[p. 54]

Kermiszang

 Wijze: Schoone beemden! Zalig veld!
  
     Was niet steeds de Kermistijd,
     Aan de blijdschap toegewijd?
 Zouden we ons dan niet vermaaken?
 Zou de deugd de blijdschap wraaken?
     Zeker neen! de gulle vreugd
          Stemt de harten...
     Zeker neen! de gulle vreugd
     Stemt het hart voor blijde deugd.
  
     Zij die in den dienstbren staat,
     Dag aan dag, en vroeg en laat,
 Werken, slooven, slaaven, zwoegen,
 Wagten jaarlijks op 't genoegen,
     Dat hen eens gebeuren mag,
          Op hun blijden,..
     Dat hen eens gebeuren mag,
     Op hun blijden kermis-dag.
  


[p. 55]

 
     Braafhart, die voor vrouw en kind,
     Slechts het sober kostjen wint,
 Heeft een kermis-gift ontvangen:
 Kuscht zijn wijfjens bolle wangen,
     Liefste, zegt hij, 't moet 'er aan;
          'k Wil eens met u...
     Liefste, zegt hij, 't moet 'er aan,
     'k Wil met u te kermis gaan.
  
     Zelfs de huisman, die het veld
     Boven stads vermaaken stelt,
 Wil toch ook de kermis vieren;
 Kees moet met zijn Maartjen zwieren.
     Japik moet met blanke Neel,
          Lustig, lustig...
     Japik moet met blanke Neel,
     Lustig danssen voor de veel.
  
     Gulle Vaderlandsche jeugd!
     Wil slechts, bij uw kermisvreugd,
 Nimmermeer de Deugd verzaaken:
 Kies de nuttigste vermaaken;
     Zorg, dat nooit de vrolijkheid,
          U verwilder'...
     Zorg, dat nooit de vrolijkheid,
     U van 't spoor der reden leid'.
  


[p. 56]

 
     Wees dan vrolijk, lach en zing,
     Vreugde voegt den sterveling,
 Die zich met een goed geweeten
 Van zijn pligten heeft gekweeten.
     Zeker ja! de gulle vreugd
          Stemt de harten...
     Zeker ja! de gulle vreugd
     Stemt het hart voor blijde deugd.
  
     Ma.V.H.