[p. 35]
Vriendschap.
- Wijze: In een boomgaard Colinette.
-
- Lieve vriendschap, troost van 't leven,
- Wellust van 't gevoelig hart!
- 'k Zing, door dankbaarheid gedreeven,
- Hoe gij mij verkwikt in smart.
- Gij, gij kunt genoegen geeven,
- Dat de zwaarste rampen tart.
-
- Treft mij ziekte, smart of lijden,
- Of der trotschen bittre haat.
- Als ik moet met armoê strijden,
- Als mij alles tegen gaat;
- ô Hoe kan mij dan verblijden,
- Vriendentroost, en trouwe raad.
-
[p. 36]
-
- Ben ik eens van 't spoor geweeken,
- Heb ik somtijds iets misdaên.
- Toont mijn vriend mij die gebreken,
- Ongeveinsd met zagtheid aan;
- 'k Voel mijn' lust op nieuw ontsteken
- Om op 't pad der deugd te gaan.
-
- Zo 't mij somtijds mag gelukken,
- Dat ik rust of vreugd geniet.
- Mag ik eens een roosjen plukken,
- Onder doornen van verdriet;
- Nooit zou 't zo mijn hart verrukken,
- Deelde ik 't met mijn vrienden niet.
-
- Lieve vriendschap! vreugd van 't leven!
- Blijf mij bij tot aan het graf!
- Gij kunt mij genoegens geeven
- Die de Rijdom nimmer gaf,
- Voer mij veilig door dit leven;
- 'k Leg het dan eens vrolijk af.
-
- Ma.V.H.
|