[p. 153]
origineel
Nagelaten Verzen
't Scheerwiel
Het versch geschoren gers is zoet
om zien, en, in de zonne
verpreuvelen 't mijn herte doet,
van louter levenswonne.
Het seheerwiel hoore ik rijden, met
gerul, en, zijnen draf
aan 't draven, alles snijden met
zijn' scherpe tanden af.
Geen scheerder, die zoo scheren kan;
geen wever, die zoo weven:
geen een en kent de kunste van
zijn laken doen te leven.
't Doen leven kan 't de zonneschijn,
't doen blinken in den glans
des hemels, en nog groender zijn
als 't groenste laken, gansch.
[p. 154]
origineel
Nu loopt erin, en laat u 't spel,
de louter levenswonne
verpreuvelen, en jeunt u wel,
gij kinders in de zonne;
daar 't laken ligt en zult gij nu
verwringen hand of voet:
loopt spelen daar en zegene u
de zomerzonne zoet!
13/14-5-97
[p. 155]
origineel
De zage zucht
en schorpt het hout
in kisteberd, in korsten
⁂
Men kan aan de dieren
zoo vele doen zeggen
en spreken ze niet
[p. 156]
origineel
Mij schielijk is een vreemde
ontroeringe ingevallen:
is stervende iemand of
ben veeg ik zelf misschien
bestemd om heen te gaan
[p. 157]
origineel
En stoort de vogels niet:
ze zijn zoo bezig.
.........
⁂
't Was op nen dampen donkeren dag
't was 's morgens in de vroegte
.............
⁂
O wat is 't toch liefgetal
rondom mij en rondom al
[p. 158]
origineel
Oneigene tale, geborgde gepeizen,
mijn zijt gij niet, en dat en wil ik niet zijn.
Wat in mij en van mij is, dat heete ik mijn.
Onwaardige, ik late u: ga' reizen!
⁂
Heere komt, ik ben ellendig
'k ben vol zonde en vol verdriet
komt, uw' goedheid is onendig
lange en beidt, o Heere, niet!
[p. 159]
origineel
Bolle kake.
roode mond
och, hoe zal 'k het zeggen
wit getande
blij en blond
[p. 160]
origineel
Uw vlerk
aan 't werk
in 't zwerk
zweeft zwierend deur de wolken
o tier-
end dier
dat hier
en ginder, al medeens
Guido Gezelle
.