[p. 1]
Volks-liedjens.Uitgegeeven door de Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen.
Tweede stukjen.
Te Amsteldam, Bij Harmanus Keijzer, Arend Fokke,
Simonsz. en Cornelis de Vries, Boekverkoopers. 1789.
[p. 3]
De Geboorte van 's waerelds Heiland.
- Wijze: Hoe schoon ligt ons de Morgenstar.
-
- Thans vieren wij den grooten dag,
- Waarop men weêr herdenken mag,
- Dat Jezus wierd geboren.
- Die eeuwig heerscht in 't godlijk rijk,
- Wierd, om den mensch, een mensch gelijk:
- Wat heil is ons beschoren!
- Juicht nu, buigt u,
- Voor hem neder, die zo teder,
- Om ons, armen,
- Zich in liefde wilde erbarmen.
-
[p. 4]
-
- ô Wonder! al onz' eerbied waard,
- God is in 't vleesch geopenbaard;
- Wie kan 't geheim doorgronden?
- De Vorst en Heer van 't groot heeläl,
- Rust nedrig in een beestenstal,
- Met slegt gewaad omwonden.
- ô Heer! ik eer,
- Deze waarheid; doch haar klaarheid,
- Blindt mij de oogen;
- 'k Bid slegts aan, in 't stof gebogen.
-
- Hier blijkt Gods liefde in al haar kragt:
- Hij heeft aan 't menschelijk geslacht
- Zijn eigen Zoon gegeeven;
- Die Zoon, der Englen eerbied waard,
- Heeft ons zijns vaders wil verklaard,
- Om heilig hem te leeven.
- Dat wij, steeds blij
- Ons vertrouwen, op hem bouwen,
- En gedenken:
- Jezus zal ons bijstand schenken.
-
[p. 5]
-
- Een Eng'len rei daalt van om hoog,
- En vestigt het verwonderd oog,
- Op dezen dag der dagen.
- Zij juichen: God zij eeuwige eer!
- Hij schenkt den vrede aan de aarde weêr
- Den Mensch zijn welbehagen.
- Die vreugd - verheugt,
- Aarde en Hemel, daar 't gewemel,
- Der Heirschaaren,
- Met den Mensch zijn lof wil paaren.
-
- En zou dan niet mijn dank'bre ziel,
- Daar ons dit heil te beurte viel,
- Mijn God eerbiedig prijzen?
- Mijn hart en mond brengt, blij te moê
- Mijn Heiland! u het offer toe,
- Voor uwe gunstbewijzen.
- 'k Wijd' u, reeds nu,
- Heel mijn leven; wil mij geeven,
- Eens hier boven,
- Eeuwig - Eeuwig u te loven.
-
- Ma. V.H.
|