[p. 9]
Hemelvaartszang.
- Wijze: Wat is het schoon, enz.
-
- Hij vaart om hoog, mijn Heer! mijn Vorst en Koning,
- Zijn voet betreedt niet meer deeze aard'.
- Mijn juichtoon volg mijn Heiland in zijn woning;
- Met d'eng'len gaa mijn stem gepaard!
- Heb eeuwig dank! ô God! mijn Heer!
- Al 't scheps'lenheir verbreid' uw eer.
-
- Gij zijt dan nu voor eeuwig ingetreden,
- In 't allerheiligst heiligdom.
- Na dat uw leer en lijden hier beneden,
- Gevestigd had het christendom.
- Dat nimmer kan noch zal vergaan;
- Maar eeuwig door uw magt blijft staan.
-
- Ontvang ô Heer! ontvang de lofgezangen,
- Van 't dankbaar hart dat naar u hoort.
- Al d'aarde juich! de wolken zelf vervangen,
- Het lied des volks dat u bekoort.
- Van 't volk dat u veel heeft gekost,
- Dat gij hebt door uw bloed verlost.
-
[p. 10]
-
- Vaar voort met ons den weg der deugd te leiden,
- Bewaar ons, Heer! voor alle kwaad!
- En laat ons steeds wat u mishaagd vermeiden,
- Versterk ons door uw hulp en raad.
- Laat ons, door uwe hand geleid,
- Betreden 't pad ter zaligheid.
-
- Neem ons dan ook aan 't einde onzer dagen,
- Tot u in 't hoge Hemelhof.
- Wanneer wij eens, van 't sterflijk deel ontslagen,
- Verlaten zullen d'aard en 't stof:
- Dat wij den eng'len dan gelijk,
- U eeuwig prijzen in uw rijk.
-
- C.R.
|