[p. 15]
De Voorspellingen.
- Wijze: Van 't Kuipertjen.
-
- Laast was ik op een kopjen thee,
- Hier bij mijn naaste buurvrouw Kaatjen,
- 'k Nam, als voorheen, mijn naaiwerk meê,
- Zij houdt doorgaands wel van een praatjen,
- Duurt mijn bezoek dan eens wat lang,
- 't Werk gaat evenwel zijn gang;
- Ik naaide regt vlijtig en luisterde toe,
- Zo als ik dan gewoon'lijk doe :/:
-
- Kaatjen vertelde, zeer verschrikt,
- Dat 'er nu al verscheiden nachten,
- Iets op heur kamer hadt getikt,
- Zij hadt gewis een lijk te wagten,
- 't Kloppertjen agter 't houten schot
- Voorspelde haar dit treurig lot,
- Dat tikte, en tikte en scheide niet uit,
- Iets dat altijd wat kwaads beduidt :/:
-
[p. 16]
-
- Ook toen zij laatst heur vensters sloot,
- Stondt voor de deur een hond te huilen,
- Dit dreigt, zegt zij, een wissen dood;
- Zij wist van kraaijen en van uilen,
- Hoe hun geschreeuw ons onheil spelt.
- Daar zij mij veel van heeft verteld,
- Breekt 'er een spiegel, een fles, of een glas,
- Dan volgt de dood van d'eigenaar ras. :/:
-
- 'k Werd op de kamer heet en koud;
- Schoon ik gehoord had, dat dit tikken,
- Van wormen was in 't eiken hout,
- En men daar voor dus niet moest schrikken;
- Maar om de rest van heur verhaal
- Zoo te weêrleggen altemaal -
- Van honden, en uilen, en kraaijen, en 't glas,
- Wist ik dat mij niet mooglijk was. :/:
-
- 'k Was 'er toch ook niet meê te vreê,
- Dat dit gespook mijn rust zou stooren;
- 'k Ging eens bij onzen Dominé,
- Om 'er zijn meening van te hooren;
- 't Is zulk een braaf en kundig man,
- Die men gerust iets vraagen kan;
- Die vraagt, wordt ook wijzer, is altijd zijn woord,
- Als hij naar onderrigting hoort. :/:
-
[p. 17]
-
- Daar, sprak hij, een weldaadig God,
- Steeds voor ons waar geluk blijft zorgen,
- Heeft hij ook ons toekomstig lot,
- Wijsselijk voor ons oog verborgen;
- Wie had toch ooit een' blijden dag,
- Die steeds vooraf zijn rampen zag?
- Door angstig te vreezen, verloor hij den moed,
- Die ons het onheil draagen doet. :/:
-
- Een kraaij, of uil, verhit naar spijs,
- Een hond, bij nacht voor deur gebleeven,
- Elk dier zal op zijn eigen wijz',
- Dit zijn gebrek te kennen geeven;
- 't Zij door gehuil of door gekras?
- Hoe ligt springt spiegel, fles of glas?
- Door honderden kleinigheên, waar van gewis,
- De oorzaak toch zeer natuurlijk is. :/:
-
- Wijl het dan ons geluk verstoort,
- Als men 't aanstaande wil voorzeggen;
- En 't minste, dat men ziet of hoort,
- Als een voorspelling uit wil leggen;
- Is 't dwaasheid, dat dit hem ontrust,
- Die, van zijn Christenpligt bewust,
- Steeds vrolijk en lustig zijn leven en lot,
- Toevertrouwt aan 't bestuur van God. :/:
-
- Ma.V.H.
|