[p. 157]
origineel
Stijgend langsheen Sint-Goedelekerk
O zwart gevaarte boven 't hoofd
zwaar hangend in de donkre lucht,
wat heb ik in uw diepten al
gesmacht, gebeden en verzucht!
O levend steenen wezen! Hier,
door angst gejaagd, door hoop gestaald,
ben ik naar 's harten wondergang,
wild ópgedraafd of kalm gedaald.
Geen enkle boezemtrilling, die -
- géén wentling mijner ziele, die
niet weêrluidde in uw torenklank,
vol zoete of sombre poëzie.
En van mijn eerste groote smart
tot aan mijn laatste zielsgeween,
't is alles in uw bouw vergroeid
en 't spreekt mij toe uit elken steen.
Krank is nu 't lichaam, krank het hart,
dat in onpeilbre smart verviel,
maar, worstlend tegen God en lot,
jaagt stormend óp de ontembre ziel.
Brussel, 23 November 1897
.
Prosper van Langendonck
.