Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1906


auteur: [tijdschrift] Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde


bron: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1906. Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde, Gent 1906


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[p. 599]

Jaarlijksch feestmaal.
8 Juli 1906.

Het feestmaal greep plaats in het eere-salon van het Academiegebouw.

Zaten aan: de heeren Jan Broeckaert, bestuurder; Karel de Flou, onderbestuurder; Edw. Gailliard, bestendige secretaris; Dr. H. Claeys, Jhr. Mr. Nap. de Pauw, Th. Coopman, Jan Bols, Des. Claes, Jhr. Dr. Karel de Gheldere, Gustaaf Segers, Dr. Willem de Vreese, Jac. Muyldermans, Jan Boucherij, Baron de Bethune, Amaat Joos, werkende leden; Hugo Verriest en Omer Wattez, briefwisselende leden.

De weled. heeren Dr. Jan te Winkel, buitenlandsch eerelid, en Alf. Siffer, drukker der Academie sedert hare stichting, hadden aan de Academie de eer gedaan hare uitnoodiging op het feestmaal te aanvaarden.

De heer Jan Broeckaert, bestuurder, stelde den volgenden heildronk in ter eere van Z.M. den Koning en van de Koninklijke Familie:

 

Waarde Collega's!

 

Er is een naam, die heden, geestdriftiger dan ooit, moet worden toegejuicht: de naam van den bedrijvigsten der Koningen, van Z.M. Leopold II, onzen doorluchtigen Beschermheer.

[p. 600]

De Koninklijke Vlaamsche Academie kan en zal niet vergeten dat zij haar ontstaan aan dien alom geëerbiedigden vorst, aan dien verlichten voorstander van kunsten, letteren en wetenschappen. te danken heeft. Zoo zij verleden jaar, met al de kinderen van het Belgische vaderland, gelukkig was deel te nemen aan het zoo schitterend gevierde jubelfeest; zoo zij den Koning te dier gelegenheid hare hulde en de gevoelens harer onwankelbare trouw aanbood, heden, bij de twintigste verjaring harer stichting, begroet en dankt zij Hem nogmaals voor zijne belangstelling in de taal en letterkunde van het grootste gedeelte van zijn volk.

De Vlamingen, die hunne vorsten te allen tijde zoo innig verkleefd waren, houden, vol hoop op de toekomst, de oogen op Hem gevestigd, omdat zij weten dat Hij niets anders dan hun geestelijk en stoffelijk welzijn betracht.

Ik noodig u dus uit te drinken op den Vader van ons tweetalig Vaderland; op Hem, die gezegd heeft en voortdurend bewijst, dat al de Belgen hem even lief zijn.

Lang moge Hij leven, tot ons aller heil!

Mocht onze Koninklijke Instelling het geluk te beurt vallen, wanneer zij, binnen vijf jaar, haar vijf en twintigjarig bestaan zal vieren, met het bezoek van haren wijzen Stichter en zoo doorluchtigen Beschermheer vereerd te worden!

Drinken wij meteenen, Waarde Collega's, op de gezondheid van H.K.H. Prinses Clementina, de edelhartige Koningsdochter; op die van Z.K.H. Prins Albrecht, de hoop onzes Vaderlands, den volksgeliefden Prins, wiens plechtig bezoek aan deze Academie met gouden letteren in hare jaarboeken uitblinkt! Op zijne hoogst vereerde Moeder, de Gravin van Vlaanderen; op zijne edele Gemalin, Prinses Elisabeth, en hunne lieve kinderen!

Aan al de leden van het Koninklijk Stamhuis de beste, de rechtzinnigste onzer wenschen!

Leve de Koning! Leve de Koninklijke Familie!

[p. 601]

Onmiddellijk daarna zond de Bestendige Secretaris het volgend telegram aan Z.M. den Koning:

Aan Zijne Majesteit

Leopold II, Koning der Belgen,

te Brussel.

 

Vandaag achtsten Juli, dag op dag, viert de Koninklijke Vlaamsche Academie den twintigsten verjaardag harer stichting. Te dier gelegenheid werd in onze Plechtige Vergadering van heden door den heer bestuurder Broeckaert een geestdriftige hulde aan Uwe Majesteit gebracht.

De Heeren Leden, thans aan een feestelijken maaltijd vereenigd, juichen met de meeste gulhartigheid den geëerden naam van Uwe Majesteit toe.

Mocht onze Koninklijke Instelling het geluk genieten, wanneer zij, binnen vijf jaar, haar vijf-en-twintigjarig bestaan zal vieren, met het bezoek van haren Wijzen Stichter en zoo Doorluchtigen Beschermheer vereerd te worden!

Intusschen achten het de Heeren Leden ten plicht hun diepen eerbied en hunne innige verkleefdheid aan hunnen Hooggeprezen Koning en aan de Koninklijke Familie te betuigen.

De bestendige secretaris,

Edw. Gailliard.

 

* * *

 

Vervolgens bracht de heer Bestuurder de volgende gezondheid uit ter eere van den Weled. Heer Dr. J. te Winkel:

 

Mijne Heeren,

 

Wij hebben heden het geluk en het genoegen beleefd, onze Plechtige Vergadering opgeluisterd te zien door een

[p. 602]

zeer toegejuichte rede van ons buitenlandsch Eerelid Prof. te Winkel. Den met roem bekenden schrijver van Maerlant's werken beschouwd als spiegel van zijn tijd, van de welbekende Geschiedenis der Nederlandsche Leiterkunde, den promotor van de Nederlandsche taalkaart, den onderzoeker van zoo menig betwist punt op het gebied van taal- en letterkunde, danken wij opnieuw voor de ons bewezen eer, en ik stel U voor ons glas te ledigen op zijne gezondheid, in de hoop dat hem tijd en kracht zal worden gegeven om de vele en grootsche plannen, die hij nog op het getouw heeft, te volvoeren.

Hij leve!

 

***

 

Op het telegram door den Bestendigen Secretaris, namens de Academie, aan Zijne Majesteit den Koning gezonden, kwam het onderstaand antwoord:

Mijnheer Edw. Gailliard,
Bestendigen Secretaris der Koninklijke Vlaamsche
Academie, te Gent
.

 

De Koning heeft met groot genoegen het telegram ontvangen dat gij Hem, in name der Koninklijke Vlaamsche Academie van Gent den twintigsten verjaardag harer stichting vierende, gezonden hebt.

Zijne Majesteit gelast mij U te verzoeken aan den heer bestuurder Broeckaert alsook aan al degenen die, te dezer gelegenheid hunne vaderlandsche gevoelens aan de Koninklijke Familie uitgedrukt hebben, hare beste dankbetuigingen te doen geworden.

De geheimschrijver des Konings.