.
Toen ging z' in gangen harer binnen-oogen
,
In lanen van gestalten staanden en stil
Voor zingebouwen, torens hooggetogen
,
Meer-breedten vreezende voor wind-geril;
Stadmuren stonden met verbaasden wil
,
Vreemd-vragend zien zon-bloemen naar haar oogen
.
[p. 26]
origineel
Groot staren hare blikken in het wijde
Raadsel-verschijnen van dit Wereld-heel
,
Met tranen-weenen daar àl was verscheiden
Schijn-wezen schoon van vroeger aard-tooneel;
Zoo wordt zij nu met dit mysterie-veel
Verwant door wonder-starend oog-verwijden
.
Bloem-geesten nemen haar in zuster-rijen
,
Om deze ziele-liefde éénzaam groot
,
En zeer inwendig wonderlijk verblijen
En om haar weemoed en haar oogen rood
,
Nu zij met bloemgedaante' als speelgenoot
Wel tweeling-zuster-teerlijk wil vermeien
.
Mede bloem-bloeiend zingt zij bloeme-talen
Van zonbloem groot, renonkel, dahlia
,
Vlam van klaprozen, leliën van dalen
,
Toortsbloemen, anemoon en fuchsia
.
En waar zij wandelt zien haar alle na
,
Meenend dat Hemel-kind is komen dalen
.
[p. 27]
origineel
En hoog geheven wijze denneboomen
Bewegen met diep-zinnend hoofd-gebaar
,
En langzaam wuivend als ontwaakte droomen
,
Verbazen heen en weder met elkaar
,
Om 't zieleschoon van deze vrouw vernomen
,
Verwondren heilig en beminnen haar
.
En vogelijns zinge' om de Vrouw-beminde
En lieven om haar wezen zilver-rein
Van wie z' op aarde geene zuster vinden
;
Goudblonde kevers maken feest-festijn
Om haar straal-hart, en door bosch-loover heen
,
Naderen spiedend schuchter-schichte hinden
.
En vlugge beken vluchtend door de velden
,
En licht-verstralende als zilverlint
In open velden jubelend vermelden
Den roem van haar groot harte welgezind;
Veel regen-spreidende fonteinen welden
Voorbij de voeten van het Menschekind
.
[p. 28]
origineel
Wondere, zij verwonderd' in dit Leven
Van wereld-dinge' en zielen onderling
Vermengd, in haar Hart-kerk is nagebleven
Wereld-Liefde, die is Verwondering
.
Is niet de Taal-leer waarmêe openging
Het Aard-Mysterie zóó in haar geschreven:
Wereld-Liefde, die is Verwondering?
Supreme Vrouw-ziel die hebt al omvangen
In uw armen-omhelzing wereld-wijd
,
Stil Vrouwehart luid-vol met veel gezangen
En in dien éénen Taal-zang ingewijd!
Gij bevende van Liefd' en Licht-verlangen
,
Supreme Vrouweziel gebenedijd!
J.D. Bierens de Haan
.