[p. 23]
De Lof der Braafheid.
- Wijze: Elk zing de eer van Zoutmans glorie!
-
- Braafheid, uw waardij te kennen,
- Is de hoogste weetenschap;
- Uw bevelen op te volgen,
- 't Spoor naar d'eersten glorie-trap.
- Buiten u zijn alle deugden,
- Zonder aanzien en bestaan,
- Buiten u doen vreugde en blijdschap,
- Nooit den tedren boezem slaan.
-
- Buiten u zijn rijken ledig,
- Baat geen grenslooze overvloed,
- Wordt geen geldzucht ooit verzadigd,
- Nooit de rust der ziel gevoed.
- Wie, ô Braafheid! dierbaar kleinood!
- Zoude niet zijn' besten schat,
- Gaerne om u ten offer bieden,
- Wenschen dat hij u bezat'.
-
[p. 24]
-
- Door u wordt het waar genoegen
- Vastgegrond, nooit uitgeroeid.
- Door u, reine menschenliefde
- Voor des naasten heil ontgloeid.
- Door u krijgt de samenleeving,
- Luister, duurzaamheid, waardij,
- Bloeijen ambacht, kunst en handel,
- Ja de gansche maatschappij.
-
- Hij, die u ontbeert, mist alles,
- Wat tevredenheid verwekt.
- Hij, die u bezit, heeft alles,
- Wat tot zuivre vreugde strekt.
- De armen mogen hooploos zuchten,
- Daar hen angst en zorg bezwaart;
- Maar uw troost is in den rampspoed,
- Hen een hemel op deze aard.
-
- Braafheid, temster van den laster!
- Pijlaar van het heilig recht!
- 's Jongelings sieraad! roem der grijsheid!
- Stichtster van den dierbren echt!
- Kweekster van de oprechtste vriendschap!
- Heilbewerkster! dierbaar pand!
- Leef! - herleef in vollen luister
- Tot een eer voor Nederland!
-
- D.B.
|