[p. 58]
XXXI December.
- Wijze: Wat is het schoon, enz.
-
- Zo vliegt de tijd, zo rollen onze jaren,
- Zo ging dit Jaar ook weêr voorbij
- Met lust en vreugd, met kommer en bezwaaren,
- 't Voegt echter, dat men dankbaar zij:
- Aan God, die nog ons leven rekt,
- En steeds aan ons ten vader strekt:
- 't Is God die nog ons, &c:
-
- Zijn liefd'rijk hart blijft ons altoos geneegen,
- Schoon ons dikwerf zijn hand kastijdt.
- Hij leidt hier door ons op de regte wegen
- Op dat ons hart zich eens verblijd'.
- Wij dragen dan den tegenspoed,
- Met onbezweken heldenmoed.
- Wij dragen dan, &c:
-
[p. 59]
-
- Wil 't volgend Jaar, ô Heer! uw zegen schenken,
- Maak elk aan zijnen pligt getrouw.
- Zo zal ons geen verdriet noch onheil krenken;
- Dan blijven wij, in vreugde of rouw,
- Gerust, dat ons in de Eeuwigheid,
- Een duurzaam heil is toebereid.
- Gerust, dat ons in de Eeuwigheid,
- Een duurzaam heil is toegereid.
-
- Ma.V.H.
|