terug  begin  verderprepost
[p. 11]origineel

Rust.

 
 Heerlijke, donzige nacht
 
 zinkt op mij neêr; zoelig zacht
 
 smelt in zijn adem 't laatst verlangen,
 
 wegstervend in een laatste stille klacht.
 
De suizlende avondwind speelt in de zilvren snaren
 
der kinderkalme ziel; en op zijn breede baren
 
voert hij, de wijde stilte door, onmeetbre zangen.
 
Uw spiegelende ziel, van weemoed plots omvangen,
 
ziet lange trillingen statig door d' oether varen.
 
Gevoelens doomen mat, uit tijden die eens waren.
 
 
 
Vertoef nog, vreemde weelde van dien kalmen nacht;
 
naar dees vergetende uur heb ik reeds lang getracht;
 
laat om mijn moede ziel uw eeuwge schaduw hangen.
 
 
 
Maart 93. Alfred Hegenscheidt.

prepostterug  begin  verder