[p. 18]
Het vergenoegde Huisgezin, op Saturdag avond.
- Wijze: Toen ik laatstmaal in 't Maisaizoen.
-
- Wat heil! de week is weêr ten end;
- Hoe bang scheen haar begin.
- Zij spelde ons jammer en ellend,
- En spaarzaam kost-gewin.
- En schoon geen overvloed
- Ons heden juichen doet,
- Wij loven echter d'Opperheer,
- Met een oprecht gemoed.
-
- Wij zijn door zijne gunst gespaard,
- Beveiligd voor verdriet.
- Hij heeft de nevlen opgeklaard,
- Onttrok zijn hulp ons niet.
- Een vergenoegde geest,
- Is een geduurig Feest:
- Wij worden, schoon ons rampspoed dreig'
- Nooit moedloos of bevreesd.
-
[p. 19]
-
- Te weeten, dat ons gansch bestaan
- Berust in 's Hoogsten hand,
- Vuurt daadlijk ons vertrouwen aan,
- Brengt ons geloof tot stand,
- Leert: wat de Godheid doet,
- Is heilig, wijs en goed,
- Maakt onze ziel gedwee en stil,
- En schenkt haar kracht en moed.
-
- Wij hebben deze week gewis,
- Weêr onze schuld vermeêrd;
- Maar 't Goddelijk getuigenis,
- Heeft vrees in vreugd verkeerd.
- Hij, die zijn leven gaf
- Voor onzer zonden straf,
- Verwierf voor ons de zaligheid,
- Ontnam ons schrik voor 't graf
-
- Nu leggen wij het hoofd gerust
- En gansch blijmoedig neêr.
- Wij zijn ons van niets kwaads bewust
- En zien wij d'uchtend weêr,
- Dan hoopen wij den tijd,
- Aan 't Heeren dienst gewijd,
- Te heiligen, en dat ons hart,
- In Gode zij verblijd.
-
[p. 20]
-
- Wij kennen op deez' woelige aard,
- Waar 't ons zo vaak verveelt,
- Geen vreugd, daar zo ons hart meê paart,
- En 't grootst vernoegen teelt,
- Dan die uit Godsdienst vloeit,
- Ons van het stof ontboeit,
- Waar door de reinste hemelmin,
- In ons meer blaakt en gloeit.
-
- Wij wenschen nu naar 't morgen uur,
- Wanneer de Bijbeltolk,
- Doordrongen van geheiligd vuur,
- Het saamvergaêrde volk,
- Zal stichten door zijn reên,
- En 't pad der zaligheên,
- Door 's waerelds Heiland zelv' gebaand,
- Zal leeren op te treên.
-
- Dan throonen wij de Algoedheid neêr,
- Door smeeken en gezang,
- Verbreiden 's Hoogsten eeuwige eer,
- Bevordren ons belang,
- En worden hier gewoon,
- Aan dien verheven toon,
- Wiens galm ons eindloos streelen zal,
- Voor Jesus hoogen throon.
-
- D.B.
|