Wensch.
- Wijze: Exaltons & chantons, &c.
-
-
- ALLEN.
- Heil en vreugd! - heil en vreugd
- Zij uw deel, ô Echtelingen!
- Heil en vreugd! - heil en vreugd!
- Zij het loon van uwe deugd,
-
- TWEE STEMMEN.
- Nimmer treffe u ramp of druk,
- Nummer doe u kommer zwoegen;
- Maar een ongestoord geluk.
- Vergezelle uw huwlijks-juk!
-
-
- ALLEN.
- Welk een goed - welk een zoet
- Zal uw deugdzaam harte smaaken!
- Neen, 't vgerdriet - kent men niet,
- Waar de liefde 't hart gebiedt.
[p. 40]
-
-
- EEN.
- 't Vergenoegen lache u tegen,
- Waar gij uw voeten drukt,
- Daar gij 's Hemels dierbre zegen
- Van uwe liefde plukt:
- De overvloed - moog' met goed
- U in ruime maat bedeelen.
-
- ALLEN.
- Haast moogt gij - zij' aan zij',
- Een lief, aartig wichtjen streelen;
- Leeft in rust - leeft in vreê!
- Lang leef 't Paar! Hoezeé! Hoezeé!
-
- M.N.
|