[p. 324]
origineel
Nachtlied
Geen enkel ver- gerucht
en komt tot mij gedreven;
De boomen van de dreven
en loozen zelfs geen zucht.
Geen late muggenvlucht
zie 'k vóor mijn oogen zweven;
De nacht heeft saamgeweven
zoo innig, aarde en lucht.
Mijn hart dat 'k waande dood
Door 's werelds drukte omgeven
Voel 'k nu geweldig gaan!
Geneuchte wondergroot:
Zijn hart te hooren slaan
Wen dood is alle leven.
[p. 325]
origineel
Verwantschap
Het is een vreemd en zoet genucht
In eenen frisschen dag - als dezen -
Met lijf en ziel, met 't gansche wezen
Te smelten in d'omzijnde lucht!
Zijn stem herkennen in den zucht
Der boomen als in 't lied der meezen;
Zich voelen drijven zonder vreezen
Door alles met den wind die vlucht.
Zijn eigen weemoed hooren loeien
Door 't vee, smal-grazend langs een baan.
- En hooge rijzen met de hooge abeelen! -
O gansch in de natuur vervloeien,
Met al heur leven medegaan
En heur geheimen alle deelen!
Fernand Toussaint
.