Volks-liedjens. Uitgegeeven door de Maatschappij: Tot nut van 't algemeen.Eerste stukjen.Te Amsteldam,
Bericht.Het Gezang, bij de meeste volken een voornaam gedeelte van hunne Godsdienstöefeningen uitmaakende, was ook altoos het geliefd tijdverdrijf van Neêrlands ingezetenen. De gemeene burger echter zingt, zoo in zijne uuren van uitspanning, als onder zijne beroepsbezigheden, geheel anders dan de meer aanzienlijke man, wiens Desserten door Italiaansche en Fransche airtjens verlevendigd worden. Beider liederen loopen echter veeltijds op een zelfde doel, namenlijk op wijn of op liefde uit; alleen met dit onderscheid, dat de gezangen der aanzienlijken meerder kunst en beschaaving kenmerken, dan die der geringe werklieden, welke zangers maar al te veel onbetaamlijke en morsige liedjens, in hunne kringen doen hooren: en die nog te meerder afsteeken, wanneer zij, zoo als dikmaals gebeurt, door eenige Psalmen, of Godsdienstige liederen, onmiddenlijk voorgegaan, of gevolgd worden. De Maatschappij, uit haaren aart, het welzijn van den gemeenen
man ten oogmerk hebbende, had, zederd een geruimen tijd, het wanvoeglijke in
die gewoone volksliederen opgemerkt. Zij vooronderstelde, dat de deugd en de
algemeene verlichting onder de natie veel veld zouden winnen, wanneer men den
geringen burger, zijnen gewoonen volkstoon liet behouden, doch den inhoud der liedjens zodanig hervormde, dat dezelve niet alleen de goede zeden niet kwetsten, maar deeze, boven dien, zeer sterk konden bevorderen. Het was dan ook met dat edel oogmerk dat eenige dichters, en dichteressen, als leden der Maatschappij, zich wel wilden bezig houden, om de natie zodanige liedjens te schenken, die meer gelijk aan elkander, minder wellust wekkende, en geheel overeenkomstig zijn met het plan dat men zich ten dezen opzichte gevormd had: namenlijk om het stichtende zo veel vermaak over te laaten, als bestaanbaar geoordeeld wordt, met dien invloed die het, bij ongeleerde, en vermaakzoekende lieden, moet hebben. Ontvangt dan, waardige ingezetenen, voor wien onze Maatschappij vooräl werkzaam is! deeze Volksliedjens, met zoo veel genoegen, als zij u aangeboden worden; en zijt verzekerd, dat ons niets vermaaklijker zal zijn, dan dat wij, bij den aanhef van elk verbeterd gezang, ook de verbetering van uw hart mogen gewaar worden: buiten welke verbetering alle onze poogingen toch vruchteloos zouden zijn.
Uit naam der Maatschappije, M. NIEUWENHUIJZEN, Secretaris. |