[p. 61]
Nieuwjaars wensch.
- Wijze: De marsch van den braven Kapitein.
-
- Het was zo lang mij heugen mag,
- Een vast gebruik op dezen dag,
- Zich op te schikken naar zijn' staat,
- En druk te loopen langs de straat;
- Om aan de menschen, geluk te wenschen;
- Schoon het niet altijd van harten gaat.
-
- Maar was 'er ooit een dag van 't jaar,
- Waar op het liegen geen zonde waar'?
- 't Is dikwijls veiligst, dat ik zwijg';
- En dat ik slegts wat buig' en nijg'.
- 'k Zal 't overleggen, om niets te zeggen,
- Daar 'k mij om schaam, of een kleur bij krijg'.
-
[p. 62]
-
- Hoor dan nu ook eens, wat ik wensch',
- Aan ieder braaf en eerlijk mensch!
- Lang leven, rijkdom, eer en staat
- En dat hem nooit iets tegen gaat,
- Maar zagt... de weelde, zo 'k mij verbeelde,
- Maakt somtijds dat men de deugd verlaat.
-
- Ik wensch hem liever een vrolijk hart,
- Een vast gemoed in vreugd of smart,
- Gezondheid en zijn daag'lijksch brood,
- Een vriend, die trouw blijft in den nood,
- Des Hemels zegen, op al zijn wegen,
- En eind'lijk eens een zaaligen dood.
-
- Nu heb ik gedaan; ik gaa weer heên,
- 'k Heb niets gezegd dan dat ik meen.
- Ik weet wel meer, maar 't staat niet vrij,
- Veel spreeken brengt ons maar in lij.
- Zo dit niet gaan kan, of niet bestaan kan
- Zing 'er dan nog wat versjens bij.
-
- Ma.V.H.
|