[p. 34]
De vlijtige Timmerman.
- Wijze: een Kuiper vol van minnepijn.
-
- Nu weder met een' nieuwen lust,
- Mij vrolijk aan het werk begeeven;
- 'k Heb in dit schoft genoeg gerust:
- Het Timmren is mijn vreugd en leven.
- De klok sloeg voor een poos reeds vier:
- Nu 't schootsvel voor; 't is juist kwartier.
- Kom lustig en rustig mijn werk verricht.
- Door liefde, door vlijt wordt de arbeid ligt.
-
- Laat loome Jaap den dierbren tijd,
- Door passen en door meeten, slijten;
- Ik poog, door onvermoeide vlijt,
- Getrouw mij van mijn' pligt te kwijten.
- 't Is schande voor een goeden knegt,
- Neemt hij in eens de maat niet recht.
- Kom lustig en rustig mijn werk verricht.
- Een timmermans oog bedriegt niet ligt.
-
-
[p. 35]
-
- Jan Semelknooper doet zijn best;
- Hij is getrouw in 't bijtels slijpen;
- De zon die daalt 'er meê naar 't west.
- Wie zou die slenters niet begrijpen?
- 'Er is geen heer die zeggen zal,
- Dat ik hem ooit den tijd ontstal.
- Kom lustig en rustig mijn werk verricht.
- Bij wie ik ook dien', 'k volbreng mijn pligt.
-
- 'k Ben een beminnaar van de Kerk,
- Maar van den Godsdienst staêg te spreeken?
- En stil te staan dan bij zijn werk,
- Dit zijn bij mij maar huichlaars treeken.
- Een stichtlijk woord is zeker goed,
- Maar mits men ook zijn zaaken doet.
- Kom lustig en rustig mijn werk verricht.
- Het werken is ook een Godsdienstpligt.
-
[p. 36]
-
- Door d'arbeid is men 't best in staat,
- Om onze ligchaams kragt te sterken:
- De ledigheid kweekt alle kwaad.
- Die eeten wil, die moet ook werken.
- De luiäart heeft gebrek aan brood,
- De nijvre man heeft zelden nood.
- Kom lustig en rustig mijn werk verricht,
- Het waar genoegen ligt in elke pligt.
-
- J.H.
|