[p. 28]
Avond gezang.
- Wijze: Je le compare avec Louis.
-
- Daar zich deez' dag ten einde spoedt,
- Zo dank ik u, mijn God en vader!
- Mijn trouwe hulp, mijn levens ader!
- Die mij zo liefd'rijk hebt behoed,
- Voor 't leed, dat mij kon overkomen,
- Dies zal 'k ook voor den nacht niet schroomen,
- Uw bestuur heeft, dit uur,
- Al mijn vreez' benomen.
-
- Maar, hoe heb ik deez' dag besteed?
- Heb ik mijn pligten niet vergeeten?
- Kan ik gerust zijn in 't geweeten?
- ô Neen! dan Heer! het is mij leed.
- 'k Betreur mijn fouten en gebreken.
- Vergeef mijn schuld! verhoor mijn smeeken,
- Maak mij vrij, dat ik blij,
- Van uw gunst mag spreeken.
-
[p. 29]
-
- Gij hebt reeds in mijn vroege jeugd
- Mij stof tot dankbaarheid gegeven;
- Gij schonkt mij ouders, die mijn leven
- Steeds leidden op het spoor der deugd.
- Uw hand heeft mij in rijper jaaren,
- Gered uit strikken en gevaaren,
- Die veelal ongeval,
- Angst en kommer baaren.
-
- 'k Beveel, ô Heer! aan u mijn lot!
- Deez' nacht en ook mijn verd're dagen;
- Zo als 't uw wijsheid zal behagen,
- Berust ik in uw wil, mijn God!
- Uw bijstand leide en sterk' mijn schreden,
- En doe mij 't pad der deugd betreden?
- 'k Wacht dan 't loon, door uw Zoon,
- Eens in de eeuwigheden.
-
- S.A.R.
|